Nee, nooit zou ik over Zwarte Piet schrijven

maxpam 24 nov 2018 Mening

Historisch gezien is Adrianus Dingeman de Groot (1904-2006) – Adé voor zijn vrienden en prof. A.D. de Groot voor de anderen – de belangrijkste psycholoog van Nederland geweest. Zijn boek Methodologie, grondslagen van onderzoek en denken in de gedragswetenschappen is decennialang het standaardwerk geweest voor generaties studenten. De Groot was van de harde lijn. Psychologie moest een bètawetenschap worden, van therapeutisch gezwam moest hij niet veel hebben.

Misschien nog belangrijker was zijn proefschrift Het denken van den schaker, waarop hij in 1946 promoveerde. Verschillende schakers, onder wie Max Euwe, hebben aan de door De Groot bedachte experimenten meegedaan. De Groots conclusie luidde: “In vijf seconden kun je uitmaken of iemand grootmeester is.” Wat impliciet ook betekende dat je in vijf seconden kunt vaststellen hoe intelligent iemand is. Denken is geen langdurig proces, maar een vorm van zien en direct de oplossing weten. Op aanraden van de latere Nobelprijswinnaar Herbert Simon werd het boek vertaald – Thought and choice in chess – waarna het richtinggevend is geworden in de cognitieve psychologie.

Direct na de oorlog werd De Groot ziek. Hij moest enige tijd zijn arbeid aan de universiteit staken, maar omdat hij toch iets te doen wilde hebben, begon hij aan een boek dat een Fremdkörper in zijn werk zou blijven. Het boek is dan ook een vergeten boek geworden, nooit heeft het een tweede druk gehaald. Ooit had ik een exemplaar van De Groot zelf cadeau gekregen, maar ook bij mij heeft dat jarenlang ongelezen in de kast gestaan. Ik vermoed dat ik toen een exemplaar kreeg, omdat hij nog een hele onverkochte stapel had liggen. Hij overhandigde mij het na afloop van het interview dat ik hem afnam in zijn huis aan de Amsterdamse Vondelstraat. Een kolossaal pand overigens, want De Groot hield ervan de zaken groot aan te pakken.

Toch is dat vergeten boek op een rare manier ineens actueel geworden. Daarom zocht ik ernaar in mijn boekenkast. Maar helaas, ik kon het niet meer vinden. Uitgeleend? Of in de vuilniszak gestopt met andere nooit meer te lezen boeken? Gelukkig vond ik antiquarisch voor 25 euro nog een gaaf exemplaar.

Ik zal u niet langer in spanning houden: het boek van A.D. de Groot heet voluit: Sint Nicolaas, patroon van liefde. Met als ondertitel: Een psychologische studie over de Nicolaus-figuur en zijn verering in vroeger eeuwen en nu.

U begrijpt het al – ik was nieuwsgierig naar wat daarin zou staan over Sinterklaas en over de rol van Zwarte Piet. Ik geef toe dat ik me had voorgenomen nooit, nee nooit, over Zwarte Piet te schrijven, maar met A.D. de Groot als leidsman voel ik mij enigszins geëxcuseerd.

Sint Nicolaas, patroon van liefde is een serieus boek, dat kan ook moeilijk anders met De Groot als auteur. De Groot doet historisch onderzoek naar allerlei legenden over Sinterklaas: de geschiedenis van de zeelieden en van de drie maagden, het zuigelingenwonder, het verhaal van de gouden bekers en van de knaap die door de duivel werd vermoord. In al die verhalen speelt Sint Nicolaas een heldenrol, waarbij het opvalt dat het aandeel van Zwarte Piet meestal zeer beperkt is.

Sints knechtje duikt wel al op in de vroegste legendes. Meestal is hij niet zwart en als hij wel zwart is, heeft dat niets te maken met zwarten uit Afrika. Zwart is hier de kleur van de duisternis, van de rouw en van de dood. Maar vaak ook van het verstand. Zwarte Piet is van ver gekomen en groot is de evolutie die hij heeft doormaakt. Door Herman Vuijsje in zijn boek Zwartkijkers wordt Zwarte Piet zelfs met Tom Poes vergeleken. Zwarte Piet houdt Sinterklaas op het rechte pad, zoals Tom Poes dat doet met Heer Bommel.

Zwarte Piet is van ver gekomen en groot is de evolutie die hij heeft doormaakt.

