Spring naar de content
bron: ANP

Binaire bullies

Progressieve intellectuelen zijn de laatste jaren veel te makkelijk meegegaan in een radicale nieuwe visie op sekse en gender, vindt Jan Kuitenbrouwer. Een visie die cruciale intellectuele zwakheden en gevaarlijke bijwerkingen kent.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jan Kuitenbrouwer

En toen was er de mishandeling van Frederique. 14-jarig meisje uit Amstelveen wordt belaagd door een stel jongens die antwoord eisen op de vraag of zij een meisje of een jongen is. Frederique weigert. De jongens slaan haar het ziekenhuis in, waar zij nu ligt met een gebroken neus, kaak, en tand. Frederique ‘komt genderneutraal over,’ zegt haar vader. Zij ‘weet niet of ze een jongen of meisje wil zijn.’ ‘Ik ben wie ik ben en jij mag zijn wie je wilt’, zei ze tegen haar belagers. In het genderjargon zou je haar denk ik ‘non-binair’ moeten noemen, maar of Frederique zelf in die termen denkt is niet duidelijk.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Toen het nieuws verscheen had ik mijn column voor deze week net af. Die ging over de angst in progressieve kring voor dit onderwerp. Transgenderisme, zoals ik het maar even noem, is een ingewikkeld onderwerp, het is begrijpelijk dat mensen aarzelen om zich erover uit te spreken, maar het gaat hier niet alleen om transgenderisme en de nieuwe Transgenderwet, dit gaat ook over democratie en vrijheid van meningsuiting. En dat het mogelijk moet zijn om over dit onderwerp te spreken en van mening te verschillen, dáárover zullen in progressieve kring toch geen twijfels zijn? Toch lijkt het erop. 

Werkgevers, universiteiten, overheden, uitgeverijen, boekdistributeurs, wetenschappelijke tijdschriften, (sociale) media, theatergezelschappen, zij laten vrouwen vallen als een baksteen, wanneer zij zondigen tegen de orthodoxie van de genderbeweging.

Een vrouw vraagt aandacht voor het feit dat dit soort wetgeving afbreuk doet aan bestaande vrouwenrechten, en zij krijgt een afgrijselijk haatbombardement over zich heen, dat tot vandaag voortduurt. Zij heet J. K. Rowling, zij is de auteur van de Harry Potter boeken en heeft wereldwijd zoveel bewonderaars dat zij niet te cancelen valt, maar er zijn genoeg minder machtige vrouwen die vanwege dezelfde opinie wel ernstig geschaad werden in hun reputatie en broodwinning. Werkgevers, universiteiten, overheden, uitgeverijen, boekdistributeurs, wetenschappelijke tijdschriften, (sociale) media, theatergezelschappen, zij laten vrouwen vallen als een baksteen, wanneer zij zondigen tegen de orthodoxie van de genderbeweging.

De hausse in transgenderidentificaties is nog voor een belangrijk deel onbegrepen, er is grote behoefte aan feiten, maar onwelkome feiten worden door de genderbeweging te vuur en te zwaard bestreden. En niet met tegenargumenten, liever door middel van deplatforming en canceling, woke eufemismen voor hetze. De cancel-angst zit er zo diep in dat zelfs een organisatie als de American Booksellers Association (ABA), een bastion van vrije meningsuiting, zou je zeggen, ervoor door de knieën gaat. Onlangs staakte de ABA de distributie van het boek Irreversible Damage, the transgender craze seducing our daughters, van Abigail Shrier. Schrier is journaliste bij de Wall Street Journal en reisde heel Amerika door om te praten met artsen, therapeuten, onderzoekers en ouders van meisjes met transidentificatie. Het bevat een schat aan informatie, niet alleen over de transgendergolf, maar ook over de samenleving waarin hij plaatsgrijpt, de rol van het internet en sociale besmetting, de zwaar beschermde opvoeding van middle class kinderen tegenwoordig, die ze isoleert en onzeker maakt, het onderwijs dat gendertwijfels aanwakkert en ouders buiten spel zet, een commerciële, gedereguleerde gezondheidszorg, de (te) strenge privacywetgeving – al die puzzelstukken legt zij aan elkaar. Zoals op elk journalistiek product valt er best iets op dit boek af te dingen. Shrier sprak bijvoorbeeld niet met transgender identificerende meisjes zelf, we moeten het doen met het relaas van hun ouders. En soms klinkt haar boosheid tussen de regels door, hoe begrijpelijk die ook is, gezien het wegkijken van dit onderwerp door de mainstream media. Die na verschijning van de hardcovereditie in 2020 opnieuw bevestigd werd toen vrijwel geen prominent nieuwsmedium het wilde recenseren.
Zo werkt het: er wordt geen schifting gemaakt van de waardevolle en minder waardevolle elementen in zo’n boek, nee, één ‘verkeerd’ element is al genoeg om er een banvloek over uit te spreken, de auteur met pek en veren de stad uit te jagen en media die het ‘een podium geven’ te boycotten.

