Spring naar de content

Bloed doneren wordt per 1 juli makkelijker – ook voor homomannen

Stichting Sanquin versoepelt per 1 juli de keuring voor bloeddonoren in risicogroepen. Zo kunnen mannen die seks hebben met mannen straks vier maanden na hun laatste seksuele contact bij de bloedbank terecht. Nu is dat nog een jaar. ‘Discriminatie wordt zo zoveel mogelijk vermeden en de patiëntveiligheid blijft in stand.’

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Eva de Koeijer

Sanquin verkort de uitsteltermijn voor bloeddonatie in risicogroepen tot vier maanden. Onder die risicogroepen worden onder meer verstaan: mannen die seks hebben met mannen (nu nog twaalf maanden na het laatste seksuele contact), donoren die een piercing of tatoeage hebben laten zetten (nu nog zes maanden), donoren die een endoscopie of acupunctuurbehandeling hebben gekregen (nu nog zes maanden), cocaïnegebruikers (nu twaalf maanden) en sekswerkers (nu nog volledig afgekeurd).

Na de uitsteltermijn van vier maanden zijn bloedoverdraagbare infectieziekten – zoals hepatitis B, C, syfilis en hiv – aantoonbaar in het bloed. Daarvóór zijn zulke infectieziekten soms nog niet aantoonbaar, maar wel besmettelijk bij transfusie. Met dit nieuwe beleid kan Nederland zich een wereldwijde koploper noemen.

“De uitsteltermijn van twaalf maanden is al heel lang de internationale standaard,” vertelt Ed Slot, arts en secretaris medisch beleid bij Sanquin. “Dat beleid dateert nog uit de jaren tachtig en is ingevoerd voordat de PCR-techniek beschikbaar was.” Met de zogenaamde PCR-techniek kunnen via bloed overdraagbare infectieziekten relatief snel, dus na vier maanden, aangetoond worden. Het gebruik van de techniek is in de Europese Unie echter niet verplicht en wordt vanwege de hoge kosten niet overal toegepast.

Andere koplopers zijn Canada (sinds vorige maand een uitsteltermijn van drie maanden) en het Verenigd Koninkrijk, met uitzondering van Noord-Ierland. Denemarken en Malta zijn op dit moment bezig met het herzien van hun beleid.

Rob Jetten vindt het onrechtvaardig dat ‘rondvrijende hetero’s als veilig worden beschouwd’.

Bij de kortere termijn komt een risico-inschatting kijken, en aan die risico-inschatting zijn kosten verbonden. Echter, die extra kosten zijn marginaal voor Sanquin, meent Slot. “Al het bloed dat we binnenkrijgen wordt tóch getest. De standaardkosten van bloedtesten zijn heel hoog, maar het is belangrijk om veilige transfusies te geven. Het enige wat je moet doen bij bloed dat positief test op infectieziekten, is bevestigingsonderzoek doen, de donor informeren en adviseren en de donorproducten afboeken, want dat bloed wordt natuurlijk niet gebruikt voor transfusie.”

Patiënten die bloed ontvangen, hoeven zich volgens Slot geen zorgen te maken om de veiligheid van het bloed. Op jaarbasis zijn er in Nederland tussen de dertig en zestig bloeddonoren die positief testen op infectieziekte en Slot verwacht niet dat dat aantal na 1 juli zal oplopen. “En anders vissen we ze er wel uit. Die termijn van vier maanden is voldoende, op basis van de gevoeligheid van de test en de epidemiologie in Nederland. Er worden geen concessies gedaan rondom de veiligheid van patiënten. Het belangrijkste is dat de donor eerlijk is naar ons en eventuele risico’s meldt.”

In enkele gevallen worden donoren nog volledig afgekeurd.

Begin dit jaar pleitte D66-leider Rob Jetten nog voor een gelijkwaardiger donorbeleid. Homoseksuelen vragen om een jaar geen seks te hebben voor ze mogen donoren, is discriminerend, schreef hij op Valentijnsdag in een opiniestuk in het AD. Ook schreef hij dat het onrechtvaardig en riskant is dat ‘rondvrijende hetero’s als veilig worden beschouwd’.

Met het nieuwe beleid wordt ‘discriminatie zoveel mogelijk vermeden en blijft de patiëntveiligheid in stand’, meldt Sanquin-woordvoerder Robert Heckert desgevraagd. Bij het opstellen van het nieuwe beleid is uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan en is er overlegd met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, patiëntenorganisaties en het COC.

Ed Slot licht toe dat ook uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof van Justitie zijn meegenomen in de afweging tot nieuw beleid over te gaan. “We zijn erop gewezen dat we op de oude manier weliswaar de veiligheid van transfusies goed waarborgen, maar dat er ook een betrekkelijk recht is voor mensen om bloeddonor te worden. Hoewel dat recht ondergeschikt is aan het recht van patiënten op veilig bloed, zoeken we wel naar donorbeleid dat ook tegemoet komt aan de wens om bloeddonor te zijn.”

In enkele gevallen worden donoren nog volledig afgekeurd. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer iemand ooit harddrugs ingespoten heeft met naalden, of positief getest is op een via bloed overdraagbare infectieziekte zoals hiv of hepatitis B of C.