Pechtold heeft recht op wachtgeld. Maar is dat wel eerlijk?

Ton F. van Dijk 8 okt 2018 Mening

De kogel is door de kerk. D66-leider Alexander Pechtold laat de politiek geheel vrijwillig achter zich. Zelfs een rol als ‘orakel’ op de achtergrond ambieert hij niet. Hij verlaat met onmiddellijke ingang de Tweede Kamer. Hij heeft daarbij recht op wachtgeld en kan zich dit besluit dus permitteren. Maar is dat wel eerlijk ten opzichte van gewone burgers? Die kunnen immers geen aanspraak maken op een uitkering als ze zélf beslissen om hun baan vaarwel te zeggen, omdat het tijd is voor ‘vernieuwing’.

De voorman van D66 vertrekt niet alleen als leider van zijn partij en als fractievoorzitter van het D66-smaldeel in het parlement, maar hij neemt ook afscheid als volksvertegenwoordiger. En hoewel velen al enige tijd pleiten voor een nieuwe wending in het leiderschap van de Democraten, wringt het dat Alexander Pechtold heeft besloten niet aan te blijven als ‘gewoon’ Kamerlid.

Allereerst omdat dezelfde Pechtold in maart vorig jaar nog een mandaat vroeg aan de kiezers. Ruim 800.000 mensen brachten om die reden een stem op hem uit. Deze kiezers mochten op basis van die stem op de D66-voorman verwachten, dat de door hen gekozen Pechtold gedurende vier jaren zijn best zou doen hun belangen in de Kamer zo goed mogelijk te behartigen.

Pechtold komt zijn belofte niet na

Dat Pechtold zijn belofte aan die kiezers niet na komt, lijkt van een afstandje niet fraai en is ogenschijnlijk niet goed te praten. De term die doorgaans wordt gebruikt voor gekozen volksvertegenwoordigers, die tussentijds hun post verlaten is niet voor niets ‘kiezersbedrog’. En ondanks alle objectieve feiten, die de beslissing van Pechtold ondersteunen, is er ook in zijn geval wel degelijk sprake van deze vorm van misleiding van goedgelovige kiezers.

Immers wat wist Pechtold toen hij besloot op te stappen wél, dat hij een jaar eerder bij de Tweede Kamerverkiezingen niet kon weten? Dat het tijd was voor een nieuwe generatie?

Het had de opgestapte D66-voorman daarom gesierd als hij zijn belofte aan die ruim 800.000 kiezers gestand had gedaan door in ieder geval in de Kamer te blijven zitten. Maar kennelijk kon Pechtold dit emotioneel niet meer opbrengen en besloot hij geheel zelfstandig en zonder druk van buitenaf, ruim een jaar ná de verkiezingen al op te stappen.

Er is nog een reden waarom het minder wenselijk is dat Pechtold van de ene dag op de andere uit het parlement verdwijnt. Hij zal nu namelijk tot aan zijn benoeming op een andere post (Commissaris van de Koning of burgemeester van een grote stad worden veelvuldig genoemd) recht hebben op de wachtgeldregeling die geldt voor oud-Kamerleden.

Wachtgeld op kosten van belastingbetaler

Pechtold kan met zijn lange staat van dienst als Kamerlid aanspraak maken op een ‘uitkering’ die in de buurt komt van zijn salaris als werkend politicus. Tenzij de D66-voorman liggende gelden heeft en afziet van wachtgeld, wordt zijn inkomen na zijn zelfverkozen vertrek dus gefinancierd door de belastingbetaler.

En ook dat schuurt. Want een ‘gewone’ werknemer die vrijwillig besluit om zijn baan op te geven heeft géén recht op een werkeloosheidsuitkering. Ook al heeft deze werknemer net als Pechtold 12 jaar lang premies betaald en net zo hard gewerkt, de regels zijn duidelijk. Alleen bij een gedwongen vertrek hebben Nederlanders recht op een uitkering. Dit principe werd in de Tweede Kamer ook al die jaren door Pechtold niet ter discussie gesteld. Sterker nog: de regeling voor gewone werknemers is alleen maar versoberd onder druk van de politiek.

Maar waarom worden hardwerkende burgers in ons land op dit punt anders behandeld dan Alexander Pechtold? Immers, de wachtgeldregeling is er niet voor bedoeld, om Kamerleden die om allerlei redenen ‘geen zin’ meer hebben in hun werk (hoe legitiem ook) nog jarenlang van een inkomen te voorzien op kosten van belastingbetalende burgers. Wachtgeld is er – terecht – vooral voor politici die onvrijwillig slachtoffer worden van een ‘politiek ongeluk’.

Er zijn heel wat gewone werknemers, die iedere dag met tegenzin naar hun werk gaan, net zo uitgeblust en opgebrand als Alexander Pechtold, maar die niet de mogelijkheid hebben om te stoppen met behoud van inkomen, zoals de D66-voorman dit weekend deed. En dat voelt als een ongelijkheid die niet goed valt uit te leggen.

De wachtgeldregeling is er niet voor bedoeld, om Kamerleden die ‘geen zin’ meer hebben in hun werk van een inkomen te voorzien

Dit schreef Ton F. van Dijk eerder over D66: Bijltjesdag voor Pechtold nadert met rasse schreden

Reageer op artikel:
Pechtold heeft recht op wachtgeld. Maar is dat wel eerlijk?
Sluiten