Spring naar de content
bron: shutterstock

Weg met de verplichte mondkapjes

Vanaf 1 december wordt het dragen van niet-medische mondkapjes waarschijnlijk wettelijk verplicht in openbare binnenruimtes, contactberoepen en onderwijsinstellingen. Volgens immunoloog dr. ir. Carla Peeters ontbreekt hiervoor de wetenschappelijke grond, en kan deze verplichting onze gezondheid zelfs schaden.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: dr. Carla Peeters

Niet eerder in de geschiedenis van de mensheid is een interventie met een niet medisch hulpmiddel voor gezonde burgers in het belang van bescherming van de volksgezondheid wettelijk verplicht gesteld. Voordat een besluit tot wettelijke mondkapjesplicht genomen mag worden, moet wetenschappelijk aangetoond worden dat ze daadwerkelijk een beschermende werking hebben en bovendien dat het veelvuldig en langdurig dragen van mondkapjes geen nadelige effecten heeft op de gezondheid van gezonde burgers. Toch denkt minister Hugo de Jonge vanaf 1 december 2020 de wettelijke verplichting na enig juridisch werk te kunnen implementeren (zie kader ‘De aanvullende regeling mondkapjesverplichting’).

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

De verandering van het mondkapjesbeleid

Aan het begin van de pandemie in februari 2020 waren het Center for Disease Control (CDC), de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en vele gezondheidsexperts, inclusief het Nederlandse Outbreak Management Team (OMT) het met elkaar eens. Er was op basis van veertig jaar wetenschappelijk onderzoek onvoldoende bewijs dat mondkapjes effectief zijn voor het voorkomen van de verspreiding van virussen die bovenste luchtweginfecties veroorzaken, inclusief voor SARS-CoV-2.

Men wist dat het dragen van mondkapjes zelfs gevaarlijk kan zijn en meer infecties kan veroorzaken omdat burgers in het dagelijks leven niet hygiënisch met de mondkapjes kunnen omgaan. Het hygiënisch omgaan met mondkapjes vraagt namelijk training en discipline en een omgeving waarin het mogelijk is de mondkapjes veilig op en af te doen en op te bergen of weg te gooien. Maar gaandeweg de pandemie zijn CDC, WHO en het Nederlandse OMT geleidelijk van standpunt veranderd. Recente onderzoeken en de hoge besmettingsgraad zouden aanleiding geweest zijn om het dragen van mondkapjes voor gezonde burgers te verplichten.

Overzichten van de wetenschappelijke literatuur en analyses van de data van een verzameling gerandomiseerde en gecontroleerde experimenten zijn de hoogste vorm van wetenschappelijk onderzoek om de effectiviteit van een geneesmiddel of hulpmiddel te bewijzen. Een grote data-analyse van gerandomiseerde en gecontroleerde wetenschappelijke experimenten over de effectiviteit van mondkapjes en de verspreiding van luchtwegvirussen aan de hand van tien gerandomiseerde en gecontroleerde wetenschappelijke onderzoeken die werden uitgevoerd in de periode 1946-2018 (in mei 2020 gepubliceerd door de CDC) toonde aan dat er geen significante afname is in de verspreiding van het influenzavirus door het gebruik van mondkapjes. Ook is er beperkt bewijs dat het dragen van een medisch mondkapje door iemand die geïnfecteerd is of door niet-geïnfecteerde personen de verspreiding van het influenzavirus voorkomt. Er is geen significant effect aangetoond van het dragen van mondkapjes voor het verminderen van de verspreiding van door een laboratorium bevestigde influenza-infecties. Dit wordt door meerdere analyses en door overzichtsartikelen van de wetenschappelijke literatuur bevestigd.

