Spring naar de content
bron: Shutterstock

Minder koolhydraten eten tegen kanker. Helpt dat?

Steeds meer studies tonen aan dat een ketogeen dieet (met weinig koolhydraten) helpt bij het bestrijden van kanker. Meer onderzoek is geboden, maar wie gaat dat betalen?

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: William Cortvriendt

De gangbare verklaring voor kanker is dat er gedurende ons leven in de celkernen steeds meer beschadigingen ontstaan aan de genen. Daardoor ontstaan abnormale cellen die ongeremd groeien, met uiteindelijk vaak dodelijke gevolgen.

Deze opvatting over kanker heeft de laatste vijftig jaar geleid tot vele geneesmiddelen die erop gericht zijn deze veranderingen in het genetische materiaal van de cellen en de gevolgen hiervan – zoals de aanmaak van verkeerde eiwitten en ongeremde groei van kankercellen – aan te pakken. Er is daarbij geleidelijke vooruitgang geboekt, maar vaak blijken kankercellen resistent te worden voor de geneesmiddelen, met uiteindelijk het overlijden van de patiënt als gevolg.

Een toenemend aantal wetenschappers heeft daarom de laatste jaren de vraag gesteld of er iets niet klopt aan onze zienswijze over kanker en of we misschien de echte oorzaken over het hoofd zien. Er zijn namelijk redenen om aan te nemen dat de optredende beschadigingen in de genen van de celkernen secundair zijn aan een ander grotendeels vergeten fenomeen dat al in 1924 is ontdekt, het zogenaamde Warburg-effect, genoemd naar de ontdekker Otto Warburg.

Deze Duitse wetenschapper ontdekte namelijk dat kankercellen een andere energievoorziening hebben dan normale cellen. Normale cellen voorzien in hun energie door het van koolhydraten afkomstige glucose met behulp van zuurstof om te zetten in water en kooldioxide of door de van vetten afkomstige ketonen te verbranden. Kankercellen daarentegen krijgen hun energie vooral door de benutting van glucose zonder zuurstof, via een proces dat glycolyse heet. Dit laatste heeft echter één groot nadeel, namelijk dat het zo’n twintigmaal minder energie oplevert per molecuul glucose dan het normale verbrandingsproces met zuurstof. Kankercellen hebben daarom grote hoeveelheden glucose nodig om te kunnen te overleven, delen en groeien.

In de laatste jaren zijn er bovendien nog een aantal uitermate interessante ontdekkingen gedaan die voortborduren op het Warburg effect. In normale cellen wordt de reactie tussen glucose en zuurstof verzorgd door een bepaald onderdeel van de cellen, namelijk de mitochondriën, die zich buiten de kern in het celvocht bevinden. En het blijkt dat door het consumeren van veel suiker en overige snel verteerbare koolhydraten de mitochondriën geleidelijk aan beschadigen en de normale energievoorziening van de cel begint te sputteren, met als resultaat dat de genen in celkern mutaties gaan vertonen. Uiteindelijk moet de cel overschakelen op glycolyse om zich van energie te voorzien, de controle over de celgroei raakt verstoord en er ontstaan kankercellen. Met andere woorden, de primaire oorzaak van kanker ligt niet in de celkern, maar in de beschadiging van mitochondriën waardoor de energievoorziening van de cel verstoord raakt, in overeenstemming met het onderzoek van Otto Warburg in de twintigste eeuw.

De implicaties van deze bevindingen zijn enorm. Omdat de huidige wetenschap zich primair richt op het behandelen van genetische defecten in het DNA van de kern, wordt niet de oorzaak behandeld, maar slechts een symptoom, en zullen er vanwege de beschadigde mitochondriën en verstoorde energievoorziening steeds weer nieuwe kankercellen ontstaan.

Maar hoe dan wel verder? Allereerst biedt het Warburg effect houvast om kanker te voorkomen door de mitochondriën gezond te houden. En de methoden daarvoor zijn bekend! Het zijn namelijk precies die dingen waar we allang van weten dat je die moet doen om gezond te blijven, zoals niet roken, matig alcoholgebruik, regelmatig bewegen, gezonde vetten eten en vooral geen suiker consumeren of industrieel gemanipuleerde voeding uit pakjes kopen, maar alleen verse voeding.

En wat als je al kanker hebt? Buiten al het bovenstaande kun je ervoor zorgen dat de hongerende kankercellen zo weinig mogelijk glucose krijgen met behulp van een zogenaamd ketogeen dieet. Dit is een voedingswijze waarbij je veel vetten consumeert en niet alleen suiker volledig vermijdt maar bovendien per dag in totaal niet meer dan dertig à vijftig gram koolhydraten consumeert. Hierdoor schakelen je gezonde lichaamscellen over op het verbranden van de uit vetten afkomstige ketonen, wat kankercellen niet of nauwelijks kunnen. Het gevolg is dat er een energiecrisis optreedt in de kankercellen, waardoor de groei afremt en soms de kankermassa afneemt of zelfs verdwijnt. Dit is uiteraard afhankelijk van de mate waarin de energievoorziening van de kankercel is verstoord en in hoeverre deze al of niet volledig afhankelijk is geworden van glycolyse.

Een toenemend aantal onderzoeken laat zien dat het ketogeen dieet daadwerkelijk kan helpen in de strijd tegen kanker, zowel als enige therapie als ook in combinatie met radiotherapie of chemotherapie. Een ketogeen dieet lijkt vooral werkzaam bij kwaadaardige tumoren van de hersenen, borst, prostaat, lever en dikke darm.

Er moet echter nog veel meer onderzoek naar worden verricht. Want hoe voorspel je bij welke type kankercellen een ketogeen dieet werkzaam zal zijn? Hoe lang moet je je aan het dieet houden, en moet je dit constant volhouden of juist afwisselen met periodes waarin je meer koolhydraten consumeert? En met welke bestaande behandelingen kun je een ketogeen dieet het beste combineren en op welke manier, bijvoorbeeld tegelijkertijd met chemotherapie of het liefst na elkaar?

Maar er is een groot probleem. Dergelijk onderzoek kost veel geld en wie gaat dat betalen? Er ligt hier namelijk geen patenteerbaar nieuw antikankermiddel in het verschiet dat miljarden in het laatje gaat brengen en dat status en roem zal betekenen voor onderzoekers die aan een nieuw hightech geneesmiddel werken. Het gaat hier namelijk ‘gewoon maar’ om een ander voedingspatroon, dat geen enkele commerciële waarde creëert. Met andere woorden, er wordt dus veel te weinig onderzoek hiernaar gedaan.

En dat is gezien het al geleverde bewijs en de potentie van deze aanvullende therapie tegen kanker niet alleen heel jammer, het is eigenlijk gewoon een grof schandaal.