Help GeenStijl de winter door!

Net nu ik op het punt sta literaar door te breken met de onverbiddelijke pageturner Mijn moeder is Gek, gooi ik mijn glazen wederom in.

Story of my life. Omdat ik de goedkoopste columnist van Nederland ben, heb ik de eer om als uithangbord te fungeren in en voor de stijlloze dodebomenbedelcourant van de kwajongens van GeenStijl. Oom Rob Hoogland was aan het golfen, Theodor Holman was zijn hond aan het uitlaten, Ephi was pastis drinken met zijn Algerijnse vrienden in het getto van Marseille en Ebru Umar en Bas Paternotte waren net oneervol ontslagen door de gevreesde mediamogul Pritt Stift. En dan kom je kennelijk bij mij terecht. Waarvan akte.

Laat ik mij indekken: mijn lieve vriend Gerrit Komrij was dol op GeenStijl. Ik ben slechts een gebochelde transgenderende witte dwerg die op de schouders van de Achterhoekse reus staat te gillen en te krijsen als een bipolair sneeuwvlokje. Het is geen heel sterk stijlfiguur, maar het levert toch mooi een fraai plaatje op.

Overigens krijgt Charles Hofman, de man van Ger, aanstaande zondagmiddag in Olhão, de hoerenhoofdstad van Portugal, het eerste exemplaar van mijn pageturner Mijn Moeder is Gek.

Tuur maakt vrienden

Ik kan dit allemaal zalig schmierend opschrijven omdat ik de voltallige redactie van de Haagsche Post hebt uitgenodigd, te weten Tom Kellerhuis alias Kelly, zijn adjunct Kevin van Vliet, alias Kevin, en Berend Sommer, zoon van Martin. Net als ik! Enfin: Tuur maakt vrienden. Dit is de wervende tekst die ik schreef voor de papieren GeenStijl.

Sinds jaar en dag begin ik de dag met GeenStijl, de Mediacourant en Pornhamster. Daarna verschoon ik mij en nuttig ik het traditionele Portugese liquid breakfast. Pas dan ben ik klaar voor het zware werk: Correio da Manhã, Le Monde, Die Welt, El Pais,The Financial Times & The Daily Mail. Noem mij gerust snob, maar als ik in Nederland zou wonen en GeenStijl een dodebomendagblad was, zou ik geen enkele schroom hebben om daar mee te pronken in de Eerste Klas van de Nederlandse Spoorwegen. GeenStijl heeft namelijk mijn leven gered. Ik was Exilautor in Paraguay en kreeg nauwelijks nog opdrachten van de burgerlijke vaderlandse media. Mijn pageturner Brussel Eurabia had mij in de hoek van extreem-rechts geplaatst. Mijn naam was besmet. Inmiddels word ik de Profeet van Molenbeek genoemd, maar ik voel nog steeds de pijn. ROFLOL! GeenStijl was een van de weinig media die Brussel Eurabia enthousiast ontving.

Van het een komt het ander en ik maakte met mijn boezemvriend Rob Muntz een twaalfdelige fotostrip in Paraguay. Die is nog steeds te vinden in het digitale archief van GS. Enerzijds joegen wij op nazi’s, anderszijds was Munt voor het programma Spoorloos op zoek naar zijn vader Wolfgang die op mysterieuze Nederland verliet in het voorjaar van 1945.

Daar was de KRO erg blij mee. Zelfs de hard core reaguurders vonden onze aangrijpende serie te heftig. Toen GeenStijl mij en Robbie op de voet volgde tijdens onze deelname aan de Dakar-rally in Zuid-Amerika, wonnen we de harten van de reaguurders weer terug. Boys & Toys.

Eind vorig jaar werd mijn hartstochtelijke relatie met GeenStijl bekroond met het Grote Nationale Dictee dat ik samen met oom Rob Hoogland voor Pritt Stift c.s. maakte. De voorbereiding in café Wildschut in 020 was episch, met onder andere Hoogland, Muntz, Hans Teeuwen en Theodor Holman. Het bonnetje van de drank hangt ingelijst in de slaapkamer van Bart Nijman. De hetze van de Onwelriekende Gleuvenbrigade (dixit Gerrit Komrij) tegen GeenStijl deed mij pijn want ik ken de schavuiten van GS als keurige, vrouwvriendelijke, hoffelijke mannenmannen die in het weekeinde het liefst met hun gezinnen croquet spelen en kippenvleugels op de Big Green Egg blackenen op zijn Cajuns, met een sappige watermeloen toe. Naast de redacteuren van GeenStijl ben ik een lomp zwijn.

Inmiddels zijn de bengels zo establisment geworden, dat Bart Nijman een wekelijkse column voor het gezaghebbende Nieuwe Revu schrijft en Marck Burema gevraagd is om hoofdredacteur te worden van het Volkskrant Magazine.

Red deze mannen van stavast daarom uit de klauwen van de Main Stream Media en trekt gretig uw portemonnee. Uw pecunia is welbesteed want daarmee kunnen oom Rob Hoogland, Kim Holland en uw nederig letterenknecht wederom het Groot Nationaal Dictee schrijven en presenteren.

En ik ben ook niet de beroerdste, dus u krijgt er gratis en voor niks een opgepiept oud hapje uit de Haagsche Post bij: mijn frontale aanval (ad hominem zeg je dan) op het zwakzinnige zusje van Peter Vandermeersch: David van Reybrouck.

Semper Fidelis!

PS van oom Rob Hoogland: “Ik heb net negen holes voltooid op de Koninklijkse Haagsche en wil voordat ik aan de tussentijdse sandwich gerookte truffelkipfilet met champagne en daarna de tweede negen begin benadrukken dat Tuurtje voor één keer gelijk heeft: GeenStijl mag nooit verdwijnen. Weet u het nog, die oproep tot een adverteerdersboycot? Het inspireerde mijnheer Van Amerongen en mij tot de volgende zin in ons Groot Dictee, nadat we het vuurtje dat door de oproep was ontstaan in de eerste alinea uitbundig met spiritus hadden besproeid: ‘Geen zorgen, sjalom voor alles. De twee cavaliers (wij dus, RH) creëerden slechts een paskwil, daartoe geïnspireerd toen die gemaniëreerde journalistieke courtisanes met hun disproportioneel moraliteitsbesef, gesteund door twee zelfbenoemde kwaliteitskranten, het achtuurjournaal haalden met een rekwest, zowel lawaaiig als zijig en larmoyant, om adverteerders te bevelen GeenStijl deaud te boycotten.’ Boos was ik, echt boos. Dit was niet alleen een schandalige poging tot broodroof, maar ook een aanval op de vrijheid van meningsuiting door een stel verwende sociaal-liberale trutten met nog geen millimeter eelt op hun ziel. Alleen al om die reden mag GeenStijl nooit verloren gaan. Lang leve het dwarse geluid!”
Reageer op artikel:
Help GeenStijl de winter door!
Sluiten