Spring naar de content
bron: Wikicommons

Scouten in de stad: waar moet het slavernijmuseum komen?

Komt er een slavernijmuseum in Amsterdam, en zo ja, waar? Het draagvlak voor een slavernijmuseum groeit, maar er liggen nog een hoop beren op de weg. HP/De Tijd vond alvast een aantal historisch relevante en geschikte A-locaties waar een slavernijmuseum op z’n plek zou zijn.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Sebastian Proos

De plannen en besprekingen zijn nog zó pril, dat er nog niet eens zekerheid is of er een fysieke locatie komt, zegt Gordon Cruden van het NiNsee (Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis). “De opdracht is voor een museale voorziening, dus dat kan heel uiteenlopend geïnterpreteerd worden, bijvoorbeeld ook een virtuele of digitale voorziening”, aldus Cruden.

Als blijkt dat na een jaarlijkse investering van een miljoen euro in dit project er alleen een VR-project voor terugkomt, zal dat koren op de molen zijn van de critici die het slavernijmuseum sowieso al niet zagen zitten. We gingen op zoek naar een aantal historisch verantwoorde locaties, en zetten die voor u op een rijtje.

Bron: UvA/Wouter van der Wolk

Het Oost-Indisch Huis/Bushuis

Dit statige pand aan de Kloveniersburgwal is het voormalige hoofdkwartier van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, waarvan er één kamer nog in originele staat is gehouden. In deze kamer vergaderden de zogeheten Heren Zeventien, die het beleid van de VOC uitstippelden en leiding gaven aan de eerste multinational. Vanuit deze locatie werd beleid bepaald voor de economische en koloniale exploitatie van onder andere Indonesië, India en Zuid-Afrika. De zaal zelf is echter een replica van de originele vergaderzaal die in 1976 na een grondige renovatie is opgeleverd, maar dat doet niet af aan de authentieke indruk.  Het is een groot pand, met veel kamers en ruimte die op dit moment nog bezet zijn door de Faculteit Geesteswetenschappen van de UvA. Zou de universiteit welwillend zijn om het pand af te staan voor een nobele zaak? Er zijn nog geen plannen in zicht om dit pand te verkopen, zo deelt Yasha Lange mij mee, perswoordvoerder van de universiteit. Wellicht dat hier met druk vanuit de gemeente verandering in kan komen. Desalniettemin heeft het gebouw al een publieke functie en is de VOC-kamer op aanvraag te bezichtigen en af te huren.

Bron: Stadsherstel

West-Indisch Huis

Nog geschikter dan het Oost-Indisch Huis is dit prachtige vrijstaande pand aan de Haarlemmerstraat. Het pand is oorspronkelijk in 1617 als wachtruimte voor een schutterij en vleesopslagplaats gebouwd. Hier zetelde het bestuur van de West-Indische Compagnie van 1623 tot 1647. De WIC was onder andere verantwoordelijk voor de Nederlandse slavenhandel en verscheepte tot-slaaf-gemaakte Afrikanen van de West-Afrikaanse kust naar de Caribische eilanden en Zuid-Amerika, en koloniseerden en veroverden plaatsen als Nieuw-Amsterdam (het latere New York), Brazilië en diverse Caribische eilanden, waarvan er een aantal nog in Nederlands bezit zijn. De WIC richtte eveneens zogenaamde factorijen op in West-Afrika, waar de mensen verzameld werden die verhandeld werden in de slavernij. Voor wie zich er verder in wil verdiepen is het boek De Geschiedenis van de WIC van Henk den Heijer aan te raden.

Op dit moment nestelen er een aantal bedrijven, is er een café op de begane grond gevestigd, en kunnen er ook zalen in het WIC-huis afgehuurd worden voor bruiloften en andere privéaangelegenheden. Geen onmisbare publieke functies in dit gebouw dus.  Toch hebben een aantal bedrijven er langdurige contracten lopen, aldus Stella van Heesik, woordvoerder van Stadsherstel.  Of de gemeente die niet zou kunnen afkopen durft van Heesik niet te zeggen.

Bron: Het Scheepvaartmuseum/ Eddo Hartmann

Het Scheepvaartmuseum

Waarom eigenlijk nog een museum erbij bouwen, als er al een museum is die prima omgetoverd kan worden tot slavernijmuseum? Dit eveneens monumentale pand werd in 1656 gebouwd als ’s Lands Zeemagazijn. Er werden goederen opgeslagen die gebruikt werden in de scheepvaart, zoals kanonnen, vlaggen, touw en andere gebruiksvoorwerpen voor schippers. Pas in 1972 kreeg het pand zijn huidige bestemming als museum.

Volgens Vera Carasso, algemeen directeur van het Scheepvaartmuseum, is de instelling al volop bezig met de negatieve keerzijden van de maritieme en koloniale geschiedenis van Nederland te belichten. Er is in feite al een gedeelde functie voor het Scheepvaartmuseum om ook de slavernij mee te nemen in het verhaal. Carasso is niet van mening dat het slavernijmuseum daarom geen meerwaarde zal hebben, aangezien de consequenties van de slavernij nog steeds voelbaar zijn in de huidige Nederlandse samenleving en de discussie over de slavernij volop leeft. Er zal dus alsnog een andere locatie gezocht moeten worden.

Bron: Wikicommons
bron: Wikicommons

West-Indisch Pakhuis

Tenslotte is er nog het West-Indisch Pakhuis. Dit voormalige pakhuis van de WIC staat op Rapenburg, op een steenworp afstand van het Scheepvaartmuseum. Het pand is in 1642 opgeleverd en deed tussen 1647 en 1674 dienst als hoofdkwartier van de West-Indische Compagnie. Op de begane grond werden dierenvellen uit Amerika geperst en opgeslagen en de etage geeft dezer dagen een groezelige en duistere indruk, ideaal voor een onderwerp als de slavernij. Er zijn op dit moment een aantal kantoren gevestigd, waarvan er een groot deel nog te huur is, verraadt een snelle Google-search.  Aangezien het pand door meerdere makelaars wordt geëxploiteerd is het lastig om een totaalsom in beeld te brengen, maar dit zal waarschijnlijk voor niet al te exorbitante prijzen te regelen moeten zijn. Al in al is dit pand, gezien de grootte, ligging, beschikbaarheid en historische relevantie een ideale kandidaat. Dus, Gemeente Amsterdam, discussiërende partijen en het Rijk, doe er uw voordeel mee!