De enige gerandomiseerde en gecontroleerde wetenschappelijke experimenten die werden uitgevoerd met niet-medische (stoffen) en medische mondkapjes komen tot dezelfde conclusie: ze zijn ineffectief, en erger, ze kunnen het risico op infectie zelfs verhogen. In vergelijking met de controlegroep hadden mensen die mondkapjes droegen zelfs 72 procent meer bevestigde virale infecties. Ook schrijven de auteurs dat stoffen mondkapjes het aantal besmettingen kunnen verhogen. Ongeveer 97 procent van de deeltjes was in staat het mondkapje te penetreren, terwijl dit voor medische maskers maar 44 procent was. Dit was de eerste RCT-studie met stoffen mondkapjes. De resultaten uit dit onderzoek tonen aan dat het belangrijk is om voorzichtig te zijn met mondkapjes

In mei 2020 schreef een aantal onderzoekers en artsen in het New England Journal of Medicine: “We weten dat het dragen van mondkapjes weinig of geen bescherming biedt tegen infecties. Het dragen van mondkapjes geeft een gevoel van veiligheid, welzijn en vertrouwen in het ziekenhuis. Hoewel deze reacties mogelijk niet logisch lijken, worden we allen blootgesteld aan angst tijdens deze crisis. Het is echter beter om deze angst weg te nemen door data en een goede toelichting dan een marginaal effectief mondkapje.” Ook voor het dragen van medische mondkapjes gedurende operaties is weinig bewijs dat het een effectieve manier is om infecties te voorkomen. In enkele studies werd bovendien aangetoond dat het aantal wondinfecties juist hoger lag wanneer medische mondkapjes gedragen werden. Dit terwijl artsen de hygiënische richtlijnen in deze setting strikt opvolgen.

Waarom is het beleid van Van Dissel cum suis dan diametraal gewijzigd?

In juni 2020 werd een analyse van de data van een aantal onderzoeken, gefinancierd door de WHO, gepubliceerd in The Lancet. Hierin werd geconcludeerd dat het dragen van mondkapjes en afstand houden kunnen beschermen tegen de verspreiding van het virus. Maar in tegenstelling tot eerdergenoemde studies ging deze studie uit van 29 lager gewaardeerde (niet-experimentele) wetenschappelijke studies met observaties, waarbij het moeilijker is een conclusie te trekken over het mogelijke oorzakelijke verband. Ook werden enkele kleine studies en zeven studies die voor publicatie niet beoordeeld zijn door onafhankelijke wetenschappers opgenomen in de verzameling van onderzoeken die werd geanalyseerd.

In de wetenschap hebben resultaten van observationele studies een lagere status qua bewijsvoering dan gerandomiseerde en gecontroleerde wetenschappelijke experimenten, omdat het volledig elimineren van mogelijk verstorende factoren lastiger is.

Een andere veel aangehaalde studie maakt gebruik van retrospectief observationele studies, waarbij oorzaak en gevolg moeilijk te achterhalen zijn. Zo wordt bijvoorbeeld niet gedocumenteerd in welke mate gebruikgemaakt is van mondkapjes. Vele andere studies die sinds de pandemie verschenen, zijn gebaseerd op observationele of modelmatige studies. Deze studies zijn van minder hoogwaardige kwaliteit dan de studies die in het begin van de pandemie tot de conclusie leidden dat het dragen van mondkapjes niet effectief is om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Modelmatige studies bijvoorbeeld rekenen door hoeveel sterfgevallen door maatregelen zijn voorkomen. Sommige studies maakten gebruik van kunstmatige intelligentie, waarvoor allerlei aannames werden gedaan. Omdat we nog niet alles weten over hoe een virus – zelfs het influenzavirus – zich gedraagt in een gastheer en de omgeving, kan dit leiden tot onjuiste analyses. Dit kan verregaande consequenties hebben wanneer dergelijke resultaten gebruikt worden voor het vaststellen van beleid.

Is er veel wetenschappelijk bewijs dat het dragen van mondkapjes schadelijk kan zijn?

