Netflix zal zich moeten aanpassen aan bioscoopzalen

Netflix lijkt tegenwoordig wel de spreekwoordelijke pot met goud te zijn. Met bijna 140 miljoen abonnees wereldwijd (een verdubbeling sinds 2015), een budget van 13 miljard dollar om films en series te maken en grote regisseurs als Martin Scorsese en de gebroeders Coen die in de rij staan om iets voor hen te maken, is Netflix de natte droom van elke producent en filmmaker. Maar is Netflix wel zo onoverwinnelijk en onomstreden? Nu het videoplatform een eigen film – Roma – wereldwijd op het witte doek wil uitbrengen, lopen ze voor het eerst tegen grenzen aan: bioscoopketens gooien massaal hun zalen dicht voor Netflix. Wat ook betekent dat grote regisseurs zo worden veroordeeld tot het werken voor een klein scherm. De pot met goud begint wat te eroderen.

Dat Netflix grote invloed heeft gehad op hoe en wat we kijken, is de afgelopen jaren een understatement gebleken. Begrippen als ‘bingewatching’, ‘Netflixen’ (of de seksuele variant ‘Netflix & chill’) en ‘series-drop’ (een heel seizoen van een serie in één keer beschikbaar maken) waren voor het Netflix-tijdperk nietszeggende woorden. Elke nieuwe video-on-demand aanbieder wordt tegen de meetlat van de Amerikaanse gigant gehouden. Scoor je slechter? Dan zul je het niet lang volhouden. Want Netflix heeft een flinke oorlogskas waarmee ze met slimme marketing iedere concurrent weg kunnen drukken.

Nu geld bij Netflix geen issue lijkt te zijn – de winst bedroeg maar liefst 650 miljoen dollar over het eerste halfjaar van 2018 – komt prestige om de hoek kijken. Netflix wil, na het succes van series als House of Cards, The Crown en Sense8, nu ook serieus genomen worden op filmgebied. De eerste poging werd in 2015 gedaan met Beasts Of No Nation en was meteen een schot in de roos. De film werd als eerste Netflix-film geselecteerd voor het prestigieuze filmfestival van Venetië en werd door filmjournalisten lovend ontvangen.

De volgende overwinning was twee jaar later, in 2017, toen maar liefst twee films uit de Netflix-stal het tot de hoofdcompetitie van het filmfestival van Cannes wisten te schoppen: het Koreaanse Okja en het Amerikaanse The Meyerowitz Stories. Maar een Gouden Palm kon Netflix wel vergeten: juryvoorzitter en regisseur Pedro Almodóvar verklaarde dat films voor het witte doek gemaakt moesten worden, niet voor een streamingplatform als Netflix. En onder invloed van de machtige Franse bioscoopindustrie – waar een film pas drie jaar na vertoning in een bioscoop door Netflix mag worden uitgezonden – gooide het festival de deur met een harde klap dicht in het gezicht van Netflix.

Maar Netflix laat zich niet zomaar uit het veld slaan. De wens om mee te mogen doen met de grote jongens in Hollywood in de race om de Oscars is daarvoor te groot. En Netflix denkt groot. Dit jaar maakt het zelfs meer films dan de zes grote studio’s samen uitbrengen, waaronder de nieuwe prestigieuze film Roma van Alfonso Cuarón. Zijn vorige film, Gravity, won maar liefst zeven Oscars, waaronder beste regie en cinematografie. Zeer terecht, want het ruimtevaartdrama met Sandra Bullock en George Clooney, zag er vooral op gigantisch IMAX-doek geweldig uit. Je moet er niet aan denken dat deze film zou zijn veroordeeld tot een vertoning op een iPad of telefoon. Netflix moet makers als Cuarón dus niet alleen lokken met geld en creatieve vrijheid, maar ook met een bioscooprelease. Bijkomend voordeel is dat het dan meteen mee mag doen met de Oscars.

De verhouding tussen bioscoopketens en Netflix is echter niet heel goed. En dat is nog zacht uitgedrukt. Bioscopen willen traditiegetrouw niet dat een film tegelijk bij hen draait én op tv of internet te zien is. Ze eisen exclusiviteit. En laat dat nu juist net niet de strategie van Netflix zijn. Daar helpt een grote zak met geld niet heel veel aan.

Als er iets is wat Alfonso Cuaróns Roma verdient, dan is het wel een grote bioscoopuitbreng in de beste zalen. Niet alleen omdat het in adembenemend zwart-wit geschoten Mexicaanse familiedrama een groot doek verdient, maar ook omdat Cuarón gebruik heeft gemaakt van Dolby Atmos, waardoor het geluid je volledig onderdompelt. Tenminste: als Roma in een zaal draait die dit systeem heeft. Pech voor Netflix: deze technisch hoogstaande zalen zijn bijna allemaal in handen van de grote bioscoopketens. En deze boycotten tot nu toe allemaal de vertoning van Roma. Zo is de film niet alleen in Nederland, maar ook in de VS veroordeeld tot de kleinere bioscopen. Bij de persvertoning in een Nederlandse filmzaal leek het geluid wel uit een tweedehands surround-set te komen. Bioscoopketens als Pathé en Vue hebben in Nederland perfecte zalen, maar zolang ze Netflix boycotten, is niet alleen de filmliefhebber, maar ook de filmmaker de dupe van deze tweestrijd.

Netflix zal zich dus moeten aanpassen om filmmakers als Cuarón niet van zich te vervreemden. Schoorvoetend is het daarmee al begonnen, door de film in de VS drie weken voor de uitbreng op hun eigen platform al in de bioscoop te vertonen. En het heeft effect: de eerste filmprijzen en -nominaties stromen al binnen. Netflix heeft zich lang onkwetsbaar gewaand, maar zal nu moeten inbinden om met de grote filmwereld mee te mogen doen. Het speelkwartier is echt over.

Roma is vanaf 14 december zowel in EYE Filmmuseum Amsterdam te zien, als op Netflix zelf. Vanaf 3 januari gaat Roma ook landelijk in een aantal filmtheaters draaien, waaronder KINO Rotterdam en Filmhuis Den Haag.

Reageer op artikel:
Netflix zal zich moeten aanpassen aan bioscoopzalen
Sluiten