Ester Naomi Perquin: ‘Elk jaar ontvang ik boze mails van dichters…’

Twee weken geleden werd het International Literature Festival Utrecht (ILFU) afgetrapt met de start van een Anna Karenina-voorleesmarathon in Utrecht Centraal Station. Zo’n duizend pagina’s en evenzoveel vrouwen verder is het inmiddels tijd voor de grande finale van het festival: de Nacht van de Poëzie. En deze klinkt niet alleen spannend, ze wordt ook nog eens gepresenteerd door de Dichter des Vaderlands: Ester Naomi Perquin.

Stond u laatst niet bij het podium in de Utrechtse stationshal?
“Ik heb niet voorgelezen uit Anna Karenina, maar ik ben inderdaad even langs geweest om de aftrap bij te wonen. Eigenlijk was dat vooral om te applaudisseren. Best leuk om die rol ook eens te hebben, meestal is het andersom.”

Op de Nacht van de Poëzie treedt u ook al niet op.
“Ik was al presentatrice van de Nacht van de Poëzie voordat ik Dichter des Vaderlands werd. En eerlijk gezegd vind ik dat ik vanuit die rol vooral dienstbaar moet zijn. Ik voel mezelf toch meer een ambassadeur, die de poëzie promoot, vooroordelen probeert weg te nemen en andere dichters in het licht zet.”

‘Je moet geen behoudend oud mannetje worden, hoor.’

Uw voorgangers zijn er niet. Waarom niet?
“We selecteren de dichters voor ons programma vrij eigenzinnig, dat klopt. Elk jaar ontvang ik boze mails van dichters, en niet de minste, die vinden dat het hun beurt was om op te treden.

“We proberen een afwisselend programma te bieden, waarin we ook willen laten zien wat er aan de oppervlakte is komen drijven of wat juist onterecht uit beeld is geraakt. Dan moeten we keuzes maken. Zo is Anne Vegter (Dichter des Vaderlands van 2013 tot 2017, RvR), om je vraag te beantwoorden, twee jaar geleden nog geweest.”

Er blijven zo wel wat weinig namen over die er bovenuit springen; ik zie geen nieuwe J.C. Bloem, Komrij of Slauerhoff in het programma. Zijn die er überhaupt nog wel? Of maak ik het verleden dan mooier dan het is?
“Dan ben je de afgelopen veertig jaar niet bijgebleven in de poëzie. Je moet geen behoudend oud mannetje worden, hoor. Er zijn behoorlijk veel schitterende dichters bijgekomen, en dat is te zien in het programma.

“Natuurlijk zijn er ook veel grote dichters omgevallen. Een van hen is Menno Wigman (1966-2018). Ik hield enorm van zijn nauwkeurigheid, zo belde hij mij ’s nachts weleens omdat hij wakker lag van een lettergreep. Ik zou, al is het maar uit liefde, in de tegenwoordige tijd willen zeggen dat Wigman een van de grootste dichters is die we hebben.”

Wie van de jonge talenten moeten we dan absoluut lezen?
“Radna Fabias is afgelopen jaar onwrikbaar goed gedebuteerd. Ze is geestig, zwartgallig en heeft al een ontzettende gelaagdheid.

“Ook Arno van Vlierberghe, een Belgische debutant, moet ik zeker noemen. Hij lijkt op een groot geworden nerd, maar kan een enorm blik zwartgalligheid opentrekken. In de tijd waarin we leven is het moeilijk om niet cynisch te worden. Die worsteling met het cynisme wil je wel terug horen in de poëzie van nu. En die hoor ik dus gelukkig ook terug, uit de mond van een debutant uit België.”

‘Poëzie sluit erg goed aan bij de digitale tijd.’

De Nacht duurt trouwens maar tot 3.00 uur, begreep ik. Wat doet u de resterende uren tot het ochtend wordt?
“De nazit is altijd minstens zo gezellig als het programma zelf. Er wordt gedronken, gelachen en wellustig in hoekjes gedoken. Al blijft vooral de jonge garde tot het einde.”

Het digitale tijdperk lijkt wat dat betreft een geschenk uit de hemel voor de poëzie. Gedichten zijn natuurlijk ideaal voor de jongeren met hun korte spanningsbogen. Merkt u dat?
“Ja, het publiek van de Nacht van de Poëzie is de afgelopen jaren erg verjongd. Die korte spanningsbogen gelden overigens niet alleen voor jongeren, denk ik. Je kunt best concluderen dat poëzie helemaal van nu is.

“Poëzie sluit erg goed aan bij de digitale tijd; het past in één keer op het beeldscherm. Een gedicht duurt soms zelfs maar dertig seconden, terwijl daarin zoveel gebeurt, daarin zoveel emoties kunnen worden opgeroepen. Een versregel blijft in je hoofd hangen en kan je zomaar te binnen schieten in rij in de supermarkt. Daarom is poëzie een van de meest toegankelijke kunstvormen.”

Aan welke regel uit uw eigen oeuvre denken mensen in de rij van de supermarkt, hoopt u?
“Er is één regel – uit mijn laatste bundel – die op de een of andere manier veel door mensen wordt geciteerd, namelijk ‘Geloven is de echo, niet de knal’. Dat had ik slechter kunnen treffen.”

De 36e Nacht van de Poëzie vindt plaats op zaterdag 29 september, met optredens van onder andere Arthur Japin, Judith Herzberg, Willem Jan Otten, Radna Fabias en Arno van Vlierberghe. De presentatie is in handen van Ester Naomi Perquin en Piet Piryns. Kaarten zijn nog verkrijgbaar.

Reageer op artikel:
Ester Naomi Perquin: ‘Elk jaar ontvang ik boze mails van dichters…’
Sluiten