Ja, er zijn genoeg mogelijke schadelijke effecten bij veelvuldig en langdurig gebruik van mondkapjes aangetoond in wetenschappelijke publicaties (zie kader ‘Weten-schappelijk aangetoonde schadelijke effecten van mondkapjes’). Maar in de discussie over het al dan niet verplichten van het dragen van mondkapjes ontbreken die ten enenmale.

Het langdurig dragen van mondkapjes kan blijvende mentale en psychosociale schade veroorzaken bij kinderen en jongeren.

De WHO beschrijft in haar interim-rapport van 5 juni meer negatieve aspecten voor het dragen van mondkapjes dan positieve effecten. De conclusie in het WHO-document ‘Advice on the use of masks in the context of COVID-19: interim guidance, 5 June 2020’, dat op basis van wetenschappelijke literatuur en gesprekken met experts is samengesteld, luidt: “Op dit moment is er vanuit wetenschappelijk onderzoek geen direct bewijs dat het dragen van mondkapjes effectief is in het verminderen van de verspreiding van virussen die bovenste luchtweginfecties veroorzaken, ook niet voor het SARS-CoV-2-virus.”

Als mogelijke voordelen van het wereldwijd dringend aanmoedigen van het dragen van mondkapjes door gezonde burgers noemt dit rapport het voorkomen van stigmatisering van mensen die ziek zijn en wel mondmaskers dragen, burgers het gevoel te geven dat ze een bijdrage kunnen leveren om de verspreiding van het virus te stoppen, en burgers te enthousiasmeren om eigen mondkapjes te maken, om bij te dragen aan ondernemerschap en integratie binnen de gemeenschap. “De productie van niet-medische mondkapjes binnen gemeenschappen kan een bron van inkomsten creëren voor degenen die in staat zijn mondkapjes te maken. Mondkapjes kunnen ook een culturele expressie zijn waardoor mensen beschermende maatregelen accepteren.”

Elke logica voor het verplicht dragen van mondkapjes ontbreekt dus?

Volgens het OMT-advies van 13 oktober 2020 hebben niet-medische mondkapjes mogelijk een positief effect om de verspreiding van het virus tegen te gaan, met name door presymptomatische verspreiding van het virus vanuit de drager van het mondkapje. Het effect van breed niet-medisch mondkapjesgebruik wordt groter naarmate sprake is van een toenemend aantal besmettingsgevallen. Een besmettings-geval betekent een positieve testuitslag in de RT-qPCR-test, de gouden standaard voor het detecteren van het SARS-CoV-2-virus. Deze testen zijn echter niet zonder validiteitsproblemen (zie kader ‘Coronatests’).

Door de stijging in het aantal positieve tests en de ziekenhuisopnames is de druk vanuit binnen- en buitenland om mondkapjes in Nederland in openbare ruimtes voor onderwijsinstellingen voor gezonde burgers wettelijk te verplichten toegenomen. In Amerika, Italië, Frankrijk, Duitsland, België en Spanje is het verplicht dragen van mondkapjes in publieke binnenruimtes en onderwijsinstellingen voor gezonde mensen al eerder ingevoerd. In Zweden geldt deze plicht alleen op bepaalde plekken; in Denemarken zij ze daarmee pas heel laat begonnen. Toch zijn de sterftecijfers daar veel lager dan bijvoorbeeld in Nederland.

Terwijl het percentage positieve testen in België en Nederland in de zomerperiode tussen de één en drie procent lag, is dat vanaf eind september exponentieel gestegen. Begin oktober heeft minister-president Mark Rutte de Nederlandse burgers dringend gevraagd mondkapjes te gaan gebruiken. Veel zorginstellingen en sommige winkels zijn overgegaan op het verplichten van mondkapjes om de binnenruimte te kunnen betreden. Voortgezet onderwijs en middelbaar en hogere onderwijsinstellingen zijn bij het openen van de scholen al eerder gestart met het verplicht dragen van mondkapjes wanneer niet op een vaste plek is plaatsgenomen.

