Spring naar de content
bron: Gabriël Kousbroek

Hongarije waarschuwt Wopke Hoekstra nog één keer

In aanloop naar de verkiezingen hebben we Hans Haversmid bereid gevonden om verslag te doen van politieke strubbelingen in Brussel. Als freelance correspondent is hij uniek: weinigen hebben zoveel inzicht in de Brusselse politiek als Haversmid. Deze week onthult hij hoe Orbán collega Wopke Hoekstra een laatste waarschuwing geeft.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Hans Haversmid

Dinsdag was er enorm veel aandacht voor Wopke Hoekstra, de Nederlandse minister van Financiën. Hoekstra sprak Berlijn toe. Daarbij dreigde hij andermaal om de geldkraan naar midden-Europa (zeg nooit oost-Europa) dicht te draaien. Harde woorden voor een nieuwkomer in Brussel, waar politiek iets is voor mensen met een lange adem.

De aanval was gericht op Hongarije, en in het bijzonder op premier Viktor Orbán, die enerzijds een grote hoeveelheid subsidies opstrijkt, maar anderzijds zeer sceptisch naar Brussel kijkt. Saillant is dat Hoekstra en Orbán van dezelfde politieke familie zijn: de christen-democratische EPP-fractie in het Europarlement. EPP staat voor Europese Volkspartij.

Nu wil het toeval dat ik deze week afgesproken had met Zoltán Kovács, een invloedrijke stem binnen de Hongaarse regering. Zou de aanval op de Hongaarse bondgenoot – friendly fire, zouden ze bij Clingendael zeggen – onbeantwoord blijven?

Ik ontmoette Kovács in een persruimte, direct stelde hij voor om te verplaatsen naar het Hilton, waar hij de hotelbar inschreed en begroet werd door het personeel alsof ze hem al jaren kenden.

Dat hotel was zeker uit de Europese pot, dacht ik grimmig, maar zei niets – uit journalistiek plichtsbesef. Toen hij me had voorzien van een glas spa-rood, zelf nam hij een daiquiri, begon hij aan een tirade. “De west-Europese elites zijn gek geworden, en dat is te zien aan alles. Ze zijn de grip op de werkelijkheid kwijt. Het ergste is dat Orbán wordt aangevallen door zijn eigen partij, en zelfs door Manfred Weber (de Spitzenkandidat, red.). Die heeft tot onze verbijstering gezegd dat hij de stemmen op Orbán en de Fideszpartij niet nodig heeft. Een schande!” Hij gebruikte niet echt het woord schande, maar een Hongaars woord dat ik niet verstond. Het had wel dezelfde betekenis, denk ik.

“Als een land als Hongarije op deze manier wordt behandeld, dan kunnen we deze fractie niet langer steunen,” brieste Kovács. Hij veegde met een servetje zijn mond af, en nam een slokje. Juist toen ik hem wilde vragen naar Hoekstra, ging hij verder. “Jullie hebben geen idee wat het Hongaarse volk allemaal heeft moeten doorstaan, en waarom het zo’n last was om ons te bevrijden van het juk van de Sovjets, en nu gebeurt weer hetzelfde! Alleen maar minachting voor de Hongaren, en dan te bedenken dat we een hek hebben gebouwd waar iedereen van heeft geprofiteerd!”

Niemand in Brussel wilde dat hek, wil ik hem toebijten, maar daar krijg ik de kans niet voor, want ik word besproeid met consumptie en het verwijt dat ik mijn werk niet goed doe. Het wil maar niet tot een gesprek over gedeelde Europese waarden komen. “Alles moet vanuit Brussel worden opgelegd aan de Hongaren, maar dat pikken we niet langer en we zijn inmiddels met meer!”

Maar de democratie dan? Ik probeerde Kovács uit te leggen dat er een lange democratische traditie was, waar de Hongaren zich aan moesten houden. “Juist de EU is niet democratisch, en dat kun jij weten, met die ongekozen eurocraten. Nee dan Orbán, die een breed mandaat van het volk heeft.”

Mijn gedachten gaan uit naar Wopke Hoekstra, die dadelijk, als hij eenmaal premier is en de leider van het CDA, met dit soort onnozele types op moet schieten. Voor de vorm vroeg ik ok Kovács een mening had over Hoekstra. “Zolang hij niet in zee gaat met de socialisten, kunnen we door een deur,” zei Zoltán Kovács, “Maar dan moet hij wel zorgen dat de geldstromen niet worden dichtgedraaid, want dan heeft hij een hele slechte aan ons.”

Ik concludeerde dat er binnen de fractie van de christendemocraten nog veel ruimte is voor diverse standpunten. Voor het eerst was Kovács het met me eens. “Ja, wij Hongaren houden van debat. Het debat is springlevend, en de fractie heeft hier veel baat bij.”

“Op voorwaarde dat Orbán het laatste woord krijgt,” zei ik geïrriteerd.

Hij beaamde dat volmondig. Er viel een stilte, toen ontdekte hij dat ik een grapje had gemaakt. In een teug dronk hij zijn daiquiri leeg en beende uit de lobby. Uw correspondent bleef verward achter.

Volg Hans Haversmid ook op Twitter.