Column

De wooncrisis kwam van rechts

De huidige wooncrisis is niet veroorzaakt door immigratie of klimaatbeleid, zoals rechts beweert, maar door decennialang centrumrechts afbraakbeleid van de volkshuisvesting, terwijl GroenLinks/PvdA nu terecht inzet op een radicale hervorming van de woningbouw, schrijft Jan Kuitenbrouwer.

28/08 | 2025
door Jan Kuitenbrouwer
Leestijd 5 minuten
Afbeelding

Lang geleden, ik denk wel dertig jaar, zat ik in een Amsterdamse taxi. Vanuit Zuid reden we het centrum in. Het ging stapvoets, overal waren opbrekingen, er werden nieuwe tramrails gelegd, en zoals dat gaat, dan krijgen andere voorzieningen ook meteen een beurt, vertragingen worden bij elkaar opgeteld, men loopt elkaar in de weg en er lijkt geen einde aan te komen. Met name taxichauffeurs klaagden steen en been. De mijne maakte van het oponthoud gebruik om zijn kijk op de wereld uiteen te zetten. Er waren twee grote problemen, stelde hij: al die veel te lang slepende werkzaamheden in de binnenstad en al die ‘buitenlanders’, zoals niet-westerse immigranten toen nog heetten. Hij had eens diep nagedacht over deze materie en was op een lumineus idee gekomen om beide problemen in één keer op te lossen. Als ze al die gaten en greppels en bouwputten nu gewoon dichtgooiden met al die… enfin, u begrijpt waar het heen ging.

Rechts doet op dit moment net zoiets. Het blijkt uit tal van onderzoeken: volgens de kiezers is de woningnood op dit moment het urgentste maatschappelijke probleem. Rechts wil zich liever profileren op immigratie en klimaatbeleid, want daarmee kunnen zij zich afzetten tegen links. Dus wat zeggen zij: de woningnood wordt veroorzaakt door immigratie en het klimaatbeleid. Stem rechts: minder klimaatgezeur, minder buitenlanders én meer woningen. Het ideale kindermenu: kip, patat én appelmoes.

Als hoofdthema van haar verkiezingscampagne heeft GroenLinks/PvdA nu gekozen voor het aanpakken van de wooncrisis. Een heel goed idee, een welvarend land dat zijn bevolking niet kan huisvesten ís geen welvarend land. De kiezer zet dit probleem niet voor niets op één.

Nederland heeft vrijwel altijd centrum-rechtse kabinetten, maar die voeren linkse politiek, rara, hoe kan dat? Het kan niet, het is een fictie.

De schuld van een misstand kun je in Nederland nooit aan één politieke stroming geven, simpelweg omdat die nooit in z’n eentje aan de macht is. In tegenstelling tot wat radicaalrechtse scribenten en politici ons tegenwoordig proberen wijs te maken, wordt Nederland vrijwel nooit door ‘links’ geregeerd. maar vrijwel altijd door ‘(centrum)rechts’. In rechtsradicale kring is het nu bon ton om de VVD ook ‘links’ te noemen, maar trap daar vooral niet in, dat is onderdeel van de Overton-strategie. De Wet van Overton zegt: er is een ‘raam’ van politieke voorstelbaarheid waarbinnen radicale ideeën het tot overheidsbeleid kunnen schoppen. Als je ideeën (nog) te radicaal zijn om binnen dat raam te vallen moet je ze niet matigen, je moet het raam opzij trekken, zodat ze gematigd lijken. Dat doet radicaal rechts, overal ter wereld, door mainstream rechts ‘links’ te noemen en mainstream links ‘extreem links’. De schaal wordt verschoven. Historisch gezien heeft Nederland vrijwel altijd centrum-rechtse kabinetten gehad, maar die voerden dus in feite linkse politiek. Rara, hoe kan dat? Het kan niet, het is een fictie.

Het probleem is dat de kiezer het onderscheid tussen feit en fictie steeds minder interessant lijkt te vinden. Te veel reality soaps misschien? Te veel Netflix? BNNVara werd tot voor kort geleid door Frans Klein, nu portier bij Talpa, die meende dat House of Cards ook een vorm van politieke journalistiek was. Supermacht Amerika wordt geleid door iemand voor wie het verschil tussen feit en fictie nooit bestaan heeft en van Vladimir Putin wordt eveneens steeds duidelijker dat hij in een fantasiewereld leeft, die hij ‘s avonds op zijn zolderkamer bijeen figuurzaagt, als een soort mythisch-historische modelspoorbaan. We leven in het tijdperk van wat Norman Mailer vijftig jaar geleden al zo treffend omschreef als de ‘factoide’: als feit gepresenteerde verzinsels.