Nederland en België waren in de maand oktober koploper in het percentage positieve coronatesten, dat gestegen is tot twintig à dertig procent. Dit is opmerkelijk voor een welvarend land als Nederland, met een van de beste zorgsystemen ter wereld. Ook het aantal ziekenhuisopnames is in België en Nederland in die periode sterk gestegen. In Zweden en in mindere mate Denemarken bleef dit veel lager.

Wat moeten we dan wél doen?

In de Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen Covid-19 staat: “Het mondkapje moet verder tot doel hebben de verspreiding van virussen en ander ziektekiemen tegen te gaan.” Maar op basis van de wetenschappelijke evidentie is er onvoldoende bewijs dat mondkapjes bijdragen aan het verminderen van de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus of andere luchtwegvirussen. Er lijkt eerder een risico op een toename van infecties van virussen, bacteriën en schimmels door langdurig en niet-hygiënisch gebruik van de mondkapjes. Ook kunnen andere negatieve gezondheidseffecten optreden.

De ethische vraag is of de mogelijke gezondheidsschade van het verplicht dragen van mondkapjes niet groter is dan een weinig beschermende werking van een mondkapje tegen de verspreiding van een virus dat voor een beperkte groep mensen riskant is. (Zie kader ‘Hoe dodelijk is het SARS-CoV-2-virus?’) Het mondkapje draagt eerder bij aan de verspreiding van ziekteverwekkende en mogelijk multiresistente bacteriën die riskanter zijn voor een ernstig ziekteverloop bij een grotere groep mensen. Door een groep wetenschappers wordt al gewaarschuwd voor een stille opmars van antibioticaresistente bacteriën.

Het is daarom beter om preventief in te zetten op het voorkomen van de onnodige blootstelling aan hoge bacteriële concentraties in teststraten, ziekenhuizen en verpleeghuizen, het verminderen van stress en angst en het versterken van het immuunsysteem door een gezonde voeding en leefstijl. Zo kan het afschaffen van het verplichte gebruik van mondkapjes voor gezonde burgers in openbare ruimtes waar anderhalve meter afstand gehouden kan worden, gecombineerd met een advies voor een hoge vitamine D-spiegel tijdens het griepseizoen, een belangrijke bijdrage leveren aan een betere kwaliteit van leven met minder gezondheidsrisico’s.

Het zwabberende mondkapjesbeleid

1 april 2020

RIVM-directeur infectieziektebestrijding Jaap van Dissel: “Mondkapjes opdoen heeft geen enkele zin,” in reactie op een vraag van Lodewijk Asscher of het nodig is om in Nederland mondkapjes te gaan dragen. “We houden al anderhalve meter afstand, verder kunnen druppels niet reizen,” aldus Van Dissel.

3 april

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hugo de Jonge zegt dat alledaags gebruik van mondkapjes die niet aan strenge voorwaarden voldoen een gevoel van ‘schijnveiligheid’ creëert.

16 april

Van Dissel blijft tijdens de wekelijkse briefing in de Tweede Kamer bij zijn standpunt dat mondkapjes geen nut hebben: “Mondkapjes voegen niets toe aan de andere, bewezen werkzame maatregelen, zoals afstand houden en goede handhygiëne.”

1 mei

Rutte zegt dat mondkapjes in ‘bepaalde omstandigheden’ een bijdrage kunnen leveren, maar het probleem niet oplossen: “Als je ze verkeerd gebruikt, kan het zelfs bijdragen aan verspreiding.”

4 mei

Het Outbreak Management Team (OMT) zegt voorzichtig dat mondkapjes meerwaarde kunnen hebben: “Niet-medische mondkapjes dragen mogelijk enigszins bij aan het beperken van verspreiding van Covid-19 door presymptomatische patiënten in openbare ruimten waar voldoende afstand houden niet altijd mogelijk is.”

6 mei

Tijdens een persconferentie laat premier Mark Rutte weten dat mondkapjes vanaf 1 juni verplicht zijn in het openbaar vervoer, hoewel het bewijs voor de effectiviteit flinterdun is.

