Spring naar de content

2020: de boze witte man slaat terug

Arthur van Amerongen voorspelt twee mogelijkheden voor het jaar 2020. Wat hem betreft is het tijd voor de herintroductie van een kwaliteitsdrempel in mediocratie Nederland.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

Kojo Akyempon was mijn studiegenoot en drinkebroeder op de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. Ghanees, zo zwart als roet en prominent lid van de Ashanti-stam. In Israël hoorde hij voor het eerst grapjes over zijn huidskleur. Dat deed hem niks: ‘King Arthur, ik wist niet eens dat ik zwart was. Dat speelt niet zo in Ghana.’

Met mr. Isaac Stone, zoals Kojo zich noemde, en drie studenten uit Nigeria maakten we Jeruzalem onveilig. Je kan veel zeggen over Afrikanen maar niet dat ze niet kunnen zuipen. Allemaggies!

Al vroeg in de middag zaten we, dag in dag uit, op het gras van de Mount Scopus-campus halve liters Goldstar en smerige, blindmakende arak van het Israëlische merk Elite te hijsen, tot groot misprijzen van de joodse en mohammedaanse medestudenten die nerveus heen en weer dribbelden met aktetasjes en stapels paperassen en wier enige geneugte bestond uit het wekelijks bezoekje aan papa en mama, uiteraard met de vuile was.

Mister Stone had een ghettoblaster en draaide snoeihard Fela Kuti, James Brown, Marvin Gaye en Osibisa, de wereldberoemde Ghanese band.

Ik haalde altijd lekkere varkensworst bij de Palestijnse slager Sinioria in de oude stad, de Nigerianen zaten uitbundig Libanese hasj te paffen en al spoedig wemelde het van de krolse, roomblanke studentes bij onze dagelijkse picknick. Neuken!

Onze bacchanalen werden nog feestelijker als de Fijiërs even overkwamen uit Zuid-Libanon, waar ze deel uitmaakten van Unifil. Mister Stone en de Nigerianen vond de gedrongen, gespierde mennekes maar rare nepnegers die slecht tegen alcohol konden maar ze waren goed gezelschap omdat ze een kort lontje hadden en binnen een paar minuten een bar konden slopen.

Jawel: ik was dat kleine blanke ventje dat in het hoekje triomfantelijk stond te juichen.

Israëli’s maakten regelmatig racistische opmerkingen (in het Hebreeuws) als we een kroeg binnenkwamen. Die vertaalde ik naar het Engels en dan kregen de boosdoeners correctionele klappen. Jawel: ik was dat kleine blanke ventje dat in het hoekje triomfantelijk stond te juichen, veilig achter mijn grote negervrienden.

Om een lang verhaal kort te houden: ik vond het fascinerend dat mijn pikzwarte Afrikaanse vrienden geen enkel minderwaardigheidscomplex hadden. Ze vonden joden en Palestijnen super uncool en neurotisch en spraken altijd vol ironie over die sneue blanken die niet konden feestvieren en zuipen en alleen maar aan het bakkeleien waren over religie en die strontvervelende Midden-Oosten-politiek.

Tot een jaar of twee geleden was ik mij niet bewust van mijn witte privilege.

Wat nou wit! Ik werd gepest omdat ik rood haar had, onder de sproeten zat en maar 25 kilo woog en nooit mee mocht doen met voetballen omdat ik een kruk was! Niet voor niets waren mijn beste vrienden een Indische jongen, een Molukker en een zwarte jongen. Die wisten net als ik wat het was om gediscrimineerd te worden. Mede door mijn uiterlijk en de diverse daaruit voortvloeiende verslavingen heb ik nog nooit een vaste baan gehad. Ik ben al mijn hele leven zo arm als een kerkrat en nu ook nog eens lelijk, vet, oud en ernstig kalend. Verder heb ik prostaatklachten en een drankprobleem. Witte privilege mijn bruine ster!

Surinaamse negermensen noemden mij altijd roze, als in roze big, en soms werd ik bakra genoemd tijdens het hosselen op de Zeedijk.

