In de begindagen van september 2005, op de kop af twintig jaar geleden, schreef ik een artikel samen met Femke Halsema, dat is gepubliceerd op de opiniepagina van het dagblad Trouw. Femke Halsema was toen nog fractievoorzitter van GroenLinks in de Tweede Kamer en ik was toen nog dichter. In dat stuk uitten wij onze bedenkingen en zorgen met betrekking tot het wetsvoorstel van de toenmalige minister van Justitie Piet-Hein Donner (CDA) dat tot doel had het verheerlijken, vergoelijken, bagatelliseren of ontkennen van terroristische misdrijven strafbaar te stellen. Deze zogenaamde ‘apologiewet’ (137h & i WvS) werd later dat jaar mede dankzij ons artikel door de Tweede Kamer verworpen.
In 2012 werd er door het CDA en de SGP een motie ingediend om de verheerlijking van terrorisme alsnog strafbaar te stellen. De toenmalige minister van Justitie, Ivo Opstelten (VVD) ontraadde de motie. ‘Onder een strafbaarstelling van verheerlijking van terrorisme zouden al snel allerlei – op zich verwerpelijke – opinies en gedachten van mensen vallen,’ zo verklaarde hij, ‘waarvan het echter zeer onaannemelijk is dat zij enig verband houden met potentiële terroristische daden.’ De motie werd door de Tweede Kamer verworpen.
En nu is het, om met de Amerikaanse honkballer Lawrence Peter ‘Yogi’ Berra te spreken, ‘dejà vu all over again’. Dit weekend sluit de consultatiefase af voor het wetsvoorstel van demissionair minister van Justitie David van Weel (VVD) dat verheerlijking en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties strafbaar moet stellen. Er is sprake van een subtiele verschuiving in de motivering van het wetsvoorstel. Donner zei twintig jaar geleden dat ‘de wet gaat over uitingen van apologie die een bedreiging vormen van de openbare orde.’ In de toelichting op het wetsvoorstel schreef hij: ‘deze uitlatingen hebben het vermogen groepen tegen elkaar op te zetten, onlustgevoelens in de samenleving (verder) aan te wakkeren en een gevaarlijke neerwaartse spiraal van vergroving in het publieke debat teweeg te brengen.’ Volgens Van Weel is de wet nu nodig omdat terroristische en gewelddadige boodschappen zich razendsnel over de wereld verspreiden en de democratische rechtsstaat ondermijnen. Daarom zouden demonstranten die met vlaggen van terreurgroepen zwaaien, twitteraars die instemmend berichten van terroristische organisaties delen of mensen die aanslagen verheerlijken, volgens hem in aanmerking komen voor celstraffen van maximaal twee jaar. Twintig jaar geleden was de democratische rechtsstaat nog niet in gevaar en ging het om handhaving van de openbare orde en om het tegengaan van vergroving van het debat. Thans in 2025 is het debat dermate grof geworden dat niemand zich daar nog zorgen over maakt en staat de democratische rechtsstaat als zodanig op het spel.
Het verheerlijken van de Griekse beschaving, die zoals wij haar kennen bijna volledig Atheens is, is een stuitend voorbeeld van het verheerlijken van een terroristisch misdrijf.
Deze verandering van de tijdsgeest, die aan de motivering valt af te lezen, neemt niet weg dat ik ons artikel uit 2005 hier in deze column zou kunnen plakken als definitieve weerlegging van het wetsvoorstel van Van Weel. Alle argumenten uit die tijd zijn vandaag even geldig en prangend. Dat zal ik niet doen. Het cruciale punt is, zoals ieder weldenkend mens begrijpt, dat het niet eenduidig is wat er onder terrorisme moet worden verstaan. Het debat gaat juist om de beoordeling van daden en intenties. De wetgever heeft het recht niet om dit debat onmogelijk te maken door zelf van rechtswege te verordonneren hoe daden en intenties beoordeeld moeten worden. ‘Wie terroristen zijn en wie juist voorbeelden verschilt naar inzicht en tijd’, schrijft advocaat Tamara Buruma van Prakken d’Oliveira in een reactie op het wetsvoorstel van Van Weel. Zij geeft een overtuigend voorbeeld. De politieke groepering ANC stond tot eind jaren tachtig op Amerikaanse terreurlijsten, hetgeen Nelson Mandela automatisch tot een terrorist maakte. Vanaf de jaren negentig werden de leden van het ANC juist als Zuid-Afrikaanse vrijheidsstrijders beschouwd en Mandela als een held en voorbeeld.
Halsema en ik gaven destijds nog zo’n voorbeeld. Thucydides geeft een ontluisterend verslag van de misdrijven die ten tijde van de Peloponnesische Oorlog door de Atheense legers zijn begaan op het eiland Melos. Alkibiades vertelt hierover in de roman die hij over zichzelf heeft geschreven. Het verheerlijken van de Griekse beschaving, die zoals wij haar kennen bijna volledig Atheens is, is een stuitend voorbeeld van het verheerlijken van een terroristisch misdrijf.
Vorige week vertelde ik hier op deze plek al over het bezoek van mijn goede vriend Erik Jan Harmens aan Genua. Tijdens een van onze diners werden wij lastiggevallen door een accordeonspeler. Stella en ik lichtten Erik Jan in over het feit dat dit geen incident betrof en dat de desbetreffende accordeonspeler ons al jaren teistert. ‘Dit is terrorisme,’ oordeelde Erik Jan, die nog minder tolerantie voor geluidsoverlast aan de dag legt dan wij. Met zijn oordeel zou het een misdrijf zijn om het bespelen van de accordeon te verheerlijken en zou eenieder die beweert dat hij van accordeonmuziek houdt, bestraft moeten worden met maximaal twee jaar cel, tenzij het niet aan Erik Jan Harmens is om te beoordelen wat terrorisme is maar aan de wetgever. Maar, zie je wel, daar gaan we al.






