Wie de verwoestende werking van politieke denkmodes wil illustreren zou een boek moeten schrijven over de Stint. In dit geval dateert de denkmode uit de jaren tachtig van de vorige eeuw en heet: deregulering, privatisering en marktwerking. Het kwam overgewaaid uit Amerika: denkers als Friedrich Hayek en Milton Friedman zeiden dat de overheid zich met veel te veel bemoeide, er moest meer ruimte komen voor de markt, marktpartijen willen zo min mogelijk regels, dan kunnen ze lekker hun gang gaan, dus er moest gedereguleerd en geprivatiseerd worden. Trendgevoelig als wij zijn in Nederland, werd dit denken hier gretig omarmd en in beleid omgezet. En chauvinistisch als we zijn gingen we er ook verder in dan de landen om ons heen. Nederland gidsland, u weet toch. In de meeste landen, zeker in Amerika, wordt de privatisering van een overheidstaak omkleed met solide juridische waarborgen om het publieke belang veilig te stellen en te kunnen ingrijpen als de markt er een potje van maakt. Nederlandse dereguleerders vonden dat niet zo nodig, wij hadden hier immers een overlegcultuur, het poldermodel, het gezamenlijk streven naar consensus. Er zaten (en zitten) maar weinig mensen met ervaring in het bedrijfsleven in het Nederlandse parlement, de meeste hebben een ambtelijke achtergrond, mensen die denken in A4-tjes gebaseerd op vertrouwen in plaats van dikke contracten gebaseerd op wantrouwen. De termen ‘zelfregulering’ en ‘convenant’ deden hun intrede. Het gevolg was een aantal lichtvaardige, rampzalige privatiseringen, waarbij winstbejag voorang kreeg op het publieke belang. De Stint is maar een van de vele voorbeelden.
In Den Bosch staan momenteel twee directeuren van de Stint-fabriek voor de rechter vanwege hun aansprakelijkheid voor het afgrijselijke ongeluk in 2018, waarbij hun voertuig op een overweg in Oss werd verpletterd door een trein. Vier van de vijf inzittende kleuters kwamen om. De Stint had op dat moment een ‘speciale ontheffing’ om niet acht maar tien kinderen te mogen vervoeren, dus er hadden aanzienlijk meer doden kunnen vallen. Deze mannen hebben de Stint bedacht en op de markt gebracht, zij hebben schuld en moeten boeten, vindt het Openbaar Ministerie. Maar je kunt in Nederland niet zomaar een vervoersmiddel op de weg brengen, daar zijn allerlei procedures voor, zowel landelijk als Europees. Die achteloze ontheffing voor het maximum aantal passagiers is maar een van de vele momenten waarop die procedures - waarborgen, toelatingseisen, keuringen, certificatie, inspectie - voor de Stint terzijde werden geschoven. ‘Paars’ regeerde, de PvdA wilde zich profileren op kinderopvang, de VVD op deregulering en innovatie, in de geprivatiseerde kinderopvang was dringend behoefte aan een simpel, goedkoop vervoersmiddel, die Stint leek wel een geinige uitvinding - dus hoppa, toelaten maar. Maar de Stint was technisch onvolwaardig en niet veilig voor deelname aan het verkeer, laat staan als openbaar vervoermiddel, laat stáán voor kleuters. De motor kon op hol slaan, het remsysteem haperde, de gashendel voldeed niet, de handrem was veel te licht, een noodstopvoorziening ontbrak en het systeem was gevoelig voor elektromagnetische storingen. Een combinatie van die defecten werd de Stint in Oss fataal. De eigenlijke verantwoordelijken voor die ramp zijn de onbezonnen politici en ambtenaren die het lieten gebeuren.
Eigenlijk zouden de ex-Kamerleden De Krom en Roefs voor de rechter moeten staan, samen met de minister die hun motie uitvoerde, CDA’er Camiel Eurlings.
De fabrikanten van Stint zagen vast ook wel in dat hun gammele product onveilig was, maar als de overheid ‘geen probleem, geen probleem!’ roept, kun je dan van een ondernemer verwachten dat die een grondige toelatingsprocedure eist? Een van de beschuldigingen is dat de directeuren valsheid in geschrifte hebben gepleegd door te claimen dat de Stint een Europese goedkeuring had. Wij zijn misleid, zegt Den Haag nu, maar die verdediging is ongeloofwaardig. Zijn de Nederlandse autoriteiten belast met de veiligheid van onze motorvoertuigen zó makkelijk om de tuin te leiden? Die vragen geen rapportjes op, die plegen niet één telefoontje naar Brussel om zich ervan te vergewissen dat zij Nederlandse kleuters niet de weg op sturen in een barrel? Natuurlijk waren er experts die protest aantekenden, bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer bijvoorbeeld, maar zij spraken tegen de wind in. De wind van deregulering, van privatisering, van innovatie, van move fast and... eh… break things.
Herinnert u zich de Segway, die rolstep met grote wielen, die in 2001 in Amerika ontwikkeld werd, niet aansloeg en nu vooral nog als geinig toeristenvoertuig verhuurd wordt? In een moment van ouderwetse strengheid besloot de RDW in 2007, in navolging van Brussel, om de Segway geen RDW-goedkeuring te geven. De politie kreeg opdracht ze van de weg te halen. De Telegraaf berichtte over Pim, een 9-jarig jongetje in Zandvoort, die een longziekte had, zich per Segway verplaatste en zijn geliefde electrostep nu kwijt dreigde te raken. VVD-Kamerlid Paul de Krom en zijn PvdA-collega Lia Roefs sprongen er bovenop. Zo’n schitterende visionaire innovatie, gefnuikt door ziekelijke Haagse regelzucht! Arme Pim! Zij kregen een motie door de Kamer om de Segway toch toe te laten. Minister van Verkeer Camiel Eurlings (CDA) had er iets op verzonnen: er werd een nieuwe voertuigcategorie geïntroduceerd: de ‘bijzondere bromfiets’. Dat een bromfiets en een Segway net zoveel met elkaar te maken hebben als een paard-en-wagen en een kinderwagen deed niet terzake. Als iedereen daar verder zijn mond over hield, léék het goed geregeld. Een van die ‘innovatieve voertuiguitvindingen’, toegelaten door Eurlings’ opvolgster Melanie Schultz (VVD), was de Stint. Technisch gezien een Segway, maar dan - enfin, detail - voor elf personen in plaats van één. ‘Het is goed dat wij een nieuwe voertuigcategorie optuigen, zodat wij niet bij iedere innovatieve voertuiguitvinding deze soap over de Segway hoeven te herhalen,’ sprak Paul de Krom tevreden. ‘Wij hebben dus zeker iets belangrijks bereikt.’ De veiligheid van kleuters als soap opera.
Alle ingrediënten voor het fiasco lagen klaar: een politieke modegril, een paar listige ondernemers, De Telegraaf, een zielig ziek kind, twee scoorzieke Kamerleden en een vingervlugge minister. Tien jaar later, op een spoorwegovergang in Oss, volgde de klap. Met een Stint die daar eerder die week ook al plots was gestopt, wist het enige kind dat overleefde. Eigenlijk zouden ook de politici die deze ramp mogelijk maakten voor de rechter moeten staan.






