Spring naar de content
bron: anp

Cartoonist Ruben Oppenheimer: zeldzaam onsmakelijk, seksistisch, walgelijk, respectloos, linkse tyfushond, fascist en zelfhatende spekjood

“Er wordt natuurlijk vaak geroepen dat het mohammedanisme de grootste vijand van humor en het vrije woord is, maar roomblanke islamknuffelaars en woke wappies in de politiek en de media die van alles willen verbieden om maar niks en niemand te kwetsen vind ik veel enger”, schrijft Arthur van Amerongen.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

De politierechter van Roermond keek vandaag vreemd op toen er ineens een keurige cartoonist binnenkwam, gevolgd door een groepje vertrouwelingen én een cameraploeg. Weer eens wat anders dan boefjes, kruimeldieven en verkeersovertredingen. 

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Wat de cameraploeg betreft: Ruben Oppenheimer wordt langdurig gevolgd door filmmaakster Carin Goeijers en Het Uur van de Wolf zendt haar documentaire ergens volgend jaar uit. 

De aanleiding voor de zitting was belediging en bedreiging door een 38-jarige vrouw uit Maassluis (die niet kwam opdagen) naar aanleiding van een spotprent van Oppenheimer, die in 2019 in het NRC werd geplaatst. 

Op de prent is de Turkse president Erdogan afgeschilderd als de hond van Donald Trump, toenmalig president van de Verenigde Staten. De vrouw uit Maassluis twitterde Oppenheimer te willen kelen en schreef dat Hitler gelijk had toen hij zei dat men later spijt zou hebben dat hij niet alle Joden vermoord had.

Ruben, die de gulle lach en de provocatie niet schuwt: “Ik wilde iets vragen aan een bode toen ik de rechtbank binnenliep en die man werd helemaal woedend: ‘Anderhalve meter, anderhalve meter!’ Mijn pa zou gezegd hebben: die gaven ze in de Tweede  Wereldoorlog de hoogste pet of een slecht zittend NSB-pakje. Verder was er een hele aardige juffrouw van Slachtofferhulp met twee slachtofferhulphonden, woord van de dag, maar ik heb haar bijstand vriendelijk geweigerd.” 

Ruben en ik waren in een bijzonder grijs verleden collega’s bij Dagblad de Limburger in Maastricht en zijn altijd vrienden gebleven. Maar dit terzijde, straks denkt de lezer nog dat ik aan cliëntelisme doe.  

Tijdens de zitting ging Oppenheimer in op de twiets van de vrouw uit Maassluis. Hij vertelde hij niet te weten wat er door het hoofd van de vrouw moet zijn gegaan. “Ik zie mezelf niet zo snel iemand met de dood bedreigen omdat premier Rutte in een cartoon de maat wordt genomen.” Ook gaf hij aan best wat gewend te zijn, maar dat hij weigert te wennen aan doodsbedreigingen. 

Eerder vandaag plaatste het NRC de redevoering die hij hield in de rechtbank van Roermond. Hier de hoogtepunten, of dieptepunten zo u wilt.

“Dat niet iedereen mijn meningen deelt is logisch en juist een voorwaarde voor het bestaan van dat publieke debat. Het kan er daarbij soms fel aan toe gaan.”

[-]

“Ik ben een linkse tyfushond als ik over Forum of de PVV teken, evengoed ben ik een smerige fascist als ik mij kritisch over GroenLinks of de SP uitlaat.”

[-]

“Sinds dit weekeinde is daar, naast andere zaken, het verwijt vrouwenhater bijgekomen. Een vermeend gebrek aan fatsoen van de satiricus leidde ook bij volksvertegenwoordigers tot publiekelijke veroordeling op Twitter (#spreekjeuit). Het geeft aan hoe lastig cartoons zijn als ze door het pantser van de eigen tolerantie heen prikken. Want als zelfs liberalen – die destijds hun profielfoto’s maar al te gretig vervingen door ‘Je suis Charlie’ – al laten zien hoe lichtgeraakt ze zijn wanneer ze denken dat hun eigen geloof of heiligen worden bespot, wat mag je dan nog van de gemiddelde nieuwsconsument verwachten? Wanneer ik over de misstanden in de katholieke kerk teken staat er in de commentaren dat ik een vuile kankerjood ben die zich met zijn eigen zaken moet bemoeien. Maak ik een cartoon over de Israëlische nederzettingenpolitiek dan ben ik een nestbevuilende, zelfhatende spekjood. Neem ik mensen op de korrel die zich uit een misplaatste religieuze loyaliteit opblazen of hekel ik de regimes die daar steun en inspiratie aan ontlenen, dan moeten mijn moeder/zus/oma en weet ik veel wie nog meer geneukt worden. Ik denk altijd maar: jullie liever dan ik.”