7 mei

Van Dissel laat de Tweede Kamer weten dat mondkapjes enig effect kunnen hebben en ‘mogelijk enigszins bijdragen aan de beperking van de verspreiding’ op plekken waar de anderhalve meter afstand niet gehandhaafd kan worden, zoals in het openbaar vervoer, maar noemt de aankomende verplichting een ‘politiek besluit’.

1 juni

In tram, (water)bus, metro en trein is voor reizigers van dertien jaar en ouder het dragen van een niet-medisch mondkapje verplicht. Reizigers die na 1 juni geen mondkapje dragen, kunnen een boete van 95 euro krijgen.

12 juni

Passagiers moeten in de wachtrijen bij het inchecken en bij security checks op Nederlandse luchthavens een mondkapje dragen. Ook tijdens het boarden en de vlucht moeten passagiers een mondkapje op.

29 juli

Tijdens een RIVM-persconferentie adviseert Van Dissel het kabinet om mondkapjes niet verplicht te stellen in de strijd tegen corona: “Wetenschappelijk bewijs ontbreekt daar domweg voor.”

18 september

Tot half augustus vond het RIVM het niet noodzakelijk om tijdens vluchtig contact met coronapatiënten in verpleeghuizen een mondkapje te dragen. De Jonge ontkende dat mondkapjesschaarste hierbij een rol speelde. Na onderzoek van Nieuwsuur geeft het RIVM toe dat schaarste aan beschermingsmiddelen wel degelijk een rol heeft gespeeld bij het lang niet verplichten van mondkapjes in de verpleeghuiszorg.

28 september

Tijdens een persconferentie zegt Rutte: “We moeten volgens mij een beetje weg uit de sfeer van: je bent voor of tegen het mondkapje.”

29 september

Diverse verpleeghuizen voeren zelf een mondkapjesplicht in, nadat Rutte en De Jonge het gebruik ervan tijdens de persconferentie – de dag ervoor – slechts geadviseerd hebben. Het kabinet adviseert mensen met contactberoepen, zoals kappers, schoonheidsspecialisten, fysiotherapeuten en masseurs, dringend om een mond-
kapje te dragen. Dit advies geldt tevens voor hun klanten.

30 september

Rutte volgt de wens van de Kamer op en adviseert Nederlanders vanaf dertien jaar dringend om een niet-medisch mondkapje te dragen in alle openbare binnenruimtes. Dit deelt hij mee tijdens het Kamerdebat. Dit geldt dus ook voor zorgmedewerkers en bezoekers in verpleeg-
huizen.

2 oktober

De vereniging van specialisten ouderengeneeskunde (Verenso) adviseert om preventief mondkapjes te gebruiken in verpleeghuizen die zich bevinden in regio’s die in de categorie ‘zorgelijk’ vallen. Vanaf 6 oktober valt heel Nederland onder de categorie ‘zorgelijk’, meldt het Coronadashboard.

Van Dissel herhaalt desgevraagd dat mondkapjes volgens hem ‘een buitengewoon gering effect’ hebben op de pogingen om de verspreiding van het coronavirus in te dammen.

5 oktober

Er geldt een dringend advies om in het voortgezet (speciaal) onderwijs buiten de les mondkapjes te dragen. Dit hebben ministers Van Engelshoven en Slob (beiden van OCW) met de onderwijssector afgesproken. Scholen in het voortgezet onderwijs beslissen zelf of een mondkapje verplicht is.

9 oktober

Terwijl mondkapjes wel geadviseerd worden voor verpleeghuizen, instellingen voor ouderenpsychiatrie en geriatrische afdelingen binnen de gehandicaptenzorg, adviseert het OMT nog steeds geen gebruik van mondkapjes voor thuiszorgpersoneel.

13 oktober

Het kabinet werkt aan een verplichting voor het dragen van een niet-medisch mondkapje in openbare binnenruimtes voor personen vanaf dertien jaar. Dit deelt Rutte mee tijdens de persconferentie. Hij wil daarmee ‘een slepende discussie voor eens en altijd beslechten’. (Rutte tijdens persconferentie.)

