Terwijl ik mij moed aan het inspreken ben in Picnic Sagres - een woke hipstertentje waar men tegen gepeperde prijzen quinoakoffie uit een halve avocado drinkt, met schuim van handgeklopte boerenkool die eerst geroosterd werd op een houtvuur en vervolgens gemalen in een authentieke Portugese boerenkoffiemolen - hoor ik een gesprekje van twee oude Duitsers aan het tafeltje naast mij met een wezentje achter de kassa, dat vermoedelijk Brunhilde heet en dat er in geval uitziet als een Brunhilde, of desnoods als een Gundula of een Gretchen.
Het stokoude setje - met een gelooide reptielenhuid, identieke rugzakken met daarop uiteraard de schwarz-rot-goldene Bundesflagge, en ‘bewaffnet’ met de onvermijdelijke Nordic Walking-stokken - wisselt wat clichés uit over de Fishermen’s Trail. Die marcheer ik, tegendraads als ik ben, van het eindpunt naar het beginpunt (deo volente, inshallah & se deus quiser uiteraard).
Een van de redenen waarom ik de route in de tegenovergestelde richting loop, is dat ik geen enkele behoefte voel om met andere wandelaars op te lopen, en - oh gruwel - met ze te moeten praten. Nu zie ik ze van ver af aan komen hobbelen en trek ik mijn malle hoedje over mijn ogen en zoef ik ze als de legendarische roadrunner snel voorbij. Ik groet ze zelfs niet, zo erg is mijn misantropie gegroeid tijdens de paar etappes die ik inmiddels heb volbracht. Mijn grote voorbeeld Jules Renard schreef: “Quand on a appris à connaître les hommes, on aime les animaux.”
Ik parafraseer graag en maak daarvan: “Quand on a appris à connaître les marcheurs, on aime les animaux.”
De Duitsers in Picnic Sagres hebben het nu over over het Sünderpfad, het zondarenpad, een bijnaam voor de Fishermen’s Trail die ik nooit eerder hoorde. Ik zou niet weten wat voor boetedoening deze twee wandelvogels moeten doen. Ze zullen zich vermoedelijk niet misdragen hebben in een parenclub in Lissabon. Ze lijken mij na de WOII geboren te zijn en het is dus onredelijk ze te scharen bij Hitler’s Willing Executioners: Ordinary Germans and the Holocaust, het interessante boek van Daniel Goldhagen. Bovendien vind ik de erfzonde een gruwelijke uitvinding en ken ik best wel aardige Duitsers, die dan wellicht genetische mazzel hebben.
Overigens heb ik dat verhaal over die quinoakoffie volledig uit mijn duim gezogen, een goedkoop trucje om de lezer meteen mijn verhaaltje in te zuigen. Die denkt namelijk: hoe kan je nou room maken van boerenkool? Nou, ik heb dat even laten uitzoeken door the ghost in the machine (ChatGTP) en het kan wel degelijk. Je flikkert een stronk boerenkool in de blender, drukt de prut door een kaasdoek, et voilà: een overheerlijke melkvervanger die wat groenig is, maar dat maakt toch niet uit als je de quinoakoffie uit een halve avocado drinkt.
Picnic Sagres is natuurlijk wel alternatief en hip, maar ze houden wel rekening met de surfdudes in Sagres (een ware pestilentie, die niet onderdoet voor de de tien bijbelse plagen die Egypteland teisterden omdat ze Mozes en de Joden niet lieten gaan) en echte cisgendermannen zoals ik die gewoon loeisterke koffie willen en geen raar GroenLinks-sissy-brouwsel van carob (johannesbrood) of cichorei (witlofwortel).
Ik bestelde een dubbele espresso en nam daar een fraaie Zimtschnecken bij, de schitterende Duitse vertaling voor het Zweedse fenomeen kanelbullar. Zimt is natuurlijk Duits voor kaneel. De dubbele espresso kostte maar 2 euro 20 en dat is heel schappelijk. De zoete slak was bijna 4 euro, en dat is aan de prijzige kant (tenzij de kaneel in deze uithoek van Europa duurder is dan heroïne, dat zou natuurlijk kunnen).
