Spring naar de content
bron: Gabriël Kousbroek

Ontroerde Spitzenkandidat troost Brusselcorrespondent

De eeuwige nieuwsbron uit Brussel droogt, met het oog op het zomerreces langzaam op. Lobbyisten zijn vertrokken naar de Côte d’Azur om hun zuurverdiende geld uit te geven aan drankjes met parasolletjes. Alleen Brusselcorrespondent Hans Haversmid zoekt nog naarstig naar een scoop.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Hans Haversmid

De Brusselse politiek is heel eenvoudig en degene die het tegenovergestelde beweren zijn eurosceptisch of anderszins slecht geïnformeerd. Je hebt meer aan een adressenboekje dan aan een traineeship, en je moet van uitgebreid lunchen houden. Dat zijn de vuistregels, de rest is bijzaak. Met die slotsom wilde ik eindigen en mijn tas pakken voor een langdurige vakantie. Het was broeierig, donkere wolken pakten zich samen rond het Berlaymont. De laatste persconferentie was achter de rug, de perszaal leeg, zelfs de stagiairs liepen langzamer dan normaal.

Tijd om naar huis te gaan, mailde Tom Kellerhuis. Maar iets hield me tegen. Een poster van een authentiek filmhuis, waar een oude documentaire van de VPRO zou worden vertoond. De VPRO-documentaire ging over een Eurocommissaris die de vluchtelingencrisis trotseerde en zich inzette voor het Europa van morgen. Oh, natuurlijk, dacht ik. Als gehypnotiseerd kocht ik een kaartje en betrad het kleine filmhuis. De Europeaan stond op het punt te beginnen.

Nu staat Brussel tijdens het hoogseizoen bekend om het enorme culturele aanbod, maar in de zomer wordt het langzaam rustig. Het was uitgestorven. Alleen voorin zat een kale man in een ruimzittend kostuum, naar het witte doek te turen. Ik meende hem ergens van te herkennen, maar toen werd ik afgeleid door de inleidende beschietingen van de documentaire.

Pas na een kwartier, toen de man begon te schokschouderen, kreeg ik een aha-erlebnis. De man die zo geëmotioneerd was, had daar alle recht toe: de documentaire ging over hem. Ik stond op om naast hem te gaan zitten en hem een zakdoekje van het merk Kleenex aan te bieden. Hij nam het dankbaar aan. “Het spijt me dat ik me zo laat meeslepen, maar dit went nu eenmaal nooit.” Ik vergeleek de man in de bioscoop met de man op het witte doek. Hij was afgevallen, had een kort baardje, een nieuw montuur, maar ook een gezicht met levenservaring. Hij had zich niet laten kennen. Ik wilde hem ernaar vragen, maar hij wees naar het scherm. Eerst kijken, dan praten we, leek hij te zeggen.

De man die zo geëmotioneerd was, had daar alle recht toe: de documentaire ging over hem.

“U moet weten, heer Haversmid, dat dit een ontroerend tijdsdocument voor me is. Het gaat over een jonger Europa, met minder krassen op de ziel,” zei hij toen we het zaaltje uitliepen, op zoek naar een bistro. “Bent u veranderd?” Ik was een beetje starstruck. “Ach, het gaat niet echt om mij, het gaat om het project – dat is nog steeds hetzelfde. Maar de omstandigheden zijn niet eenvoudiger.”

Hij leidde me naar binnen bij een verrassend eenvoudig restaurant. Ik vroeg hem waarom hij na de verkiezingen zo uit het zicht was verdwenen. Iratxe Garcia, een Spaans Europarlementariër, werd van de week naar voren geschoven om de fractie te leiden. “Ach meneer Haversmid, het draait echt niet om mij als persoon. We hebben gewoon goede onderlinge afspraken gemaakt. Waar het wel omgaat, is dat de Unie feministischer en ecologischer moet. Daarvoor ben ik de juiste man.”

“Dus u kunt nog steeds de voorzitter van de Europese Commissie worden?” 

“Er is nog hoop. Sterker nog, ik heb er alle vertrouwen in. Ziet u, meneer Haversmid, het is te vergelijken met wielrennen: als je een bergetappe rijdt, wil je ook niet degene zijn die al bij het eerste colletje de voorsprong pakt. Nee, je moet juist bij de juiste beklimming vooraan zitten, met een uitgedund peloton. Ik heb mijn campagne ook wel vergeleken met de Tour de France: het gaat er niet om wie het Geel aanheeft bij La Planche des Belles Filles. Nee, je moet er juist staan bij de Tourmalet, de Alpe d’Huez en uiteindelijk in Parijs. Maar waar ik Parijs zei, bedoel ik natuurlijk Brussel.”

Ik complimenteerde hem met de metafoor. “U moet uw goede werk niet opgeven hoor, we zijn in zekere zin allemaal bezig met hetzelfde: een bijdrage leveren aan een sterker Europa. Daarvoor hebben we ook mensen zoals u nodig, die doorspitten wanneer andere opgeven.” Ik begon te blozen. “Kijk meneer Haversmid, over vijf jaar kunnen we opnieuw naar de Europeaan kijken, en dan zult u zien dat er weer van alles is gebeurd in de Unie. Wel, als ik de kar mag trekken de komende vijf jaar, hebben we over vijf jaar een sociaal en feministisch Europa.” Ik was erg tevreden met deze ontboezemingen, maar moest ook denken aan mijn trein, die nog dezelfde avond naar Den Haag zou vertrekken.

“Nog een opmerking, meneer Haversmid! Il faut cultiver son jardin!” Dat is zo typerend aan deze Europeaan: Een mooier slotwoord had ik zelf niet kunnen bedenken.

Onderwerpen