Waar het OMT eerder nog concludeerde dat de toegevoegde waarde van mondkapjes gering is, stelt het nu dat het gebruik ervan in publieke binnenruimtes er wellicht voor kan zorgen dat mensen een mildere infectie oplopen.

24 oktober

Vijf beroepsorganisaties in de zorg vragen in een open brief aan de ziekenhuizen om een eenduidig mondkapjesbeleid te hanteren en in principe altijd mondkapjes te dragen. Volgens hen ontbreekt momenteel een heldere norm.

3 november

Tijdens de persconferentie over de tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown laat minister De Jonge weten dat de verplichting om een mondkapje te dragen in publieke binnenruimtes uiterlijk op 1 december wordt ingevoerd.

De aanvullende regeling

Mondkapjesverplichting

De aanvullende regeling mondkapjesverplichting Covid-19 schrijft op basis van een door het OMT op 13 oktober 2020 uitgebracht advies dat de verplichting van het dragen van niet-medische mondkapjes in openbare binnenruimtes, onderwijsinstellingen en contactberoepen door gezonde burgers van levensbelang kan zijn om verregaande verspreiding van het virus tegen te gaan. Het dragen van niet-medische mondkapjes kan de overdracht van andere luchtwegvirussen enigszins tegengaan, wat de druk op huisartsenpraktijken en GGD kan verminderen. Tot slot kan een heldere regeling leiden tot een betere naleving en handhaafbaarheid van het beleid ter bestrijding van de epidemie. De beperking van het recht op de persoonlijke levenssfeer wordt om de hiervoor genoemde redenen proportioneel geacht.

In de Regeling aanvullende mondkapjesverplichtingen Covid-19 zijn uitzonderingen opgenomen voor het verplicht dragen van mondkapjes. Zo kunnen mensen die fysieke, verstandelijke of psychische beperkingen hebben ernstig ontregeld raken of kan de ademhaling van personen ontregeld raken. Het is voldoende wanneer de persoon verklaart om een van de aangegeven redenen geen mondkapje te kunnen dragen.

Hoe dodelijk is het SARS-CoV-2-virus?

Een in oktober in het WHO-bulletin gepubliceerd onderzoek concludeert dat de wereldwijde infectie fataliteitsratio 0,23 procent is. Dit is in dezelfde orde van grootte als de infectie-fataliteitsratio voor het influenzavirus. In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de infectie-fataliteitsratio en het percentage overlevenden per leeftijdscategorie:

Leeftijd                                  IFR                             Survival

0-19 jaar                                 0,00195 %                 99,998 %

20-49 jaar                              0,012 %                     99,988 %

50-69 jaar                              0,3 %                          99,7 %

70 jaar en ouder                  5,4 %                          96,8 %

Een studie onder schoolkinderen van 3103 scholen en 4600 kinderdagverblijven in Australië toonde aan dat zij verantwoordelijk zijn voor een lage verspreiding van het virus (0,3 procent). Er vinden weinig besmettingen plaats van de staf door het kind en van het kind door de staf. Het coronavirus is een bedreiging voor ouderen en mensen met een verzwakt immuunsysteem. Voor de rest van de bevolking is het risico beperkt.

Wetenschappelijk aangetoonde schadelijke effecten van mondkapjes

1. Wanneer medische mondkapjes voor langere tijd gedragen worden kan hoofdpijn ontstaan, waardoor een negatief effect kan ontstaan op de uitvoering van werk.

2. Voor mensen met astma, COPD, en andere chronische longziekten wordt het inademen door een mondkapje bemoeilijkt. Het kost meer energie. Vaker en dieper ademen is nodig om aan voldoende zuurstof te kunnen komen. Naarmate de lading van virussen, bacteriën en schimmels in de mondkapjes groter wordt, is de kans dat deze in hoge concentraties diep in de longen terechtkomt groter. Dit kan uiteindelijk leiden tot pneumonie, ontsteking en weefselbeschadiging. Vochtige mondkapjes – door langdurige dragen of door het lopen door de regen – kunnen het risico op infecties verhogen.