Wat opvalt bij al die hotemetoten van GroenLinks en D66 is hun schrijnende gebrek aan humor. Waar zouden die gasten om lachen in hun vrije tijd?

Lale Gül wijdde vorige week haar column in het Parool aan Oppenheimer en de bewuste tekening en schreef: “Niet alleen merk ik in mijn omgeving dat men vaak zegt dat cartoons over de islam ‘onnodig provoceren’, ‘nutteloos zijn´ en ‘kwetsen om het kwetsen´; dit is inmiddels ook de gangbare overtuiging bij intellectuelen en ook collega-cartoonisten.”

Het voordeel van de pandemie was dat er vorig jaar en dit jaar nauwelijks boze moslims in de media kwamen. Het journaille had het te druk met een kwestie die net iets dichter bij de gemiddelde Nederlander stond dan een of andere baardmans die brult dat men zijn geloof heeft beledigd. Nu met Afghanistan en de grote rechtszaak in Parijs tegen de moslimterroristen komt het thema islam als een boemerang weer terug. Mark my words. En dat is goed nieuws voor die paar cartoonisten en columnisten die geen broekenpoepers zijn zoals hun collegaatjes die dag in dag uit voor de eigen parochie preken en tekenen en veilige grapjes maken over het haar van Wilders, de fratsen van Baudet, de brave broeders van de SGP en de Christenunie maar nooit over de islam want humor over de islam is immers respectloos. 

Barones Corinne Ellemeet, de gedoodverfde opvolger van kind Klaver, is net zo hypocriet. Eerst twiette zij dat de intimidatie tegen journalisten, en dus ook cartoonisten als Oppenheimer, moet stoppen!

Amper twee dagen later fulmineerde ze op Twitter over de tekening van Oppenheimer met Kaag op een bezemsteel en het hoofd van Rutte op het World Trade Center. Sjoerdje, de dorpsgek van D66 kon natuurlijk niet achterblijven.

Ruben over de hekserij van Kaag: “Wellicht kunnen mensen openstaan voor de gedachte dat ík Kaag misschien geen heks vind. Misschien stem ik wel op Kaag, weet jij veel. Zij wordt regelmatig door rechtse tegenstanders, Geert Wilders bijvoorbeeld, heks genoemd. Dat beeld heb ik gebruikt voor mijn tekening. Mensen die denken dat ik mijn politieke voorkeur in mijn tekeningen gebruik, hebben het niet goed begrepen.”

En toen ging spuit elf op de treurbuis ook nog even wat modder geven over de heksenkwestie: brokkenpiloot Ingrid van Engelshoven. Gelukkig werd zij keurig op haar nummer gezet door Han ten Broeke. 

Wat opvalt bij al die hotemetoten van GroenLinks en D66 is hun schrijnende gebrek aan humor. Waar zouden die gasten om lachen in hun vrije tijd? Om de scheet van de Deftige Dame in de Stratemakeropzeeshow? Ik krijg bijna heimwee naar de oubollige grapjes van Hans Wiegel vroeger. Gelukkig zijn en er waren er politici met wie je kon lachen. Boer Koekoek! Ien Dales! Hans Janmaat! Khadija Arib! Martin Bosma! Bert Bakker! Rob Oudkerk! 

Er wordt natuurlijk vaak geroepen dat het mohammedanisme de grootste vijand van humor en het vrije woord is, maar roomblanke islamknuffelaars en woke wappies in de politiek en de media die van alles willen verbieden om maar niks en niemand te kwetsen vind ik veel enger. En het gaat alleen verschrikkelijker worden in Nederland. Nogmaals: heerlijk voer voor columnisten en cartoonisten dus. 

Oh ja: er was ook nog een uitspraak vandaag in Roermond. De  38-jarige vrouw uit Maassluis krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden voor het beledigen en bedreigen van Oppenheimer, met een proeftijd van drie jaar. Ook moet ze hem een schadevergoeding betalen van in totaal ruim 1.100 euro: 851,44 euro aan materiële schade en 300 euro immateriële schade. Ik denk dat ik mij binnenkort in Maastricht maar eens duchtig laat fêteren door de cartoonist in bonis.