Spring naar de content
bron: Heidi Jonker

Lucas Zandberg: ‘Ik haak snel af bij fictie waarin kennis wordt geëtaleerd’

Zes romans schreef hij, en deze week verschijnt zijn zevende bij uitgeverij De Arbeiderspers: Keizerlijk geel. We spreken Lucas Zandberg (Langezwaag, 1977) over de historische roman en het leven van de pen.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Layla Deibert

Zeg, waar gaat die nieuwe roman van u eigenlijk over?
Keizerlijk geel is een historische roman over een concubine die in het China van de negentiende eeuw heel machtig wordt. Het verhaal draait vooral om moederschap. Hoofdpersoon Cixi moet namelijk houden van een neefje waar ze niet van kan houden. Hierdoor raakt Cixi in conflict met zichzelf; ze moet van haar neefje houden om aan de macht te blijven.”

Hoe verwerkt u geschiedenis in fictie?
Keizerlijk geel is gebaseerd op een waargebeurd verhaal, maar ik heb het heel vrij ingekleurd. De aanwezige bronnen waren vaak niet heel betrouwbaar, waardoor het mij als romanschrijver dan weer veel vrijheid gaf. Dat vond ik erg fijn. Een ‘historische roman’ schrikt mensen op de een of andere reden vaak af. De geschiedenis lijkt dan zo centraal te staan, waardoor mensen denken dat het een feitenrelaas wordt. Terwijl het mij vooral gaat om de personages en de ontwikkeling die zij doormaken. Ik heb geen feitenrelaas willen schrijven.”

Het lezen van een boek is voor de meeste mensen ook een vorm van escapisme.

Waarom historische romans?
“Ik denk toch een vorm van escapisme – dat schijnt tegenwoordig bijna een scheldwoord te zijn. In de Nederlandse literatuur moet een boek vaak iets zeggen over de schrijver, dat willen mensen heel graag. Terwijl ik denk dat het lezen van een boek voor de meeste mensen ook een vorm van escapisme is. Ze willen ontsnappen aan het dagelijks bestaan door te lezen. Met schrijven heb ik dat zelf ook wel, daarom kies ik vaak voor verhalen die verder van mijn eigen persoon af zouden kunnen staan.”

Wat is de mooiste zin uit uw boek?
“Dat mogen de mensen zelf beoordelen.”

Staan er ook slechte zinnen in uw boek?
“Ik denk en hoop het niet. Ik heb mijn best gedaan. Bij slechte zinnen denk ik altijd: wie ze zoekt zal ze altijd vinden. Ik vind het ook altijd wel zo’n trucje van slechte recensenten, die dan een zin uit context halen en op basis daarvan een boek beoordelen. Dus ja, wie een slechte zin zoekt zal hem wel vinden, maar ik zou er zelf niet zo gauw naar opzoek gaan.”

Waar schrijft u mee?
“Een eerste versie schrijf ik nog altijd met pen en papier. Dan word je ook niet afgeleid door allerlei andere leuke dingen op je computer. Het voordeel hieraan is dat als ik het later digitaal verwerk, ik meteen een eerste redactieslag heb gehad. Dan wordt het er ook niet slechter van. Ik word ook niet blij van dat continue gestaar naar een scherm. Ik heb niet eens een smartphone.”

Hoe lang deed u over Keizerlijk geel?
Keizerlijk Geel heb ik met tussenpozen geschreven, want er kwam nog een andere roman tussendoor – De rendementsdenker. Met het idee heb ik echt jarenlang rondgelopen, maar toen ik er heel serieus werk van ging maken heb ik het met tussenpozen in een jaar geschreven.”

Veel mensen die zeggen dat ze wel van het schrijven kunnen leven hebben vaak een verdienende partner.

Hoeveel verdient u hier nou mee?
“Te weinig om ervan rond te komen, en te veel om ermee te stoppen.”

Is het schrijven voor u dan puur hobbyisme?
“Nee, daarvoor verdien ik er te veel aan en daarvoor neem ik het zelf ook te serieus. Zoals je zelf ook wel weet zijn er weinig schrijvers in Nederland die van het schrijven kunnen leven. Ik denk dat veel mensen die zeggen dat ze er wel van kunnen leven vaak een verdienende partner hebben.
“Ik weet eerlijk gezegd niet of ik er zelf van zou kunnen leven – ik heb het nooit geprobeerd. Voor een leven in armoede ben ik niet gemaakt, dus naast het schrijven werk ik op een hogeschool en neem ik veel freelance opdrachten aan. Ironisch genoeg verdien je dan weer teveel om bijvoorbeeld een beurs aan te vragen. Dat is dan weer de ironie van het lot.”

U stapte in 2011 over naar De Arbeiderspers. Hoe kijkt u terug op de wisseling van uitgever?
“Heel positief, een van de beste dingen die mij is overkomen. Ik zocht meer redactionele begeleiding, zo’n grote uitgever met een lange historie als De Arbeiderspers is toch ook een soort kwaliteitskeurmerk. Het helpt ook bij verkoop en promotie, ik ben daar echt blij mee.”

Het literaire landschap zou ervan opknappen als er minder schrijvers waren met zo’n rijke papa en mama.

Wat zijn uw favoriete Nederlandse schrijvers?
“Oh. Vlaams mag ook wel neem ik aan? Dan zijn mijn favorieten Dimitri Verhulst, Murat Isik en Steffie van den Oord. Ik ben echt een liefhebber van verhalenvertellers waarin een echt verhaal centraal staat. Met fictie waarvan ik het gevoel heb dat iemand vooral kennis aan het etaleren is, haak ik snel af. Je krijgt dan vaak van die gekunstelde romans met hele erudiete en extreem intelligente mensen met allerlei filosofische opmerkingen, daar kan ik echt niks mee.”

Op het huis van welke schrijver zou u wel een precisiebombardement willen laten uitvoeren?
“Nou ik denk niet dat ik me laat verleiden tot het noemen van een naam. Ik denk wel dat het literaire landschap ervan zou opknappen als er wat minder van die schrijvers waren die zo’n rijke papa en mama hebben, die alleen maar keuzestress kennen, en over onderwerpen schrijven waar niemand wat mee kan. Dan gaan ze vaak ook nog journalistiek bedrijven. Dat vind ik weinig meerwaarde hebben en dat vind ik wel eens wat te dominant in Nederland.”

Keizerlijk geel wordt uitgegeven door De Arbeiderspers en ligt 5 november in de winkels.