Sportzomerverhaal IV: Johann Trollmann, zigeuner in de boksring

Sportcolumnist Frank Heinen trekt de komende weken per fiets naar Italië, maar niet zonder u te verwennen met een reeks sportzomerverhalen. In de vierde aflevering staat Johann Trollmann, een bokser met een zigeunerachtergrond in het nazitijdperk, in het middelpunt van de aandacht. 

Een paar maanden voor zijn dood op 13 oktober 2016 – de dag dat Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur won – verscheen het laatste boek van Dario Fo, die zelf de Nobelprijs veertig jaar eerder al gewonnen had.

Fo’s laatste roman heet Razza di zingaro en is een gefictionaliseerde levensbeschrijving van ene Johann Trollmann. Op het omslag staat een donkere bokser die zijn tegenstander een rechtse directe uitdeelt.

Het verhaal begint in 1907, wanneer hij geboren wordt in Hannover, in een Sinto-familie. Johann is de zevende in een gezin van uiteindelijk elf. Zigeuners zijn ze, herkenbaar aan hun donkere haar en een huid die net wat bruiner is dan die van de buren.
Rukeli noemen ze hem, wat in de Sintotaal zoiets betekent als ‘jong boompje’. Al gauw blijkt dat Rukeli een buitengewoon talent heeft voor boksen. Als jongen wordt hij getraind door de joodse bokser Erich Seelig, die hem echter nauwelijks iets hoeft bij te brengen: bij Johann lijkt alles vanzelf te gaan. Hij bezit een aangeboren lichtvoetigheid, die maakt dat hij fladdert wanneer hij in de ring staat. Bijna vijftig jaar voor Mohammed Ali is hij al de vlinder die steekt als een bij.

Faustkampf in de Fidicinstrasse

Op 9 juni 1933 wordt Rukeli – die intussen is getrouwd met Olga – Duits kampioen in het halfzwaargewicht. Tegenstander die avond in de Bockbrouwerij in de Fidicinstrasse in Berlijn is Adolf Witt.
Binnen ruikt het naar rook, verschraald bier en zweet. Er wordt geschreeuwd, gejuicht. Er wordt met bier gegooid. En in het licht waarin de rook van de honderden sigaretten richting de zoldering kringelt, maakt de dansende Rukeli gehakt van de stampende Witt.
De wedstrijd duurt zes ronden. Dan wordt hij abrupt en zonder duidelijke aanleiding afgebroken. Het aanwezige bondsbestuur, dat voor een groot deel bestaat uit leden van de nazipartij, kan de vernedering van de blanke Witt door de lachende zigeuner niet langer aanzien.

En terwijl Rukeli begint te huilen omdat hij begrijpt wat er aan de hand is, scandeert het publiek in de Brauerei zijn naam. Harder, steeds harder, een loeien is het. Op die avond in de Fidicinstrasse kun je het geluid van onvrede en van angst voor de toekomst horen.
Uiteindelijk besluit de jury, uit angst voor het publiek, de wedstrijd en het kampioenschap alsnog aan Johann Trollman toe te wijzen. Trollmann gaat op de schouders, het publiek juicht en Adolf Witt en de bondsbobo’s druipen af. Niemand weet dan nog dat de Duitse boksbond de wedstrijd een paar dagen later ongeldig zal verklaren, wegens een ‘onbevredigend optreden’.

Johann ‘Rukeli’ Trollmann. Beeld: Wikimedia Commons/Hans Firzlaff

Het hoogtepunt van Johann Trollmanns bokscarrière zou direct ook het einde ervan inluiden. Nauwelijks zes weken later staat hij wederom op het affiche: in een Brauerei, in Kreuzberg dit keer, neemt Rukeli het op tegen de negen centimeter kleinere en zes kilo lichtere Gustav Eder om de Duitse titel in het weltergewicht.
Wanneer hij de ring in komt, wordt het doodstil in de altijd zo rumoerige Kreuzberger Bockbierbrauerei. De grote Johann Trollmann ziet eruit als een circusbeer: zijn haar is blond geverfd en het bruin van zijn huid gaat schuil onder een dichte laag talkpoeder, zodat hij een spookachtig bleke indruk maakt. Vooraf worden de regels voor de wedstrijd omgeroepen: er zal die avond gebokst worden in ‘Duitse stijl’. Dat wil zeggen: geen onnodige bewegingen. Ook het afhouden van de tegenstander is verboden. Wat wel mag, is stilstaan en meppen.
Na vijf ronden verliest Johann Trollmann het bewustzijn en daarmee de wedstrijd.
Eder wordt gehuldigd als Duits kampioen en van verbazing vergeet het met stomheid geslagen publiek zelfs boe te roepen.

Boksen is een belangrijke pijler van het nationaalsocialisme. Soldaten en SS’ers boksen bij wijze van training en de sport is een verplicht onderdeel van gymlessen op scholen. Ook Hitler zelf is een groot fan: later zal hij in Mein Kampf meermaals over boksen schrijven, al spreekt de Führer liever over het woord ‘Faustkampf’ dan over het van het Engels afgeleidde ‘boxing’.
Dat een arme zigeuner de beste Duitse bokser zou zijn, is uitgesloten.

Trollmann wordt tegengewerkt, vernederd en uiteindelijk uitgesloten van wedstrijden. En terwijl de mannen die hij jarenlang alle hoeken van de ring liet zien, zich voorbereiden op de Olympische Spelen van 1936 (in Berlijn), bokst Rukeli uitsluitend nog op jaarmarkten en kermissen, laat zich onder dwang steriliseren en scheidt onder druk van de autoriteiten zelfs van Olga.
Bij het uitbreken van de oorlog is Johann Trollmann opeens weer Duitser. Hij dient als Wehrmachtsoldaat aan het Oostfront, tot hij in 1942 wordt teruggestuurd naar huis: zigeuners zijn niet langer welkom in het leger.

Laatste partij

Een paar maanden later wordt hij gearresteerd en in oktober 1942 volgt de tocht naar concentratiekamp Neuengamme, alwaar hij de grote Hamburgse voetballer Tull Harder ontmoet, die vlak daarvoor Untersturmführer geworden is. Harder ontpopt zich in het kamp als een sadist van onwerkelijke proporties: zo laat hij Rukeli elke avond de kampbewaarders trainen, zonder hem te eten te geven. Op het laatst kan hij nauwelijks nog zijn armen in de lucht houden.

Uiteindelijk ontsnapt Rukeli aan Harder. Hij wordt naar het kamp Wittenberge gevoerd, alwaar hij het moet opnemen tegen Emil Cornelius, een van de vele doodenge misdadigers die het in de oorlog tot kampbewaarder schoppen. Ondanks dat Johann meer dood dan levend is, wint hij zijn laatste partij.
Als wraak voor die nederlaag laat Cornelius hem vanaf dat moment dag en nacht zware fysieke arbeid verrichten. En wanneer ook dat niet voldoende is om Trollmann definitief te breken slaat Cornelius hem dood met een schop.

In 2010 werd er in het Viktoria Park in Berlijn een betonnen boksring geopend, bij wijze van monument. De boksring is niet gelijk, maar loopt schuin af, omdat twee van de palen in de aarde gezakt zijn. Een betere metafoor voor het leven van Johann Trollmann is nauwelijks denkbaar.

Lees ook deel 1 en deel 2 en deel 3 van de sportzomerreeks rond vergeten sporters van Frank Heinen. 

Meer Frank Heinen lezen? Volg ons op Facebook