Spring naar de content
bron: anp

NRC’s wokenschapsredactie maakt een genderbijlage

“Een vrouw is een vrouw en een transvrouw is een transvrouw. Dat is de kern van het conflict.” Jan Kuitenbrouwer las in de genderbijlage van NRC Handelsblad geen woord over het transgenderdebat.

Gepubliceerd op: Geplaatst in de volgende categorieën:
Geschreven door: Jan Kuitenbrouwer

Begin dit jaar schreef Peter Vasterman een opiniestuk in NRC Handelsblad waarin hij zich afvroeg waarom de Nederlandse media toch zo weinig aandacht besteden aan de enorme toename van het aantal mensen die zichzelf als transgender beschouwen. Overal in de ontwikkelde wereld zijn de wachtlijsten bij genderklinieken explosief gegroeid. Tot ongeveer 2013 ging het in Nederland om enkele tientallen gevallen per jaar, nu zijn het elk jaar vijfhonderd jongeren tot 17 jaar. De groep van 18 tot 30 jaar verdubbelde. Ging het vroeger in meerderheid om mannen die transvrouw willen worden, nu is tweederde vrouw met een wens om transman te worden.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Nederland had lange tijd één zo’n kliniek, inmiddels zijn er drie, want deze toeloop wordt beschouwd als een medische vraag waar de zorg aan moet voldoen. De komende jaren zullen duizenden mensen aan zo’n transitie beginnen, een ingrijpende fysieke behandeling waarvan de langetermijngevolgen deels nog onbekend zijn. Waarom onderzoeken de Nederlandse media dit verschijnsel niet, vroeg Vasterman zich af. NRC werd overspoeld met woedende reacties vanuit de genderbeweging, het ontslag van chef opinie Peter Vermaas werd geëist, en ook binnen de redactie was verontwaardiging dat de krant ruimte gaf aan ‘transfobie’, de rituele dooddoener waarmee de genderbeweging elk tegengeluid desavoueert, hoe vaak gendercritici ook benadrukken dat echte dysforielijders alle zorg moeten krijgen die ze nodig hebben en op geen enkele manier maatschappelijk achtergesteld mogen worden.

Voor NRC’s boekenredactie schreef Vasterman vervolgens een recensie van een aantal boeken over dit onderwerp. De boekenredactie was opgetogen maar op de valreep brak een opstandje uit van redacteuren die eisten dat het geschrapt werd. En aldus geschiedde.

Het transgenderdebat is vooral een sociale, culturele en uiteindelijk politieke controverse. Door het vanuit de wetenschap te benaderen worden de werkelijk lastige vragen rond dit onderwerp omzeild

Vasterman zette het stuk vervolgens op zijn blog. Het is een leerzame, erudiete beschouwing op basis van drie boeken die een kritisch licht werpen op de transgenderhausse, ieder vanuit een ander perspectief. Ik heb die boeken ook gelezen (en twee ervan hier besproken) en ze zijn grondig, feitelijk en consciëntieus. En ook deze auteurs wringen zich in bochten om maar zo duidelijk mogelijk te maken dat zij niets tegen transgenderisme hebben, maar wel tegen de verbeten ideologie die eromheen gegroeid is. Tevergeefs, in de ogen van de genderbeweging zijn en blijven zij ‘transfoob’.
Waarom je Vastermans stuk zou weigeren is een compleet raadsel, tenzij je van mening bent dat elke kritiek op de transbeweging inderdaad abject is, en kennelijk vindt men dat op de redactie van NRC. Via via kreeg ik inzage in de bezwaarnotitie die de naysayers opstelden. Het is een typische Gish gallop, een lawine van lukrake argumenten, vooral bedoeld om je tegenstander te bedelven. Vasterman had bijvoorbeeld moeten vermelden dat gender behalve in de biologie, ‘ook wortels heeft in de kwantummechanica’. Interessant, maar gaat u verder.

Ook Sjoerd de Jong, NRC’s altijd zo diplomatieke ombudsman, sprak zijn ongenoegen uit over de weigering en de hoop dat de krant nu zelf zou laten zien hoe je over dit onderwerp dient te schrijven. Afgelopen zaterdag was het zo ver: de NRC wetenschapsredactie bracht een speciale bijlage, gewijd aan ‘gender’.

De journalistieke revanche waar Sjoerd de Jong van droomde is het niet geworden. De bijlage lijkt een moetje, een wat schamele verzameling stukken, sommige met tegenzin geschreven, door medewerkers die niet zo goed in de stof zitten als die pretentieuze kritiek op Vasterman suggereerde. De kwantummechanica komt in elk geval niet meer terug!
Maar het voornaamste bezwaar tegen deze productie is dat geen letter wordt gewijd aan de controverse die Vasterman en de auteurs die hij recenseerde behandelen. Het is alsof je een bijlage maakt over het klimaatprobleem met uitsluitend stukken over het broeikasaffect.

