De catch-22 van nieuwe partijen als Volt en Code Oranje

Evi Timp 31 okt 2018 Politiek

Het is een eeuwenoud fenomeen: de burger die haar vertrouwen verliest in de gevestigde politiek. Het harde tegengeluid kwam de afgelopen decennia vooral van de rechtse populisten, maar inmiddels klinkt er ook een weerwoord vanuit de linkse hoek. Twee nieuwe bewegingen waren de afgelopen week in het nieuws: het pan-Europese Volt en het Nederlandse Code Oranje.

Volt is opgericht in reactie op Brexit. De pan-Europese beweging pleit voor één Europese federatie, met een Europese regering en een president die rechtstreeks door de Europese bevolking wordt gekozen. De huidige politieke constellatie laat het niet toe om een daadwerkelijke Europese politieke partij op te richten, dus tot die tijd bestaat Volt, tegen haar zin in, uit nationaal geregistreerde partijen. Noodzaak binnen alle Volt-partijen is een groter politiek zeggenschap voor de burgers. Ook het Nederlandse Code Oranje (een burgerbeweging, want ‘politieke partijen zijn iets van de vorige eeuw’) focust zich op meer zeggenschap. De roep om meer zeggenschap voor de burger kennen wij al langer van partijen zoals Forum voor Democratie of Nieuwe Wegen. Volt en Code Oranje zijn hiermee minder nieuw dan zij doen voorkomen. Gaan ze het redden en wat is hun bestaansrecht? Henk te Velde, hoogleraar vaderlandse geschiedenis in Leiden, bekijkt de twee bewegingen.

Het nieuwe linkse perspectief

Te Velde: “De politieke partijen worden gezien als instrumenten van de gevestigde orde en niet als basis voor vernieuwing. Deze bewegingen proberen af te wijken van ‘de partij’ in de klassieke zin van het woord.” Volgens Te Velde hebben we te maken met een nieuw links perspectief. Zeker bij het pro-Europese Volt is dat zichtbaar: “De afgelopen jaren probeerde de gevestigde politiek uit te leggen hoe fantastisch Europa is. Daartegenover had je de populisten die zeiden: ‘wij willen onze nationale zeggenschap terug.’ Volt probeert deze tegenstelling te doorbreken door uit volle overtuiging enthousiast te zijn voor Europa. Niet omdat het een onvermijdelijke en winstgevende unie is, zoals we vaak horen, maar omdat het een waardegemeenschap is.”

Volt pleit voor zaken als een Europees leger en een Europees migratiebeleid met respect voor de mensenrechten: geen bescheiden idealen. Volgens Te Velde zijn grote idealen dan ook de reden om in de politiek te gaan. “Voor wensen die om de hoek liggen hoef je geen politieke partij op te richten. Je moet een plan hebben met een utopisch randje. De afgelopen jaren is dat utopische te veel overgelaten aan de populistische partijen. Het is natuurlijk ieders goedrecht om wensdromen te venten: daarvoor is de democratie.” Europese politiek is ingewikkeld. We hebben een Europese regering en Europese regels, maar een gedeelde Europese publieke opinie mist. Volgens Te Velde liggen hier de kansen voor Volt: “Zij kunnen een Europese ruimte voor discussie creëren, waarin zaken niet in nationaal, maar in Europees kader worden besproken.”

Voor wensen die om de hoek liggen hoef je geen politieke partij op te richten. Je moet een plan hebben met een utopisch randje.

Catch-22

Zijn Volt en Code Oranje blijvertjes in ons land volgens Te Velde? “Los van die gekke PVV met maar één lid, was er de afgelopen jaren weinig variatie binnen de vorm van politieke partijen in Nederland. Dat duidt op een probleem van de klassieke partijen. Ook zij zijn ooit begonnen als sociale bewegingen, maar in de loop van de jaren zijn ze compleet vervlochten geraakt met de staat. Volt en Code Oranje proberen deze vervlechting tegen te gaan, maar dat doel is paradoxaal. Hoe meer je als geïnstitutionaliseerde partij successen behaalt, hoe meer je onderdeel wordt van de staat. Dat is de catch-22 van Volt en Code Oranje. Als ze eerlijk zijn, moeten ze uitgaan van een principiële tijdelijkheid. Ze willen de boel opschudden en enthousiasme voor hun idealen los maken. Dit enthousiasme moet dan maar ergens landen, maar niet per se in de vorm van een partij.”

Als Volt en Code Oranje eerlijk zijn, moeten ze uitgaan van een principiële tijdelijkheid.

In maart doet Code Oranje mee aan de Provinciale Statenverkiezingen. Als de partij wint, wordt ze dan automatisch onderdeel van die politieke bureaucratie waar ze juist op tegen is? Te Velde: “Het zou mij voor alsnog verbazen als ze het heel goed doen. Want ja, het is wel een aardig idee om burgers vooral zelf de agenda te laten bepalen, maar dat hebben we natuurlijk al eerder gehoord. Trots op Nederland wilde dat ook, of Jan Roos met zijn VoorNederland. En kijk hoe dat is afgelopen. Het zou interessant zijn als Code Oranje erin slaagt een soort forum te worden voor positieve politieke vernieuwing. ‘Het deugt niet’ en ‘het zijn allemaal zakkenvullers’: die kritiek hebben we nou wel gehoord. Laten we eens proberen om een aantal idealistische en belangeloze mensen serieus na te laten denken over de politiek, dat lijkt mij nou winst. En dan liever in de vorm van een netwerk of denktank in plaats van weer zo’n institutie erbij. Ach ja, we hebben al zoveel partijen toch?”

Te Velde denkt niet dat Code Oranje als landelijke politieke partij van een langdurig bestaansrecht zal genieten. Toch heeft hij nog wel iets voor de beweging te zeggen: “Ik denk dat dit type politiek vooral op lokaal niveau werkt. Het is goed om het accent te leggen op de belangen van ‘de gewone mensen’ zonder al die hoge politiek. Code Oranje zou zich hierop moeten profileren, maar dan meer als een soort ombudsman die concreet bij de individuele burgers problemen oplost. Daar zie ik meer heil in dan hun abstracte ‘u vraagt, wij draaien’-houding.”

Reageer op artikel:
De catch-22 van nieuwe partijen als Volt en Code Oranje
Sluiten