Hoe Gennaro Gattuso plots sprak met de stem van de rede

Frank Heinen 26 nov 2018 Mening

Ik had het nooit zo op Gennaro Gattuso. Ik beschouwde hem als het soort speler dat je je eraan herinnert hoe moeilijk goed voetballen eigenlijk is. Gattuso schoof over het veld als iemand die tien jaar in een duistere kelder op Milanello opgesloten had gezeten en zojuist was vrijgelaten. Af en toe raakte hij een bal, veel vaker een tegenstander. Gattuso speelde zoals de gemiddelde inwoner van Palermo zijn scooter bestuurt. In zijn ogen stond een met een tomeloze energie vermengde krankzinnigheid te lezen. Als AC Milan een lome, zonnige zondagmiddag was, dan was Gattuso het geluid van de onvermijdelijke schuurmachine in een naburige achtertuin.

Jens Jeremies, was ook zo’n speler. Roy Keane. Mannen van wie je nog geen tweedehands knikkerbaan van kopen, maar je was wel gedwongen om hele Champions League-avonden naar ze te kijken.

Salvini en Berlusconi
Tegenwoordig is Gennaro Gattuso trainer van AC Milan. De patiënt is behandelaar geworden. Milan is tegenwoordig geen belangrijke club meer in Europa, zelfs in Italië zijn mensen nauwelijks nog van het team onder de indruk. Mijn hele jeugd was AC Milan het summum, samen met Barcelona misschien. Complete elftallen kon ik zonder haperen opdreunen, van Rossi tot Massaro en van Dida tot Kaká. Gisteravond zag ik een stukje van Lazio Roma – AC Milan en begreep dat dat voorlopig voorbij is. Ik kende de keeper Donnarumma, en de Turkse linksbuiten Calhanoglu – al zou ik beiden op straat in Utrecht zó voorbij lopen, iets wat me met Donadoni of Rui Costa nooit gebeurd zou zijn. Voor de rest bestond Gattuso’s elftal uit Gattuso’s, uit spelers die stuk voor stuk dertig of veertig miljoen waard zijn, maar die iedereen met enige kijk op de zaak zou laten liggen als je ze in de 1-eurowinkel zou tegenkomen. Milan bestaat uit Xenos-voetballers, aangevuld met een of twee Euroshopper-exemplaren.

Milan bestaat uit Xenos-voetballers, aangevuld door een of twee Euroshopper-exemplaren.

De coach staat erbij en kijkt ernaar. Gattuso is onmiskenbaar rustiger geworden, zijn haar zit beter in model dan vroeger (ik bedoel: er zit nu model in zijn haar) en in zijn krankzinnige blik is tegenwoordig plek voor berusting. Gisteravond maakte hij af en toe een haast bedachtzame indruk, zeker in vergelijking met zijn collega Simone Inzaghi, die ik me herinnerde als een wat slome kopie van zijn broer Filippo en die nu als een maniak over de doorweekte atletiekbaan danste.
De wedstrijd Lazio – Milan eindigde in 1-1, door een Romeins doelpunt in de laatste seconden van de wedstrijd. Na de wedstrijd werd de zichtbaar vermoeide Gattuso gevraagd wat hij dacht van de opmerkingen van Matteo Salvini, die in een van de talloze voetbalshows op de Italiaanse tv uit zijn dak was gegaan over het gebrek aan initiatief van de coach van zijn favoriete team.
(Misschien ten overvloede: Salvini is Italiës vicepremier en een van de engste mannen van Europa, ondanks stevige concurrentie in die divisie. Daarnaast is Salvini groot liefhebber van AC Milan.)
In Italië zijn voetbal en politiek nogal verweven. Je kunt het als politicus wel shaken als je zegt niet van de sport te houden, en de club van je voorkeur bepaalt voor een niet onaanzienlijk deel je populariteit. Berlusconi kocht AC Milan, maakte van Milan de beste club van Europa en werd vervolgens premier. Hij omhelsde Maldini, Gullit, Van Basten, Sjevtsjenko. Seedorf – toch iemand die wel eens verder keek dan het voetbalveld lang was – noemde Berlusconi een dierbare vriend. Toen Gattuso een paar jaar geleden een beginnende trainer was, vertelde hij dat hij Berlusconi als zijn doping had beschouwd, en dat hij hem graag als assistent zou willen meenemen, vanwege diens fantastische motivatiespeeches.

Toen Gattuso een paar jaar geleden een beginnende trainer was, vertelde hij dat hij Berlusconi als zijn doping had beschouwd.

Nulla verstand
En nu is er dus Salvini. Salvini, wiens populariteit maar blijft stijgen, ondanks zijn evident verwerpelijke persoonlijkheid en politieke agenda. Salvini, die weinig anders doet dan het morrend volk toespreken en op zijn weg naar het premierschap af en toe een voetbaltrainer te kakken zet omdat opportunisme nu eenmaal geen grenzen kent. Gattuso wreef in zijn ogen en zei: “Ik praat niet over politiek omdat ik er geen enkel (nulla) verstand van heb. (…) Ons land is een puinhoop en er zijn zo veel problemen. Laat hij zich daar op richten.”

Het zegt veel over een tijdperk als de stem van de rede moet komen uit de mond van Gennaro Gattuso, en ik vraag me af of hij hetzelfde gezegd zou hebben als Salvini hem met zijn tactiek had gecomplimenteerd, maar op de een of andere manier deed zijn norse respons me toch plezier.

Reageer op artikel:
Hoe Gennaro Gattuso plots sprak met de stem van de rede
Sluiten