Het transgenderdebat is vooral een sociale, culturele en uiteindelijk politieke controverse. Door het vanuit de wetenschap te benaderen worden de werkelijk lastige vragen rond dit onderwerp omzeild. Dat J.K. Rowling duizenden doodsbedreigingen ontving, Kathleen Stock door gemaskerde activisten van de Sussex-campus werd verjaagd, boekdistributeurs weigeren genderkritische boeken te verkopen en Vastermans recensie door NRC gecanceld werd, is op grond van een doctrine van vijf woorden: “Een transvrouw is een vrouw.” Critici zoals Rowling, Stock en in Nederland bijvoorbeeld Renate van der Zee (Opzij), Vasterman en ikzelf, zeggen: “Nee, een vrouw is een vrouw en een transvrouw is een transvrouw.” Dat is de kern van het conflict. Geen woord erover in deze bijlage!

Datzelfde conflict verdeelt de voor- en tegenstanders van wetten die het mogelijk maken om zelf het geslacht op je geboortebewijs te veranderen, zonder tussenkomst van deskundigen (zogeheten ’genderzelfidentificatie’). Zo’n wet ligt op dit moment ook in Nederland voor. In NRC‘s genderbijlage: geen woord! Terwijl de rechtskunde toch ook een wetenschap is.

De filosofische basis van het genderdenken is het idee dat we bij de geboorte geen man of vrouw zijn, maar een mannelijk of vrouwelijk geslacht krijgen toegewezen, op basis van arbitraire conventies. In plaats daarvan gaat het om onze ‘genderidentiteit’, een soort geslachtelijke ziel, een aangeboren notie van welk ‘gender’ we zijn. Biologie is dus bijzaak en daarom is een transvrouw een echte vrouw. Maar voor het bestaan van zo’n ‘genderidentiteit’ is geen enkel bewijs. Een kenniswetenschappelijk probleem van de hoogste orde, typisch een onderwerp voor NRC, zou je zeggen – lux & libertas, slijpsteen voor de geest, u kent de slagzinnen – maar nee, geen letter.

Misschien is het een idee als NRC nog een genderbijlage maakt, maar dan door een redactie die iets wakkerder is en iets minder woke?

En die gigantische toename van het aantal jonge vrouwen die in transitie willen? Een hausse die begon op het moment dat de sociale media hun intrede deden, een factor die door vrijwel alle ouders van zulke meisjes genoemd wordt als mogelijke verklaring voor de plotselinge onvrede met hun vrouw-zijn? Het suggereert dat we hier met een sociale besmettingsgolf te maken hebben, zoals de geschiedenis van de geneeskunde er zoveel kent. Ja, daarover bevatte deze bijlage een artikel. En precies daar zien we dezelfde orthodoxe weerstand tegen niet-conforme informatie die Vastermans recensie fataal werd. Het eerste onderzoek naar die nieuwe transgolf, vooral gebaseerd op gesprekken met ouders en deskundigen, werd gedaan door Lisa Littman. Zij muntte de term rapid onset gender dysforia (ROGD), plots opkomende genderdysforie. Onvrede met je geboortegeslacht is iets dat mensen meestal al van kinds af aan hebben, terwijl daar bij deze meisjes vaak geen sprake van is. Ineens hebben ze het, en vaak blijken er andere meisjes in hun omgeving te zijn die het ook hebben. Vriendinnen gaan samen op vakantie en komen ‘trans’ terug. Zouden zij elkaar sociaal besmetten?

Ook Littman werd door de transbeweging op de inmiddels vertrouwde wijze gedemoniseerd. Zij was ‘transfoob’ en haar onderzoek deugde van geen kanten. Mensen die geloven in iets waarvoor geen enkel bewijs is en die tegelijk verstand hebben van wetenschappelijke methodologie, het is iets heel bijzonders. (Zou een goed onderwerp zijn voor een genderbijlage van een intelligente krant).

Littmans’ werkgever, Brown University, distantieerde zich van haar en het blad dat haar studie publiceerde onderwierp het aan een tweede peer review. Dit werd door de transbeweging direct geframed als een glansrijke overwinning en een definitieve weerlegging van Littmans werk. En zo staat het ook in deze bijlage: “Zij moest haar artikel aanpassen.” Een Nijmeegse genderstudies-gediplomeerde: “Het is onbegrijpelijk dat dit artikel door de peer review is gekomen.” Daarna lepelt zij vrijwel letterlijk het anti-Litmann prevelement van de transbeweging op, opgebouwd uit verzinsels en halve waarheden.

Deze ‘genderstudies wetenschapster’ mag het onbegrijpelijk vinden, de feiten zijn dat Littman’s studie die beide peer reviews passeerde en na de tweede slechts op details werd aangepast. In het hoofdstuk ‘resultaten’ werd zelfs geen komma verplaatst. Maar ja, zoals men in iets minder verheven regionen van de journalistiek zegt: “Een mooi verhaal nooit kapot checken.”

De argeloze NRC-lezer verkeert intussen in de waan dat de genderbeweging een kwestie van voortschrijdend wetenschappelijk inzicht is, een verlichte voorhoede waar hij zich nu dankzij de krant bij kan aansluiten.
Misschien is het een idee als NRC nog een genderbijlage maakt, maar dan door een redactie die iets wakkerder is en iets minder woke?