3. Het dragen van medische mondkapjes kan leiden tot een lagere concentratie van zuurstof in het bloed. Zuurstof is nodig om de hartspier en het immuunsysteem goed te laten functioneren. Ook kan bij een lagere concentratie aan zuurstof in het bloed eerder bloedklontering ontstaan. Twee Chinese kinderen zijn overleden door het dragen van een mondkapje tijdens het sporten. Een andere Chinese jongen ondervond een longklap tijdens het sporten met een mondkapje. De WHO adviseert om geen mondkapjes te dragen tijdens het sporten.

4. Mensen ademen CO2 uit bij iedere uitademing. Bij het dragen van goed passende mondkapjes wordt deels verse lucht en deels uitgeademde lucht ingeademd. Hierdoor kan de ingeademde CO2-concentratie toenemen. Dit kan uiteindelijk negatieve gevolgen hebben voor de gezondheid.

5. Niet-hygiënisch gebruik van mondkapjes kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid; mensen kunnen zichzelf infecteren met een acute en chronische dermatitis of reeds bestaande huidziekten doen verergeren. Veel mensen gebruiken hetzelfde mondkapje dagen of weken achtereen dat al in een jaszak, broekzak of tas wordt meegenomen, in plaats van het om de twee uren vervangen door een schoon mondkapje. In een onderzoek bij kinderen werden na één dag bij zes tot acht uur gebruik van een mondkapje 82 verschillende bacteriële kolonies en vier schimmelsoorten op het mondkapje aangetoond. Dit is een gevaar voor het ontstaan van ernstige infecties door onder meer een bacteriële longontsteking of ontsteking van de hartkleppen. Zeker omdat juist bacteriën als streptokokken en staphylococcus aureus gemakkelijker overleven en overdraagbaar zijn via kleding of oppervlakten. Longontsteking veroorzaakt door streptokokken en staphylococcus was een belangrijke doodsoorzaak tijdens de H1N1-influenza-pandemie in 1918-1919. Ook toen werden mondkapjes gedragen en is een mogelijke relatie gelegd tussen een bacteriële longontsteking en het dragen van mondkapjes. Bij 70 procent van de mensen die overlijden aan de ernstige vorm van Covid-19 wordt een bacteriële co-infectie aangetoond.

6. Voor mensen met chronische ziekten kan het dragen van mondkapjes de medische conditie verergeren. Dit geldt voor mensen met fysieke en/of psychische ziekten zoals depressie, angst, posttraumatische stressstoornis, gehoorverlies. In Nederland heeft 58 procent van de bevolking een chronische ziekte.

7. Het dragen van mondkapjes kan de mondflora veranderen. In Amerika, waar al gedurende een langere periode mondkapjes verplicht zijn op bepaalde plaatsen, werd een toename van tandvleesontsteking en tandbederf geconstateerd bij het veelvuldig dragen van mondkapjes. Tandvlees en tanden zijn uitstekende verblijfsplaatsen voor legionella en streptokokken, ziekteverwekkende bovenste luchtwegbacteriën die tot ernstige ziekten kunnen leiden. Wanneer de mondflora verandert, kan uiteindelijk ook de microflora in de bovenste luchtwegen en darmen veranderen, met meer kans op chronische ziekten en infecties. Het menselijk lichaam leeft in symbiose met een zorgvuldig opgebouwd ecosysteem. Verstoring van dit evenwicht kan tot ziekte leiden.

8. Losse stukjes textiel of toxische/carcinogene stoffen die in de mondkapjes aanwezig kunnen zijn, kunnen door dieper inademen ernstige weefselschade veroorzaken, wat de kans op infectie kan verhogen. Voor de gewone burger is het moeilijk kwalitatief goede maskers te vinden. Er is (vooralsnog) geen kwaliteitskeurmerk voor een stoffen mondkapje.

