Spring naar de content

Tarantino toont hoe gelaagd de wereld écht is

Bent u nog niet naar de nieuwe film van Quentin Tarantino gaan kijken? Dan moet u meteen stoppen met het lezen van deze column en u naar de cinema reppen, want Once upon a time in Hollywood is zonder twijfel de belangrijkste en urgentste film van het jaar, stelt Roderik Six.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Roderik Six

Dit lijkt op het eerste zicht een vreemd advies, want de tiende en de misschien wel de laatste film van Quentin Tarantino is ogenschijnlijk de meest gezapige en zachtmoedigste uit zijn oeuvre. Opvallende afwezige in de film: het ultrageweld dat QT in zijn vorige films zo verbluffend in beeld wist te brengen. Dat heeft hij deze keer niet nodig; hij weet het brein van de kijker te prikkelen zonder onthoofdingen en met Bijbelquotes gelardeerde executies.

Het is een plezier om Brad Pitt en Leonardo DiCaprio met elkaar en hun imago te zien dollen.

Het is lang geleden dat ik nog zo enthousiast was om naar de cinema te gaan, en velen met mij, want mijn eerste poging om de nieuwe film van Tarantino te zien, strandde op ellenlange wachtrijen. Files, om een film te zien! En dat terwijl cinemacomplexen al jaren worstelen met dalende bezoekersaantallen, een neergang die enkel nog gecamoufleerd kan worden door een eindeloze reeks superheldenvehikels, de ene al bespottelijker dan de andere. De laatste jaren gold een cinemabezoek enkel nog als duur excuus om je op een katerdag vol te proppen met junkfood terwijl robots en spandexpakjes om je aandacht bedelden. 

Er zit dus weinig actie in de nieuwe Tarantino. Aanvankelijk kabbelt de film zelfs een beetje doelloos door het Hollywood van de late jaren zestig. Het is een plezier om Brad Pitt en Leonardo DiCaprio met elkaar en hun imago te zien dollen, maar van een plot is amper sprake. Toch nagelt Quentin Tarantino je tweeënhalf uur op het puntje van je stoel, en dat is niet louter omwille van de spitse dialogen, de technicolor-decors en de topcast.

Het is de gelaagdheid van de film die zo uitdagend werkt. Once upon a Time in Hollywood bevat zoveel dubbele bodems dat de grond onder je voeten verdwijnt. Het is bij uitstek een postmodern kunstwerk. Volgt u even mee. Twee hedendaagse topacteurs kruipen in de rol van B-acteurs die je vooral achter de schermen van tinseltown te zien krijgt. Veel scènes gaan over het filmen van scènes, zodat je een verdubbeling van de acteerprestaties krijgt, en dat terwijl acteren in zijn kern al een vervalsing is. Je meet jezelf als acteur immers een nieuwe, verzonnen identiteit aan. Daarenboven is de verhouding tussen Pitt en DiCaprio al vanaf de openingsscène gedoubleerd: Pitt speelt de stand-in van DiCaprio die vooral in westerns moet opdraven, westerns die op zich al een valse verheerlijking van het Amerikaans verleden afbeelden. Later in de film moet DiCaprio, wiens carrière in het slop zit, zelfs uitwijken naar Italië waar ze een Amerikaanse western namaken. Hoeveel fictie kan je op elkaar stapelen?

Ik blijf met opzet de acteurs bij hun echte naam noemen want dat is wat je als kijker blijft zien: niet de personages Rick Dalton en Cliff Booth maar de iconische wereldsterren Leonardo DiCaprio en Brad Pitt. Dat leidt tot rare scènes: sekssymbool Pitt die door vrouwen wordt uitgejouwd, DiCaprio die – in de spiegel – zichzelf vervloekt omdat hij als een amateur zijn tekst vergeet. Dat is enkel hilarisch omdát het Pitt en DiCaprio zijn. 

Filmstudenten zullen nog lijvige thesissen nodig hebben om alle referenties op te sommen.

Daarnaast verwijst Quentin Tarantino naar aloude postmoderne traditie ook voluit naar de filmgeschiedenis én naar zijn eigen films. Filmstudenten zullen nog lijvige thesissen nodig hebben om alle referenties op te sommen. De verplichte cameo van Samuel L. Jackson is alvast één easter egg. Het feit dat acteur David Herriman in de rol van Charles Manson kruipt, is een tweede. Herriman belichaamt de cultleider namelijk ook in Mindhunter, de ijzingwekkende reeks van David Fincher, een feit waar Tarantino van op de hoogte was. 

In het grandioze slot van Once upon… haalt de regisseur een sterk staaltje geschiedsvervalsing uit en ook dat heeft een bizar effect op de kijker: je wéét dat Quentin Tarantino de feiten verdraait – de Mansonmoorden behoren tot het collectief geheugen – en toch aanvaard je deze nieuwe afloop. Tarantino is een goochelaar je de inhoud van de trukendoos laat zien en je nadien alsnog bij de neus neemt. 

Net omwille van het postmodern karakter is Once upon zo urgent. In identitaire tijden, waarin de rechterflank hunkert naar éénduidigheid, toont deze film hoe meerlagig de werkelijkheid is. 

Tarantino bewijst dat het postmoderne tot ons historisch DNA is gaan behoren.

Is het toeval dat de film zich tegen de achtergrond van de turbulente jaren zestig afspeelt? Dé periode waarin de gevestigde orde aan het wankelen werd gebracht door kritische studenten en vrije geesten die het gezag tartten door voluit met drugs en seks te experimenteren. De rigide denkschema’s van de jaren vijftig werden toen finaal aan diggelen geslagen en alle huidige reactionaire oprispingen ten spijt: de geest gaat niet meer terug in de fles.

Quentin Tarantino ondergraaft met zijn laatste film het identitair debat. De vraag is niet ‘Wie zijn we?’ maar ‘Hoeveel zijn we?’ Dat doet hij waarschijnlijk onbewust, maar net dat bewijst dat het postmoderne tot ons historisch DNA is gaan behoren. Once upon a time in Hollywood is een briljante illustratie van hoe de mens een warrige constructie is, een complex wezen dat constant van rol verandert. U moest al in de cinema zitten.

Onderwerpen