Op dezelfde dag dat Zohran Mamdani onder luid gejuich werd gekozen tot burgemeester van New York, sloop Wouter Kolff, de Commissaris van de Koning in Zuid-Holland, naar het Openbaar Ministerie om aangifte te doen van schending van de geheimhoudingsplicht. Namens zijn provincie deed Kolff aangifte van het strafbare feit dat iemand kennelijk had gelekt dat Esmah Lahlah een gooi had gedaan naar het burgemeesterschap van Delft.
Of de Commissaris van de Koning in Brabant ook aangifte heeft gedaan, is mij onbekend. Kort daarvoor lag ook op straat dat Lahlah bovendien had gesolliciteerd naar het burgemeesterschap van Tilburg. Ze werd voor beide functies afgewezen, maar geen nood. Zij had ook nog gewed op een derde paard: het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Dat paard haalde de finish wel, want bij GroenLinks/PvdA stond ze tweede op lijst en zó veel had haar partij nou ook weer niet verloren.
Zowel fractievoorzitter Frans Timmermans als zijn opvolger Jesse Klaver zeiden niets te weten van al die sollicitaties. Maar zij zagen geen bezwaar: Lahlah zou nu met nog meer inzet haar Kamerlidmaatschap vervullen!
Zelf dacht ik er het mijne van. Als een politica, nog voordat zij haar zetel als volksvertegenwoordigster bezet, laat blijken dat ze eigenlijk liever iets anders wil, wat moeten wij dan nog van haar verwachten?
Als ik de (Nederlandse) media mag geloven liep half New York op wolken, toen Mamdani had gewonnen. Een Democraat, een socialist en ook nog een moslim, wat wil je nog meer? Het feest van de democratie had weer even getriomfeerd in het land waar Donald Trump zijn dictatoriale scepter zwaait. En inderdaad, in New York zag je dat de democratie echt leefde. De burgers hadden daar wat te kiezen, al was het alleen maar om duidelijk te maken dat niet iedereen de opschepperijen van Trump voor lief neemt.
Nederlanders geven graag af op de Amerikaanse politieke systeem, maar vergelijk de burgemeestersverkiezing in New York eens met de bedompte manier waarop in ons land de burgemeester wordt benoemd. Waar je in de VS de openlijke strijd van dag tot dag kunt volgen, verloopt hier alles in het diepste geheim. We mochten eens weten dat iemand graag burgemeester van Delft wil worden – stel je voor!
Veel Nederlanders denken momenteel dat Rob Jetten straks minister-president wordt, maar kijk niet vreemd op als plotseling een ander het Torentje betreedt.
En dat geldt niet alleen voor burgemeesters, maar ook voor rechters, Commissarissen van de Koning en zelfs voor de premier. Die worden in Nederland niet gekozen, maar in besloten vergaderingen aangewezen. Veel Nederlanders denken momenteel dat Rob Jetten straks minister-president wordt, maar kijk niet vreemd op als plotseling een ander het Torentje betreedt.
Wie? Geen idee.
Twee jaar geleden stond ineens ene Dick Schoof voor onze neus. Dick Schoof, ken je die niet? Deze uit de hoge hoed getoverde kerel met zijn stoppelbaard bleek niet eens lid te zijn van een partij – de Nederlandse democratie in een notendop. Nederlanders zijn graag dominees (zo lang het niets kost) en als ware Cleveringa’s waarschuwen ze met overgave voor het opkomend fascisme – speciaal wanneer het Amerika betreft – maar bijna nergens valt zo weinig te kiezen als in Nederland. En bijna nergens valt zo veel te kiezen als in Amerika.
Als Nederlanders binnen twee jaar naar de stembus moeten, omdat een kabinet is gevallen, roepen ze: ‘Alweer?!’
Net als ‘apartheid’ is ‘verkiezingsmoe’ een typisch Nederlands woord. In maart 2026 zullen gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden. Nederlanders kijken nu al op tegen dat lokale feest van de democratie. Moeten ze al weer naar het schooltje om de hoek om daar de arm te heffen voor dat loodzware rode potlood.
Ja, ze hebben een heel zwaar leven.