Toen GroenLinks/PvdA haar keuze van ‘wonen’ tot hoofdthema bekend maakte, merkte ik op X op dat het hoog tijd wordt voor een radicaal andere benadering van de volkshuisvesting en dat dit voor mij alleen al reden zou zijn om links te stemmen. 

Er is geen enkel serieus onderzoek dat het tekort aan woningen in Nederland - geschat op tussen de 500.000 en 1 miljoen - toeschrijft aan immigratie.

Een stortvloed van rechtse verwensingen daalde op mij neer. Er was ook instemming, gelukkig, maar op een of andere manier trok deze stellingname van heinde en verre neo-rechtse schreeuwers aan, lieden van wie ik nog nooit gehoord had, vaak met nog geen honderd volgers, die kennelijk via een speciaal waarschuwingssysteem op mijn blasfemische tweet geattendeerd waren. Wat hier vooral uit bleek is dat het kip-patat-appelmoes-menu er bij de boosrechtse kiezer in gaat als koek. De woningnood komt door asielmigratie en het stikstofbeleid en is dus de schuld van ‘links’. 

Hetgeen dus complete onzin is. Er is geen enkel serieus onderzoek dat het tekort aan woningen in Nederland - geschat op tussen de 500.000 en 1 miljoen - toeschrijft aan immigratie. De bevolking groeit een beetje, mede dankzij immigratie, dat stimuleert de vraag naar huizen, ja. Er zijn meer eenpersoonshuishoudens, ook dat vraagt om meer woningen. Dat er bouwprojecten stil liggen vanwege restricties qua stikstof valt ook niet te ontkennen. Is dat de schuld van ‘links’? Als je alles ten westen van de PVV ‘links’ noemt wel ja! En zoals rechts in zo’n coalitieland wel eens meewerkt aan beleid dat je links kunt noemen, hebben linkse partijen vaak genoeg meegewerkt aan rechts beleid.

Een goed voorbeeld is het volkshuisvestingsbeleid van VVD-minister voor Wonen in Rutte II, de VVD’er Stef Blok. Geheel volgens de denkmode van het moment wilde Blok zoveel mogelijk marktwerking introduceren in de volkshuisvesting, een publieke voorziening die ooit juist bedacht werd om mensen te beschermen tegen het dog-eat-dog van de vrije markt, zoals de overheid dat bijvoorbeeld ook doet met de gezondheidszorg. Rutte II was een coalitie van VVD en PvdA. Die laatste partij was natuurlijk niet blij met de darwinistische plannen van Blok, maar ruilde ze uit tegen iets waar de VVD dan weer niet gelukkig van werd.

Met de verhuurdersheffing, niet meer een fiscale afpersing om het begrotingstekort te drukken, u weet nog wel, austerity, dwong Blok de woningbouwcorporaties hun huizenbezit te verkopen. Hij ging op tournee om de internationale vastgoedwereld hoogstpersoonlijk warm te maken voor dit buitenkansje, en met succes. Honderdduizenden corporatiewoningen kwamen in buitenlandse handen. En nog hielden de corporaties te weinig geld over voor nieuwbouw. De aanmaak van woningen voor lage en middeninkomens stagneerde totaal, met als gevolg dat gigantische tekort van nu. Blok ging er prat op dat hij het idee ‘volkshuisvesting’ eigenhandig de nek omdraaide.

Hij ontnam de overheid de mogelijkheid om de volkshuisvesting te sturen, dat zou de markt voortaan doen, maar tegelijk ontnam hij de belangrijkste marktpartij, de corporaties, de mogelijkheid óm het te doen. Hoogleraar Volkshuisvesting Hugo Priemus typeerde Stef Blok ooit als de ‘spookrijder van de woningmarkt.’

Dan kun je de VVD wel hyperventilerend ‘links’ gaan noemen, maar wat Stef Blok met de woningmarkt deed was toch echt kneiterrechts, nihilistisch afbraakbeleid. Dáár zit de ware oorzaak voor de huidige wooncrisis. Die maar op één manier kan worden opgelost: met een radicale hervorming van de woningbouw. En daarvoor moet je dus niet bij rechts zijn, want die gaan opbrekingen dichtgooien met buitenlanders, net als die bijdehante taxichauffeur van dertig jaar geleden. Maar Frans Timmermans zal wel een goed antwoord moeten zien te vinden op dit retorische happy meal van rechts. Dat zal niet meevallen.