Spring naar de content
bron: anp

Journalisten verspreiden massaal nepnieuws over zichzelf

Acht op de tien journalisten worden tijdens hun werk weleens bedreigd of geïntimideerd, kopten verschillende media afgelopen week. Scepsis is op zijn plaats bij zo’n onwaarschijnlijk cijfer, schrijft Felix Huygen. “Bij misdaadjournalisten zou ik zo’n staatje onmiddellijk geloven, maar zou het ook opgaan voor modereporters?”

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Felix Huygen

Het is waar: de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Toen de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) afgelopen zaterdag op haar website een onderzoek van I&O Research publiceerde met als kop ‘Onderzoek PersVeilig: 8 op de 10 journalisten heeft ervaring met geweld of bedreiging’, deed ze dat ongetwijfeld met de beste bedoelingen. Bedreiging van en geweld tegen journalisten is een groot probleem, daarover zijn alle redelijke mensen het eens.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Al snel volgden veel andere media gretig. De NRC meldde: “Ruim 80 procent van de journalisten in Nederland heeft het afgelopen jaar te maken gehad met geweld of agressie bij het uitvoeren van hun werk.” De NOS kopte: ‘8 op de 10 journalisten hebben te maken met geweld of bedreiging’. Ook nu.nl, De Telegraaf, Het Financieele Daglad, het Nederlands Dagblad en de Volkskrant-column van Sheila Sitalsing namen dit alarmerende ‘feit’ braaf over van het genoemde bericht van de NVJ.

Kennelijk trok niemand op deze redacties hierbij een wenkbrauw op. Acht op de tien journalisten? Bij misdaadverslaggevers geloof ik het meteen, maar zou het ook opgaan voor modereporters? Ontvangen onderwijsverslaggevers regelmatig een dreigtelefoontje van een boze rector? Treft de Volkskrant-correspondent in Italië weleens een paardenhoofd aan in haar bed? Hebben journalisten zo’n heldhaftig zelfbeeld dat ze menen vaker geweld en bedreiging te moeten trotseren dan politieagenten, zorgmedewerkers, gemeenteambtenaren, burgemeesters en hulpverleners?

Bij misdaadjournalisten zou ik zo’n staatje onmiddellijk geloven, maar zou het ook opgaan voor modereporters? Ontvangen onderwijsverslaggevers regelmatig een dreigtelefoontje van een boze rector?

Scepsis is op zijn plaats bij zo’n onwaarschijnlijk cijfer. Buitengewone beweringen vergen buitengewoon bewijs. En inderdaad, wie het onderzoek zelf erop naslaat, ziet dat dat bewijs er niet is. Het gaat niet om 82 procent van de journalisten, maar om 82 procent van de respondenten. Als er – zoals in dit onderzoek – geen sprake is van een aselecte steekproef, dan zijn dat twee heel verschillende dingen. Het is heel aannemelijk dat journalisten die (recent) geweld of bedreiging hebben meegemaakt veel eerder geneigd zijn om zo’n vragenlijst in te vullen dan journalisten die daar geen ervaring mee hebben. Je kunt de percentages uit dit rapport dus niet generaliseren naar alle journalisten, zoals genoemde media doen. Ze gaan over de ondervraagde groep.

Ik sprak Thomas van Hal van I&O Research, medeauteur van het rapport. Desgevraagd bevestigde hij dat het onderzoek niet gedaan is op basis van een aselecte steekproef. Het is dus niet representatief voor alle journalisten. Per e-mail werden 8000 NVJ-leden en andere journalisten persoonlijk uitgenodigd, waarna 689 respondenten (dus minder dan 10 procent van de aangeschrevenen) aan het onderzoek deelnamen door op de open link in de uitnodiging te klikken.

Op grond van dit onderzoek is dus geen absoluut percentage te geven van alle journalisten dat bedreigd of geïntimideerd is, erkent Van Hal. De marges zijn veel ruimer dan bij een representatieve steekproef. Wel kun je op basis van het rapport uitspraken doen over ontwikkelingen in de sector, zo stelt hij. Het zou namelijk indicatief zijn voor een duidelijke stijgende trend van bedreiging en intimidatie, omdat bij het vorige onderzoek – dat vier jaar geleden werd uitgevoerd met dezelfde methode – 61 procent van de deelnemende journalisten had laten weten bedreigd of geïntimideerd te zijn, 21 procentpunt minder dan dit jaar.

Intimidatie en geweld bestrijden lukt alleen op basis van juiste informatie, niet met overdrijving en zelfgenoegzaamheid.

Dat is toch al rampzalig genoeg, zou je zeggen. Waarom moet die schokkende constatering van een solide onderzoek dan nog overdreven worden? Als journalisten zulke evidente onwaarheden over zichzelf verspreiden, doen ze hun geloofwaardigheid en daarmee hun zaak – ónze zaak, de rechtsstaat – geen goed.

Dat correcte berichtgeving over zo’n onderzoek wel degelijk mogelijk is, bewijzen Hassan Bahara van de Volkskrant en Nienke Schipper van Trouw. Zij spreken keurig over ‘acht op de tien respondenten’. Ik stel voor dat alle andere redacties en de NVJ deze fout rectificeren en op cijfercursus gaan bij Bahara of Schipper. Intimidatie en geweld bestrijden lukt namelijk alleen op basis van juiste informatie, niet met overdrijving, pr-stunts en zelfgenoegzaamheid. Met ‘alternatieve feiten’ krijg je die bedreigers er niet onder.