Als je de Nicolaas-geschiedenis van bijna 1800 jaar overziet, is de racistische connotatie pas van zeer recente datum. Dat kan verklaren waarom de reactie op het racistische verwijt zo heftig is. Mensen die bij de verschijning van Zwarte Piet nooit een racistische gedachte hebben gehad, worden ineens van racisme beschuldigd – en dat voelt onrechtvaardig. Van de weeromstuit wordt dat verwijt beantwoord met echt racisme, zoals de hooligans afgelopen week hebben bewezen. Je kunt dat ook een treffend geval van selffulfilling prophecy noemen.

Het racistische verwijt komt nergens bij De Groot op, maar opmerkelijk genoeg koppelt hij Sinterklaas wel aan antisemitisme – en nou niet meteen roepen: “Daar heb je die Joden weer!”.

De legende die hij in dit verband vertelt, heeft wel een vreemde twist:

“Een christen in geldnood sluit een lening bij een Jood en zweert bij Sint Nicolaas dat hij het geld op een bepaalde dag zal teruggeven. Hij doet dit echter niet en zweert nu bij hoog en bij laag niets schuldig te zijn. Voor het gerecht gebracht, verklaart hij dit nogmaals, onder ede – nadat hij listiglijk zijn stok (die uitgehold is en waar het geld in zit) zolang aan de Jood heeft gegeven, om even vast te houden. De Jood krijgt niets en verlaat de zaal al scheldend op de heilige Nicolaas. Maar op straat wordt de bedrieger (de christen) overmand door slaapzucht, die hem dwingt midden op de weg te gaan liggen. Zo wordt hij overreden door een in scherpe draf aankomende wagen, en gedood. Maar ook de stok springt stuk en de geldstukken rollen eruit. De Jood weigert echter het geld te aanvaarden, zolang Sint Nicolaas niet de christen tot leven roept. Nauwelijks heeft hij dat gedaan of de overredene staat werkelijk op! De Jood wordt door dit voorval bekeerd en laat zich met zijn hele huis dopen”.

Eind goed al goed.

Een absurd geheel, zelfs voor de Middeleeuwse logica. Grappig is dat de christen hier de onbetrouwbare geldwolf speelt. De moraal zit hem natuurlijk in de bekering. Als Sinterklaas zelfs een christen op zijn plaats zet ten faveure van een Jood, moet het geloof van Sinterklaas wel de enig juiste zijn. De Groot probeert deze legende langs Freudiaans en Jungiaanse weg te verklaren, waarbij het doorrijden zou staan voor mislukt geslachtsverkeer, de stok voor het mannelijk lid en het geld voor de vruchtbaarheid des geloofs. Enzovoort. Volgens mij is dat niet het sterkste deel van het boek.

Tussen de pagina’s van mijn antiquarisch exemplaar vond ik een oud krantenknipsel. Mijn hart sprong open: het Wierings Weekblad van 4 december 1958! Dat was een buurtblaadje, uitgegeven door Het Parool. Er stond een lang artikel in over hoe Sinterklaasfeest na de oorlog in Amsterdam is gevierd. De grote animator was Carel Briels, voor al uw massa-spektakels! En voor God, vaderland en Oranje, maar wel lid geweest van de Kultuurkamer. Niet veel mensen zullen nog weten wie hij was, maar hij was het die bij de intocht een kwart miljoen Amsterdammers op de been kreeg, zonder dat er een wanklank werd gehoord.

Wist u dat er zelfs na de bevrijding in 1945 een intocht is gehouden?

Die werd mogelijk gemaakt door de Canadezen die hun legerjeeps graag ter beschikking stelden voor de viering. De Canadezen wilden echter niet aannemen dat er maar één Sinterklaas was en vele Pieten. Dat zagen zij liever omgekeerd. Onlangs is een dergelijk voorstel ook gedaan: maak Zwarte Piet de baas en geef vele Sinterklazen de rol van hulp-Zwarte Pieten.

Van mij mag alles.

De historicus Eric Hobsbawm heeft ons in The Invention of Tradition al geleerd dat je de meeste tradities moet wantrouwen. Neem de Schotse kilt, het tartanjurkje waaronder het mannelijk scrotum in ontblote toestand wordt gedragen. De kilt is helemaal geen Schotse, maar een Engelse uitvinding, en helemaal niet oud.

Maak van Zwarte Piet alles wat je wilt, van mij mag hij ook helemaal weg. Maar hou op met dat Gezeur. Want voor alles was Sint Nicolaas namelijk een patroon van de liefde, die zelfs de doden kon laten herrijzen. Kom daar tegenwoordig nog maar om. Als er straks een dode valt, is de huidige Sint tot niets meer in staat.

Reageer op artikel:
Nee, nooit zou ik over Zwarte Piet schrijven
Sluiten