Het is ironisch: in onderzoek dat niet in hun straatje past weten genderactivisten altijd haarfijn de methodologische zwakheden aan te wijzen, hoe klein ook. Je zou willen dat ze dat ook af en toe gedaan hadden bij de gender, queer, en critical race geschriften waar zij zelf hun ideeën aan ontlenen, vaak onleesbare, hermetische, ‘literaire’ hersenspinsels, gespeend van verifieerbare feiten. Je kunt in die trant een persiflage schrijven en een genderstudies-tijdschrift drukt hem zo af, bewezen drie onderzoekers in 2018. Deze postmoderne vorm van magisch denken ondermijnt de sociale wetenschappen en begint nu ook al zijn opmars te maken in de medische wetenschap.

Iedereen die vragen stelt over de transgenderideologie, links, rechts, man, vrouw, jong, oud, is ‘transfoob’. Dat geldt voor J.K. Rowling, dat geldt voor Abigail Shrier, dat geldt voor Voorzij, de enige Nederlandse vrouwenorganisatie die zich verzet tegen de transgenderwet, dat geldt voor Peter Vasterman, die in NRC pleitte voor meer aandacht voor de transhausse, en het geldt uiteraard ook voor mij. Wij zien het niet verkeerd, nee, eígenlijk zouden wij een publicatieverbod moeten krijgen. De term ‘transfobie’ is een voorbeeld op zich van de demagogische debatstijl. Een fobie is een angststoornis. Dus: de criticus heeft geen andere mening, nee, hij heeft een aandoening, waarvoor hij zich zou moeten laten behandelen. En de woorden van een patiënt hoef je natuurlijk niet serieus te nemen. Wel kan het raadzaam zijn hem een bel om te binden, opdat iedereen uit zijn buurt kan blijven.

Ha! Ik zou oprecht niet weten wat er beangstigend is aan transmensen. Hoewel, zo’n transactivist met een honkbalknuppel en een Kill The Terfs t-shirt zou ik liever niet tegenkomen in een donker steegje. Maar dat is geen transfobie, dat is gewoon ouderwetse, universele doodsangst.

In de genderkerk is het als in alle kerken: op de voorste bank zitten de notabelen, direct daarachter de dwepers en zeloten.

Het bericht over de mishandeling van Frédérique Brink stond nog niet online, of woke Twittertrollen stelden mij verantwoordelijk. ‘Zo, nu je zin?’ ‘Hier ben jij verantwoordelijk voor.’ ‘Dat bloed zit aan jouw handen.’ Enzovoorts. Grotesk, maar in de genderkerk is het als in alle kerken: op de voorste bank zitten de notabelen, en direct daarachter de dwepers en zeloten. Op wie altijd een beroep kan worden gedaan om een ketter uit te drijven. Maar wie in Nederland heeft zich openlijk uitgesproken tegen de aanvallen op J.K. Rowling? Dat je zo gewoon niet met mensen omgaat, al ben je het nog zo oneens? Niemand, zover ik weet. De voorste bank van de kerk is muisstil.

Maar er lijkt een kentering op handen. Twee nieuwe boeken over de transhausse, Material Girls van Kathleen Stock en Trans van Helen Joyce, beide zeer kritisch, krijgen al wat meer aandacht, en trekken Schriers boek alsnog mee. Drie auteurs, die ieder op hun eigen manier laten zien hoe progressieve intellectuelen de laatste jaren veel te makkelijk zijn meegegaan in een radicale nieuwe visie op sekse en gender, een visie die cruciale intellectuele zwakheden vertoont en gevaarlijke bijwerkingen kent. Hoe zij zich verschansten in een nieuw, hip gelijk, de luiken dichttrokken en zich doof hielden voor andersdenkenden.

Ondertussen ligt arme Frederique in het ziekenhuis. Zij had toch maar de moed om de binaire bully te weerstaan. ‘Ik ben wie ik ben en jij mag zijn wie jij bent.’

Amen.

Zoals Shrier, Stock en Joyce beschrijven, is dat een deel van het probleem: wij kunnen niet meer omgaan met het onbepaalde. Kinderen mogen niet meer anders zijn, vreemd of eigenaardig. Er moet een diagnose gesteld en een behandeling gestart. Dan heet Frederique voortaan Fred en is de orde hersteld.