Ik zeg niet dat in Amerika alles ideaal is en alles vlekkeloos verloopt, maar je kunt daar tenminste over alles en nog wat stemmen. Over de burgemeester, de sheriff, de rechter en over talloze andere overheidsfuncties. Vaak staan burgers daarvoor uren in de rij en dan heb ik het nog niet eens over de Republikeinse en Democratische afgevaardigden die in kleine zaaltjes verantwoording moeten afleggen tegenover hun kiezers. Langs de huizen gaan en medeburgers aanspreken op hun politieke voorkeur functioneert in de Verenigde Staten nog echt. In mijn herinnering zie ik Joop den Uyl met een rode roos langs de voordeuren schuifelen en dat had toch iets ongemakkelijks. Bij Lilianne Ploumen of Wybren van Haga geloof je het niet meer.
Tegen de verkiezing van dit soort functies wordt ingebracht dat je dan niet altijd de beste kandidaat krijgt. Ja, dames en heren, dat is nu eenmaal een vervelend trekje van de democratie. Kamerleden zijn ook niet altijd tegen hun werk opgewassen en die worden toch ook niet benoemd. De kracht van het benoemingsargument moet trouwens niet overdreven worden. In Delft zou Esmee Lahlah het bij een burgemeestersverkiezing ook hebben afgelegd tegen – ik noem maar wat – Alexander Pechtold. Misschien dat ze in Tilburg, waar ze wethouder is geweest, een kans zou hebben gehad, al vraag ik me dat af. Ik vermoed dat haar verborgen sollicitaties GroenLinks/PvdA een paar zetels heeft gekost. Achteraf bezien is het, ook om andere redenen, niet verstandig geweest haar in de campagne zo pontificaal naast Timmermans te positioneren. Maar ja, dat is met de kennis van nu.
Als inwoner van Amsterdam heb ik heel wat zwakke – en benoemde – burgemeesters meegemaakt. Dat was eerder regel dan uitzondering. Schelto Patijn (1994-2001) vond ik nog de beste, maar die kwam dan ook uit een chique Haagse familie. Met Femke Halsema blijft het worstelen en of ze een burgemeestersverkiezing zou hebben gewonnen, waag ik te betwijfelen.
De gekozen burgemeester is een beschamende geschiedenis. Het was een van de kroonjuwelen van D66, maar telkens als een gekozen burgemeester in zicht kwam, werd die door de traditionele bestuurspartijen afgeschoten. Zij hielden zo’n belangrijke post liever in eigen hand. De dolksteek kwam nota bene van een linkse partij tijdens De Nacht van Van Thijn. Op 22 maart 2005 torpedeerde Ed van Thijn – toen senator voor de PvdA in de Eerste Kamer – een grondwetswijziging die de gekozen burgemeester mogelijk moest maken. D66-ministers traden af en Laurens Jan Brinkhorst zei over Van Thijn: ‘Eens een rat, altijd een rat.’
Vlak voor de verkiezingen berichtte het dagblad Trouw dat D66 het rechtstreek kiezen van premier en burgemeester uit het partijprogramma had geschrapt.
Fijne jongens, onder elkaar. Zo bleef de burgemeestersverkiezing voorgoed in de achterkamertjes, reden te meer om je af te vragen of het lekken van een burgemeesterssollicitatie niet juist een burgerplicht is.
Nadien is nog wel geprobeerd de gekozen burgemeester weer op te wekken, maar alle voorstellen daartoe waren halfbakken. De gekozen burgemeester was een Dead Man Walking. U gelooft het misschien niet, maar op 4 oktober 2025, vlak voor de verkiezingen, berichtte het dagblad Trouw dat D66 het rechtstreek kiezen van premier en burgemeester uit het partijprogramma had geschrapt. Juist, geschrapt. Lijsttrekker Rob Jetten zelf had het ooit nog verdedigd. Aan die vooravond ging het wegwerpen van het laatste D66-kroonjuweel bijna ongemerkt voorbij. Drie weken later werd D66 voor het eerst in zijn geschiedenis de grootste partij van het land.
In Amerika wonen inderdaad rare jongens, maar dat is niets vergeleken met Nederland. Daar zijn ze soms totaal krankzinnig.






