Het ondergeschoven kindje van het onderwijs eist erkenning

Nico Hofstra 27 aug 2018 Leven

Mbo’ers, de ondergeschoven kindjes van het onderwijs, krijgen dit jaar voor het eerst een officiële jaaropening, een traditie die voor het hoger onderwijs al langer gebruikelijk is. Eerder streden de mbo’ers met succes voor het mogen voeren van de titel ‘student’ en vandaag komt daar de volgende overwinning bij: een officieel startsein door de koning. Big deal? Jazeker. “Het mbo is niets waar je je voor hoeft te schamen, sterker nog: het is iets waar je trots op mag zijn.” 

Het is niet de eerst grote verandering voor het mbo: eerder dit jaar maakte minister Van Engelshoven van Onderwijs bekend dat zij de term ‘deelnemer’, tot dan toe de gebruikelijke aanspreekvorm voor mbo’ers, over twee jaar aan de wilgen zal hangen. Het woord past in het rijtje managementtaal in het onderwijs, zoals coach, beide jeuktermen uit de sportwereld, zoals al eens duidelijk werd gemaakt door NRC-columnist Japke-d. Bouma.

Met het koninklijke startsein van het schooljaar in Tilburg behaalt het mbo een nieuwe overwinning, want nog nooit eerder kreeg deze onderwijsvorm een dergelijke prominente aftrap. Overigens blijft het bij een bijeenkomst voor studenten in Tilburg, die geldt als landelijk begin van het mbo-jaar. Overige mbo-scholen starten het nieuwe jaar zoals voorgaande jaren. Zoals bijvoorbeeld op het ROC Nijmegen, waar de studenten een rondleiding krijgen door het gebouw en worden voorgesteld aan de docenten.

Willem-Alexander mbo
Koning Willem-Alexander opent het nieuwe studiejaar van het mbo op het ROC Tilburg. Beeld: ANP Royal Images/Robin Utrecht

En bij mbo Utrecht heeft elke locatie zijn eigen introductie. De ene opleiding heeft een introductiekamp, een andere opleiding heeft een dagprogramma, beide gericht op het leren kennen van docenten en medestudenten. Een officiële aftrap, zoals in Tilburg, is volgens woordvoerder Marieke van den Oever niet nodig. “Ik denk dat het juist goed is dat het mbo een algemene jaaropening heeft. Daardoor staat het mbo als onderwijsvorm in heel Nederland op een positieve manier op de kaart.”

Dat de koning vandaag aanwezig is in Tilburg, is belangrijk voor het mbo, zegt Van den Oever. “Het mbo wordt nog wel eens ondergewaardeerd in vergelijking met het hoger onderwijs, waar een officiële opening wel gebruikelijk is. De maatschappij is echter net zo goed gebaat bij slimme doeners. Het is dus geweldig dat de koning het belang van het mbo persoonlijk komt onderstrepen. Dat is een stap in de goede richting voor meer zichtbare erkenning voor mbo’ers.”

Student

Vanaf het studiejaar 2020-2021 mogen de mbo’ers zichzelf officieel student noemen. Daarnaast mogen de kersverse mbo-studenten zich aansluiten bij studentenverenigingen en krijgen zij studentenkorting. Overigens is deze aanspreekvorm voor een aantal mbo-scholen, zoals de ROC’s van Utrecht, Nijmegen en West-Brabant, al de normaalste zaak van de wereld.

“Wij spreken al jaren van studenten,” zegt Van den Oever. “Daar hebben we vijf jaar geleden voor gekozen , maar ik ben blij dat het nu in de wet is vastgelegd.” Reden hiervoor is het gebruik van de term deelnemer, die volgens de mbo-scholen de lading totaal niet dekt: “Deelnemen heeft niets met studeren te maken. De titel student is een volwaardig en dekkend begrip voor waar we hier mee bezig zijn, ook al is dat meer praktijkgericht.” Ook het ROC Nijmegen zegt de nieuwe aanspreekvorm, die zijzelf al hanteren, gemakkelijker te vinden om ‘onze studenten te onderscheiden van middelbare scholieren’.

Erkenning 

Timon van Engen, voorzitter van de mbo-jongerenorganisatie JOB, pleitte vandaag in Trouw al voor een beter aanzien van het mbo. Dat de erkenning voor mbo’ers soms ontbreekt ziet hij terug in de praktijk: mbo’ers worden soms geweigerd voor banen waar zij wel degelijk voor opgeleid zijn, terwijl werkgevers liever een hbo’er aannemen. “Voor een functie als calculator of werkvoorbereider kon mijn vader vroeger met een mbo-diploma aan de slag. Tegenwoordig wordt daar vaak een hbo’er voor gevraagd,” aldus Van Engen.

Ook veel ouders zien hun kinderen graag op een hoger niveau eindigen, zegt Peter Vissers van ROC Nijmegen. “Zij denken dan vaak aan havo bijvoorbeeld. Wij denken dat er vooral gekeken moet worden naar de leerstijl van een kind. Overigens zien we mbo’ers vaak doorstromen naar het hbo. Zij hebben veel praktijkervaring en brengen een heel ander pakket aan vaardigheden met zich mee, waardoor doorstromen vaak goed te doen is.”

Ondergeschoven kindje

Het lijkt niet veel zoden aan de dijk te zetten: een officiële jaaropening en het uitbannen van de term deelnemer. Toch zijn het grote stappen, zegt woordvoerder Jacqueline Buijsrogge van ROC West-Brabant. “Door alle publiciteit die deze veranderingen met zich meebrengen, krijgen mensen een goed beeld van het mbo. Dat is belangrijk, want het mbo is vaker een ondergeschoven kindje geweest. Ik denk dat we met dit soort initiatieven steeds meer een positieve indruk wekken.”

Buijsrogge benadrukt dat een groot deel van de bevolking mbo-niveau heeft en vindt erkenning vanzelfsprekend. “Het mbo is niet iets waar je je voor hoeft te schamen, sterker nog: het is iets waar je trots op mag zijn. Mbo’ers zijn hard nodig. Alles wat je om je heen ziet: de radio, computer, de gebouwen om je heen, het schilderwerk, het toilet en het koffiezetapparaat: het zijn allemaal mbo’ers die bijdragen aan deze voorzieningen. Dat maakt de mbo’er essentieel.”

Reageer op artikel:
Het ondergeschoven kindje van het onderwijs eist erkenning
Sluiten