9. Het langdurig dragen van mondkapjes kan blijvende mentale en psychosociale schade veroorzaken bij kinderen en jongeren. Een groot deel van de ontwikkeling van het brein vindt plaats in de puberjaren. Bij jongere kinderen die in de interactie veel gebruikmaken van non-verbale communicatie kan een verstoorde ontwikkeling plaatsvinden.

10. Het dragen van mondkapjes kan effecten hebben voor volgende generaties. Na de influenzapandemie van 1918-1919 bleek dat kinderen geboren in 1919 vaker leden aan hartziekten.

11. Het dragen van mondkapjes kan een schijnveiligheid geven, waardoor minder afstand gehouden wordt van geïnfecteerde personen. Wanneer mensen een mondkapje dragen, raken zij vaker hun gezicht en ogen aan, waardoor het besmettingsgevaar hoger wordt.

12. Eenmalig te gebruiken medische mondkapjes zijn gemaakt van onder andere polypropyleen, polystyreen of polyurethaan. Deze mondkapjes kunnen afgebroken worden tot kleine deeltjes die in het milieu terechtkomen en uiteindelijk in ons lichaam. Onderzoekers schatten dat er wereldwijd elke maand maar liefst 129 miljard mondkapjes worden gebruikt. Een verdere verstoring van het natuurlijk ecosysteem maakt de kans op toekomstige pandemieën groter als gevolg van toenemende milieuverontreiniging door plastic deeltjes van mondkapjes die via voedsel in ons lichaam terecht kunnen komen en ons immuunsysteem verstoren. In oktober is Greenpeace een campagne gestart om bedrijven en overheden bewust te maken van de enorme nadelige effecten van plasticdeeltjes in oceanen door het gebruik van mondkapjes.

13. Het veelvuldige gebruik van desinfecterende middelen – die elke keer voordat een mondkapje wordt opgezet en nadat het is afgedaan nodig zijn – kan uiteindelijk leiden tot gezondheidsschade. Het menselijk lichaam wordt blootgesteld aan een hogere concentratie alcohol en meer toxische stoffen. Dit kan de huidflora beschadigen, die een belangrijke barrière tegen ziekten vormt.

Coronatests

Een positieve RT-qPCR-test wordt als Covid-19-besmetting gedocumenteerd. Dit betekent voor iemand die positief getest is een quarantaine van tien dagen. De test detecteert een stukje RNA (ribonucleinezuur, genetisch materiaal coderend voor het manteleiwit van het virus) dat afkomstig is van een virusdeeltje, maar dit kan van een oude reeds genezen infectie afkomstig zijn en niet altijd van een intact ‘virulent’ virus dat besmettelijk is en een nieuwe ziekte kan veroorzaken. De uitslag van de test is mede afhankelijk van de gevoeligheid waarmee de test is afgesteld.

Ook kunnen factoren als de soort probes die in de testen gebruikt worden, wijze van monsterafname, transport en tijdspanne tot de analyse plaatsvindt van invloed zijn. Het transmissierisico en de reproductiewaarde kunnen daarom moeilijk bepaald worden enkel alleen op basis van een RT-qPCR-test. Zonder aanvullende klinische diagnostiek door een arts bestaat het risico dat mensen ten onrechte de stress ervaren van het besmet zijn. Vooral voor mensen zonder klachten is dit een reëel scenario.

Inmiddels worden in Nederland ook minder arbeidsintensieve sneltesten ingezet. Deze test kan hoge concentraties van het manteleiwit aantonen, maar is minder gevoelig dan de RT-qPCR-test. Voordeel is dat de resultaten binnen een halfuur bekend zijn. Validatie van deze testen vindt echter plaats in vergelijking met de RT-qPCR-test, die zelf nog verbetering in specificiteit behoeft.