Hoe het Ruhrgebied verandert in een cultureel epicentrum

Nico Hofstra 13 nov 2018 Cultuur

Bij het Duitse Ruhrgebied denken we al snel aan zware industrie en milieuvervuiling. Dat beeld strookt niet langer met de werkelijkheid, vindt journalist en voormalig NOS-correspondent Margriet Brandsma (1957).  In een nieuw boek ‘Ruhrgebied: van rook en vuur naar natuur en cultuur’ zoekt Brandsma naar de culturele pareltjes in deze regio en spreekt ze met de lokale bevolking: “Vroeger schaamde men zich om in dat vervuilde Ruhrgebied te wonen, nu begint de bevolking langzaam trots te zijn.”

Als correspondent voor de NOS – tussen 1994 en 2014 – komt Margriet Brandsma vaak in het Ruhrgebied. Een interessante regio in Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen. De metropool kent tien grote steden, 53 gemeenten en ruim 5,3 miljoen inwoners. De industriële ontwikkeling na het midden van negentiende eeuw drukt een onuitwisbare stempel op het gebied, bekend van de kolen- en staalindustrie. Tijdens de kolencrisis in de jaren ’50 en de staalcrisis in de jaren ’70 heerst er werkeloosheid en zijn vele fabrieken gedwongen hun deuren te sluiten, met tot op heden een overschot aan braakliggende industrieterreinen tot gevolg.

“Door de teloorgang van de zware industrie, waar het gebied van afhankelijk was, moest er toch iets veranderen,” zegt Brandsma. “Men probeerde de industrie nieuw leven in te blazen door een Opelfabriek in Bochum te vestigen. Deze fabriek kon na 52 jaar de concurrentie niet meer bijbenen en moest in 2014 haar deuren sluiten. Uiteindelijk heeft de regio het over een andere boeg gegooid, met nadruk op natuur en cultuur.” Een ‘nieuw Ruhrgebied’ is volgens Brandsma het resultaat.

Laatste kolenmijn

Een mijlpaal voor dat nieuwe Ruhrgebied is de sluiting van de laatste Duitse kolenmijn in het stadje Bottrop. In 2007, na jaren van politieke discussie, werd besloten dat het eind 2018 afgelopen moest zijn met de winning van kolen in Duitsland. “De afname van de industrie is dus een proces dat al jaren gaande is,” zegt Brandsma. “De braakliggende terreinen en de leegstaande fabrieken waren al langer een probleem voor de regio. Daar moesten ze iets mee. Cultuur zou een uitkomst bieden, onder meer door musea te vestigen en parken aan te leggen.”

De verwachte sluiting van de kolenmijn is voor Brandsma het ideale moment om poolshoogte te nemen in het gebied. “We zien nog steeds wel hoogovens en rokende schoorstenen, maar het is absoluut niet te vergelijken met de situatie van dertig jaar geleden,” zegt Brandsma. De veranderingen en culturele pareltjes van de regio beschrijft ze in haar boek ‘Ruhrgebied: van rook en vuur naar natuur en cultuur’ dat ze maakte met fotograaf Jeroen van Eijndhoven. Het resultaat blijkt verrassend: het gebied kent meer dan 200 musea en een cultuurroute van 400 kilometer langs de vele bezienswaardigheden. “Dit verdient een groter publiek,” aldus Brandsma.

Sporen van industrie

Het Ruhrgebied blijkt een indrukwekkende metamorfose te hebben ondergaan. Sporen van de welvarende industrie zijn hierbij nog sterk aanwezig. Zo is een oude graanopslag in het voormalige havengebied van Duisburg omgebouwd tot een indrukwekkend museum voor moderne kunst; het zogenaamde Museum Küppersmühle. Precies datzelfde is gedaan met de kelders van een oude bierbrouwerij, tegenwoordig ingericht als het lichtmuseum Centre for International Light Art.

Veel braakliggende industrieterreinen zijn inmiddels teruggegeven aan de natuur. Een mooi voorbeeld is het Landschaftspark Duisburg-Nord, waar men kan wandelen en fietsen. Het voormalige hoogovencomplex is hier grotendeels bewaard gebleven en dient nu als bezienswaardigheid. Andere locaties ondergingen een nog veel grotere metamorfose, zoals het voormalige staalcomplex Phoenix in Dortmund. De fabrieken en hoogovens maakten plaatst voor een gigantisch meer. “Je weet niet wat je ziet,” zegt Brandsma. “Door de vele natuurgebieden waan je je bijna in Zwitserland of in een mediterraan landschap. Verrassend, omdat je dit totaal niet associeert met het Ruhrgebied.”

Statement

Daarnaast heeft cultuur het afgelopen jaar nog een ander doel gediend, namelijk als statement tegen de kolenwinning, die met de sluiting van de laatste kolenmijn nog niet voorbij is. “Het afgelopen jaar is er actiegevoerd om ook de negatieve kant van deze sluiting onder de aandacht te brengen,” zegt Brandsma. “Duitsland kan namelijk nog niet volledig zonder steenkool en moet dus uit de mijngebieden van onder meer Aziatische landen blijven importeren. Daar zijn de werkomstandigheden nog altijd slecht.”

Een opmerkelijk statement tegen de kolenwinning kwam van de Ghanese kunstenaar Ibrahim Mahama die afgelopen jaar een kasteel in het stadje Herne volledig wist in te pakken met jutezakken, gebruikt om steenkool mee te vervoeren. “Een geweldig kunstwerk dat, ondanks het feit dat die kolenmijn toch echt gaat sluiten, geweldige aandacht heeft getrokken, ”aldus Brandsma.

De bevolking van het Ruhrgebied begint langzaam te wennen aan het nieuwe culturele karakter van de metropool. Brandsma ging voor haar boek met een aantal van hen in gesprek: “Vroeger schaamde men zich om in dat vervuilde Ruhrgebied te wonen, zo bleek uit de reacties die ik kreeg. Nu begint de bevolking langzaam trots te zijn op de cultuur die het Ruhrgebied te bieden heeft. Ik hoop  met dit boek die verandering ook in Nederland teweeg te brengen. Wij reizen makkelijk een weekendje naar Berlijn, maar slaan het Ruhrgebied – los van hier en daar een kerstmarkt – nog te snel over.”

Ruhrgebied: van rook en vuur naar natuur en cultuur van Margriet Brandsma en Jeroen van Eijndhoven ligt vanaf deze week in de winkel

Reageer op artikel:
Hoe het Ruhrgebied verandert in een cultureel epicentrum
Sluiten