Hoe Frankrijk zelf in de Tour de France zit

Jeroen Wielaert 25 jul 2018 Sport

De Tour de France heeft Frankrijk jaarlijks drie weken volledig in haar greep. Tourkenner en journalist Jeroen Wielaert reist de renners drie weken lang achterna en vertelt u in zijn Tourkronieken het verhaal achter de Ronde.

Bij het verlaten van Montréal, bijna dertien kilometer na het vertrek uit Carcassonne werden in zuidwestelijke richting over de oude D119 de Pyreneeën al zichtbaar in de verte, ver voorbij de glooiende zonnebloemvelden in het dal lagen ze kalm te wachten, nog niet zo reusachtig, als lage kartelranden op de horizon. Ik was het peloton vooruit. De renners zouden dat Pyreneeënperspectief ook zien, ieder met eigen gevoelens, verwachtingen.

Luistert u liever de hele kroniek? Jeroen spreekt iedere aflevering in. De tekst loopt hieronder door.

In het geheel van de Franse Ronde zijn de Pyreneeën al sinds de eerste beklimmingen van 1910 een kopgroep op zich, zonder rugnummers, maar met klasseringen Hors Catégorie. Tourmalet, Aubisque, Aspin, Peyeresourde – dat zijn de namen van het eerste uur. Ze doen niets anders dan op de kaart staan boven Spanje. In alle bewegingloosheid zorgen ze voor veel dynamiek. Schuldig landschap zijn ze niet, naar het adagium van de vlak voor de Tour gehemelde reus Armando. Ze hebben wel veel op hun geweten aan pijn en leed, zonder zelf dader te zijn. Mensen doen het zelf, op fietsen, komen en gaan, raken vergeten. Tourmalet, Aubisque, Aspin, Peyeresourde zullen er altijd zijn.

Tour de France
Beeld: Jeroen Wielaert

In deze etappe ben ik er nog niet, de vermaarde, kolossale vedetten zijn nog ver. Even voorbij Fanjeaux, de achtentwintigste kilometer van de rit naar Luchon zie ik eerst de schaapskudde langs de weg. En daarna de hoog opgestapelde hooibalen en de machtige tractors ervoor, voorzien van spandoeken met boze teksten als: ZONES DÉFAVORISÉES: La Pièges et le Razès en colère.

Een manifestatie van boeren. Het is weer eens zover, al is het ook alweer een tijd geleden, zo’n manif in de Tour. In dit geval gaat het om akkerbouwers die zich tekort gedaan voelen in Europese tegemoetkomingen voor hun werkzaamheden op door natuurlijke omstandigheden beperkte grond, zoals aan de voet van de Pyreneeën.

Ik zie hoe ze eerst nog terugdeinzen voor de inderhaast bijeen geroepen gendarmes. De terreurbrigade, aan elke start en finish aanwezig met zware mitrailleurs, is nu nergens. Boeren zijn niet hun focus. Ze moeten waken voor onzichtbare terroristen.

Ik kan de confrontatie met het peloton niet afwachten. Ik moet vooruit.

Course arrêté!’ hoor ik Tourbaas Christian Prudhomme spoedig roepen op Radio Tour. Later verneem ik de nadere toedracht: de Tour in tranen, door het overdadig spuiten met traangas door de gendarmerie, bedoeld voor boeren, maar als gifgas in de Eerste Wereldoorlog afwaaiend naar het peloton. Dodelijk is het niet, maar het laat wel een beeld van niet gepland verdriet achter. In die zin dat droefenis onderdeel is van de Tour, maar niet déze tristesse.

Even verderop ging ik tanken, in Belpech. De pompbaas had alles op televisie gezien. Hij zei: “Ze hebben het zwaar in deze streek, maar zo’n manifestatie is niet goed. De coureurs gaan het niet oplossen.”

Leer mij Frankrijk kennen: die colère zit in de landsgenen. Het is alsof Fransen niet gelukkig zijn als ze niet kunnen tieren, tekeergaan tegen wat ook en als ze daar klaar mee zijn gaan ze over tot víeren, ook al het liefst in groot collectief. Zie hier de stemmingen en sferen van de Tour de France.

Sir David Brailsford van SKY heeft in zijn woede over de aanvallen op zijn ploeg geopperd dat ze in Frankrijk misschien beter Tour des Français kunnen organiseren. Historisch besef wil, dat de Tour de France dat in de eerste beginjaren ook wás: een evenement van Franse renners. Hier kwamen geen nationalistische, maar regionale sentimenten boven, in furieuze woede. In nachtelijke doortochten, als de toeschouwers lam waren, moesten renners van buiten een regio dan die van doorkomst beducht zijn voor klappen.

Tour de France
‘De Tour de France als burgeroorlog – het overkwam onder andere de eerste winnaar, Maurice Garin, bij een late doortocht in Nîmes.’ Beeld: ANP/AFP Foto/Files

De Tour de France als burgeroorlog – het overkwam onder andere de eerste winnaar, Maurice Garin, bij een late doortocht in Nîmes. Het kwam voor in die dagen dat de organisatoren in hun volgwagens naar hun pistool grepen en ermee in de lucht schoten. Ik verzin dit niet. Het is Tourgeschiedenis.

Frankrijk heeft feestgevierd om de voetbalwereldtitel van les Bleus, behaald in Rusland. De colère van het land blijft dat ze nog altijd geen Tourwinnaar van eigen bodem kunnen bejubelen, zoveel jaar, 33 jaar na Bernard Hinault.

Dan bejubelen ze het evenement maar, als vedette van zichzelf, zeker weten, elke zomer weer een Frans fenomeen: Vive le Tour.

Dan zijn ze blij met een nieuwe jongen van eigen bodem, geboren in Saint-Amand-Montrond, hartje Frankrijk. Hij won al in Le Grand Bornand en deed het in Luchon solo over, op zijn eigen wijze, Alaphilippe.

Het was genoeg voor een enthousiaste ode van Christophe Cessieux, presentator van Integrale Tour op Radio Monte Carlo: “La Classe! Panache! Sourire!” De klasse van Julian, zijn lef, zijn glimlach. Dat willen de Fransen zien, zo willen ze allemaal zijn en als ze niet zo zijn, dan laten ze het een renner doen.

Romain Bardet is ook zo’n lieveling. Hoog in het klassement, maar kansloos voor het podium. Ik zag een spandoek langs de weg met de tekst: “Avec Romain, ça Bardet!” Met Romain Bardet het!

Dat is mooi en aardig, maar het beste is wat ik Bardet op de avond van de rustdag op RMC hoorde zeggen: “Dumoulin wint de Tour.”

Het was als zegevierende Fransen onder elkaar.

Lees en luister hier alle Tourkronieken van Jeroen Wielaert.

Reageer op artikel:
Hoe Frankrijk zelf in de Tour de France zit
Sluiten