Spring naar de content
bron: ANP

Smeekbede van een flexitariër: verlos ons van de kiloknaller

Jan Smit heeft de vorige week voor het eerst in zijn leven in een restaurant een veganistische hamburger verorberd.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jan Smit

Die burger was gemaakt van onder meer kikkererwten en qua smaak en textuur uitmuntend. Dûh, zult u misschien zeggen – veganburgers: anno 2019 is er geen ontkomen meer aan. Maar daar gaat nu even niet om, het gaan om het keuzeproces. Dat werd sterk gestuurd door het (beperkte) aanbod. De menukaart bevatte slechts vier hoofdgerechten, twee veganistische, een met vis en een met diamanthaas, een vergeten stukje rundvlees, in de volksmond vroeger bekend als Jodenhaas. Dan maar de Beyond the Meat Burger.

Deze sturing, ik moest eraan denken toen ik dinsdag hoorde dat GroenLinks – in het zicht van de jaarlijkse Binnenhof Barbecue? – weer pleit voor een verbod op de verkoop van kiloknallers (vlees zonder keurmerk). Gaap, was mijn eerste ingeving. Want dat is niet voor het eerst. In 2015 zetten PvdA en ChristenUnie het ook al eens op de politieke agenda; die motie kreeg geen meerderheid. Staatssecretaris Dijksma zag eerder, in 2014, evenmin iets in een verbod.

Maar the times they are a changing. Ons eten is te goedkoop, de landbouw moet verduurzamen, bepleitte Landbouwminister Schouten twee weken geleden nog maar weer eens. De sector moet meer circulair, naar een kringloop.

Ik ben flexitariër. Tamelijk laf.

Gelijk heeft ze. De landbouw – de vlees- en zuivelindustrie voorop – is wereldwijd goed voor een flink deel van de uitstoot van broeikasgassen en de ontbossing. Dan heb ik het nog niet eens over de aanhoudende misstanden in de bio-industrie en het beslag op de wereldvoedselvoorziening. Voor een kilo biefstuk is 25 kilo voer nodig. Dat is veel. Teveel. Oftewel: als we straks met 10 miljard mensen zijn en iedereen wil dagelijks vlees op zijn bord, hebben we een groot probleem.

Dat moet veranderen. Hoe? De boeren priemen voortdurend naar de supermarkten; die betalen te weinig. Dus moeten ze wel. De supermarkten schuiven de hete aardappel door naar de consument; díe is to blame. En de consument? Die calculeert en blijft gaan voor de kiloknaller.

Deze ongemakkelijke waarheden, ze staan gebeiteld op mijn harde schijf. Voor mij jaren geleden reden de vleesconsumptie te verminderen. Ik ben flexitariër – drie dagen vlees, bij voorkeur biologisch of natuurvlees van koeien (Schotse Hooglanders, Herefords) die het hele jaar buiten lopen, vier dagen vegetarisch. Net als inmiddels ongeveer de helft van alle Nederlanders.

Tamelijk laf. Voor wie echt principes heeft, is er maar een weg: vegetariër worden. Of nog beter: veganist. Maar ik ben een carnivoor, ik houd van vlees. Cognitieve dissonantie, ik weet het – net als bij de laatste verstokte roker, die blijft roken, ook al wordt hij iedere sigaret die hij opsteekt geconfronteerd met de meest afschrikwekkende foto’s. Of de klimaatscepticus, die weet dat de aarde opwarmt, maar dit nukkig blijft ontkennen om de eenvoudige reden dat hij gewoon geen zin heeft om zijn leefwijze te veranderen. Na hem de zondvloed. Mogelijk letterlijk.

Als de diepvrees leeg is, het banksaldo even geen bio toestaat en ik heb haast, pak ik wat er voor handen is. Met of zonder keurmerk.

Uitstel van behoeftebevrediging is de hoogste vorm van beschaving, leerden we van de Romeinse filosoof Seneca. Het is er bij mij ingehamerd – een van mijn vroegere hoofdredacteuren declameerde dit tot vervelens toe. Het heeft niet geholpen. Verleidingen kan ik nog steeds moeilijk weerstaan. Die van vlees bijvoorbeeld; als ik trek krijg, de diepvries leeg is, het banksaldo even geen bio toestaat, en ik heb haast, dan pak ik in de supermarkt wat er voor handen is. Met of zonder keurmerk, het maakt niet uit.

Volgens mij is er maar een manier om dat te veranderen: verbieden die kiloknaller. Aan alternatieven – vlees met keurmerk, (betaalbare) vleesvervangers, linzen, peulvruchten, noten – geen gebrek.

Aanbod stuurt vraag. Bij Eetkamer Everydays in smaakstad Zwolle (onder meer De Librije) weten ze daar alles van.