Dat verschrikkelijke rijgedrag komt deels voort uit een gorilla-achtig toxisch machismo, en deels omdat Zuid-Portugal toch wel een beetje de shallow gene pool van Europa is, hetgeen deels verklaard kan worden door de Moorse overheersing.
Ik ben mijzelf dus moed aan het inspreken voor de etappe van vandaag, van Sagres naar Vila do Bispo, want die is nog zwaarder dan de vorige. Tussen de 6 en 8 uur lopen, waarvan een deel over een levensgevaarlijk klifpad langs de Atlantische Oceaan. Ik weet niet welke gek de Fishermen’s Trail verzonnen heeft, maar als ik langs de N268 loop, duurt deze verzoeking amper twee uurtjes en als ik officieel ga wandelen, ben ik de hele dag kwijt. Dan moet ik eerst helemaal via de Kaap van Sint Vincent, die ik iets te vaak heb bezocht in de tijd dat ik in een stinkhut in de onzalige wouden onder Barão de São João wegkwijnde en ik heb daar gewoon geen zin in. Picnic Sagres ligt aan de N268 en dat is een mooie opsteker. Maar dan! Ik zie een lange, oneindige en vooral monotone asfaltstreep voor mij en de moed zakt mij in de schoenen. De Portugezen jakkeren over de weg, die behoorlijk te lijden heeft onder de zon en de elementen, en zij zijn met afstand de allerslechtste en roekeloze chauffeurs van Europa. Ze halen het liefst blind in een bocht in, zelfs als ze vier auto’s moeten passeren, en ik heb ze ook gewoon rechts zien inhalen en laat ik nou daar lopen. Ik ben al eens door een dronken boer geschept, op de N125 vlakbij mijn Villa Vischlugt, en brak toen flink wat ribben. Dat verschrikkelijke rijgedrag komt deels voort uit een gorilla-achtig toxisch machismo, en deels omdat Zuid-Portugal toch wel een beetje de shallow gene pool van Europa is, hetgeen deels verklaard kan worden door de Moorse overheersing. Daardoor heeft de Algarviaan maktoeb-dna. Maktoeb is Arabisch voor ‘het staat geschreven’ en dat betekent dat het in het Grote Boek van Allah staat en dat alles is voorbestemd en dus ook de dood van João (met een kater des doods of reeds dronken van zijn herstelvuurwatertje) in zijn stinkende tweedehands rammelbak op de N268. Depois de mim, o dilúvio. Oftewel: na mij de zondvloed.
Ik ga toch maar marcheren en dat kan ik heel goed, omdat ik een knop in mijn hoofd kan omdraaien. Dat komt deels omdat er een soort randdebiel in mij huist, een soort oerdomme aap die mij aan alles deed verslaven, maar die ook de boel overneemt als ik twee uur lang stompzinnig langs een betonstreep in een desolaat landschap moet knokkellopen. Halverwege zie ik een verlaten stroomhuisje en daarop heeft iemand aan twee kanten het woord Hash gekalkt, in koeienletters. Waarom deze noodkreet? Is het een soort statement? Krijt er dan crack of crystal meth op, of free blowjobs and anal sex behind this building between 1800 and 1900 hours. Dat soort gedachten maken mijn dodenmars verdragelijk, en bijna monter arriveer ik Vila do Bispo, een morbide spookdorp, waarvan er veel zijn in de Algarve. Het enige vertier hier wordt gevormd door de Lidl en de Aldi. Het wemelt hier ineens van de backpackers en wandelaars, en sommige mensen groeten mij omdat ik vermoedelijk als een van hen wordt beschouwd. Dat wil ik niet. Ik drink geen druppel als ik wandel, maar nu krijg ik heel veel zin in een hele fles aguardiente. Hoe gaat dit aflopen? Het is pas 12 uur!





