Het ongelijk van dierenliefhebbers

De Oostvaardersplassen, de komst van de wolf of ingrijpen in de populatie verwilderde katten in ons land hebben meer gemeen met elkaar dan je op het eerst gezicht denkt. In alle gevallen wordt het argument ‘respect voor het dier’ gebruikt om wel of niet in te grijpen. “Dierenliefde is eenkennig en opportunistisch,” stelt Oswin Schneeweisz.

Nee, die heeft niet lang meer. Dat maakt het filmpje dat momenteel op Twitter circuleert wel duidelijk. De laatste dagen van dit jonge zwijntje zijn geteld. Uitgemergeld van honger en dorst kan het beestje in zijn leefgebied op de Veluwe nauwelijks nog een stap verzetten. Het zijn dit soort filmpjes en beelden die dierenliefhebbers in de gordijnen jagen.

Beeld: ANP/Eric Brinkhorst

Vrijwel onmiddellijk wordt er dan geroepen om menselijk ingrijpen. Het is in deze droge tijden overal hetzelfde liedje. Of het nu gaat om de Veluwe of de Oostvaardersplassen: het volk wil beestjes redden, de ecologen en beheerders zijn terughoudender en roepen dat doodgaan nu eenmaal ook bij de natuur hoort. Desondanks leegden boeren op de Veluwe duizenden liters water uit giertanks in droogstaande poelen en kregen de dorstige hooglanders op de Veluwezoom onlangs ruim 100.000 liter water.

Logisch, want die nep-oerrunderen hebben we daar zelf neergezet en daar geldt dus een zorgplicht voor, maar geldt dat ook voor de grote grazers op de Oostvaardersplassen (OVP) en de wilde zwijnen in het bos? Dat de biggen op de droge Veluwe een beetje door de barre tijden heen geholpen worden: daar is op zich helemaal niet zo veel mis mee. Dat is niet anders als bijvoederen in extreme winters. De roep om ingrijpen bij de OVP is echter vooral ingegeven door sentiment, immers het gebied van de OVP is onvergelijkbaar met dat van de (gortdroge) Veluwe. Er is in het natte deel van de OVP voldoende water aanwezig. Dat konden ooggetuigen onlangs, op uitnodiging van Staatsbosbeheer, zelf komen bekijken.

Desondanks schreeuwen dierenliefhebbers op Twitter nog steeds moord en brand en werden onlangs zelfs drie insluipers gearresteerd die voornemens waren om de sluizen maar eens goed open te zetten. Het is een merkwaardige contradictie dat juist degenen die altijd roepen dat de natuur zelf zijn zaakjes regelt in het geval van sterfte om het hardst schreeuwen om bijvoederen en menselijk ingrijpen. En daarbij wordt dan ook nog eens flink met twee maten gemeten, want menselijk ingrijpen is goed wanneer het bijvoeren betreft, maar fout wanneer het op afschot aankomt. Alle ratio lijkt verdwenen in de aanhoudende taferelen rond de Oostvaardersplassen. Een gebied dat, jaren te laat, failliet is verklaard vanwege een mislukt experiment van Staatsbosbeheer.

Beeld: ANP/Koen van Weel

De discussie over dierenwelzijn wordt gegijzeld door een conflict tussen ratio en emotie en dan delft elke nuancering al snel het onderspit en staan voor- en tegenstanders onvermurwbaar tegenover elkaar. Of het nu gaat om de dieren in de Oostvaardersplassen, de komst van de wolf of ingrijpen in de uit de hand gelopen populatie verwilderde katten in ons land. Die onderwerpen hebben meer met elkaar gemeen dan je op het eerst gezicht denkt, want in alle gevallen wordt het argument ‘respect voor het dier’ gebruikt om wel of niet in te grijpen.

In Nederland zwerven volgens onderzoekers zo’n 136.000 tot 1,2 miljoen katten door de natuur. Samen zijn ze goed voor jaarlijks 100 miljoen prooien: minimaal 40 miljoen inheemse dieren per jaar, waarvan 20 miljoen in het buitengebied. En dan hebben we het dus ook over beschermde soorten als vleermuizen, hazelwormen, ringslangen, eekhoorns en weidevogels. Verwilderde huiskatten doden gemiddeld in het buitengebied evenveel vogels als er jaarlijks in 130.000 hectare natuurgebied worden geboren.

Beeld: ANP/Jasper Juinen

Probeer maar eens uit te leggen aan de gemiddelde poezenliefhebber dat die schattige Felix eigenlijk een moordzuchtig roofdier is. Je wordt bijna zelf gelyncht. Iedere poezengek zou daarom eens naar de BBC-documentaire The Secret Life of the Cat moeten kijken. Deze opzienbarende docu volgt vijftig oerburgerlijk, saaie huiskatten uit een Engels dorpje en legt genadeloos vast wat de dieren doen als ze ’s avonds door het katteluik de omgeving intrekken. Dan veranderen snoes en moppie plotseling in moordlustige monsters.

Nu ook de provincies Groningen en Zeeland overwegen (na Utrecht en Friesland) om verwilderde katten af te laten schieten is het thema plotseling weer actueel. Voor de dierenliefhebber is het afschieten van verwilderde katten echter een daad van ongekende barbaarsheid, maar hoe barbaars is het om niets doen? Hoe hypocriet is het om de verwilderde kat te beschermen en de weidevogel door diezelfde kat te laten opvreten?

Dierenliefde is eenkennig en opportunistisch. Het is het slechtste argument om wel of niet in te grijpen in populaties wilde en verwilderde dieren: of het nu de grote grazers in de OVP, zwijntjes op de Veluwe of katten op de Groningse klei betreft.