Een Chinees was een sjinesie, een hele zwarte neger een djoeka, een Javaan een koelie en een Suri met blanke voorouders een boeroe. En dan had je dus de bakra’s, vaak heroïnehoeren die vloeiend Sranantongo spraken, en ik. De Zeedijk was etnisch gezien heerlijk overzichtelijk. Alleen voor de skotoe moest je oppassen. Dat was geen ras maar de politie.

En ineens was daar een paar jaar geleden die Gideons bende van Sylvana Simons, Anja Meulenbelt, Gloria Wekker, Jerry Afriyie, Anousha Nzume, Seada Nourhussen, Clarice Gargard, Babah Tarawally plus een legertje van geveinsd boze helper whitey’s, aangevoerd door Sunny Bergman en andere tiepjes die racisme als verdienmodel hanteren.

Ze openden frontaal de aanval op de witte man; het vleesgeworden kwaad.

Een paar jaar geleden hield professor Wekker een preek in de Ekklesia, een sekte die huist in de Rode Hoed. Het is een kerk zonder een concrete oudtestamentische en nieuwtestamentische God, al gelooft de roomblanke gemeente wel in Allah omdat diens bestaan ruimschoots bewezen is door de Heilige Qur’aan, een goddelijk boek dat wat de Ekklesia-leden best wel eens in aanmerking mag komen voor de Nobelprijs voor de Literatuur. Er staan geen kruisen in de Ekklesia want dat is kwetsend naar de mohammedaanse schoonmakers van de Rode Hoed toe.

Dominee Wekker gaf een donderpreek over de witte erfzonde. Al die stokoude, roomblanke GroenLinks stemmende kerkgangers werd de huid vol gescholden. Zij waren immers de kinderen van de slavendrijvers! Die keurige mensen die vermoedelijk nog nooit een zwart persoon over de vloer hebben gehad, werd een enorm schuldgevoel aangepraat. Verlost raken van de witte erfzonde is onmogelijk: als zij, hun kinderen, het derde en het vierde geslacht maar boeten en hun witte tronen vrijmaken voor de Sylvana’s, de Quinsy’s, de Anousha’s en andere Wekkeroïden.

Wat is dat toch met dat soort roomblanke masochisten, dat ze zich wentelen in schuld en dolgraag boete willen doen voor hun witte erfzonde en hun witte schuld, die volslagen krankzinnige en uit de duim gezogen begrippen. Calvinisme is natuurlijk ook een vorm van masochisme. Wekker is potjandorie net Calvijn: schuld, boete, erfzonde, predestinatie, uitverkoren.

Vroeger had je op de Walletjes in Amsterdam de Satanskerk, een soort sekshuis dat fiscaal de status van een sekte had. Zoiets lijkt mij veel heilzamer voor de masochisten van de Ekklesia die zo graag vernederd willen worden: een flink pak billenkoek. Mijn grote bezwaar tegen het clubje van Sillie Syl en professor wekker is dat geen van deze dilettanten fatsoenlijk kan schrijven. Wel eisen ze dat de Nederlandse literatuur veel te wit is. Prima, maar door wie moeten onze roomblanke iconen van de vaderlandse bellettrie vervangen worden?

Allerlei melkwitte hotemetoten willen lidwoorden en ‘t kofschip afschaffen omdat dat te moeilijk is voor Somalische hersenchirurgen in spe.

Ik verwijs graag naar het geweldige essay van de onverdachte Jamal Ouariachi, waarin hij de verhalenbundel Zwart racistisch noemt en geheel sloopt.

In de nieuwe lichting van schrijvers van kleur zitten geen hoogvliegers (understatement van het jaar). Ik zie geen nieuwe schrijvers van het niveau van Ellen Ombre, Astrid Roemer, Bea Vianen, Clark Accord, Edgar Cairo, Albert Helman, Tip Marugg, Boeli van Leeuwen en Frank Martinus Arion.

Kwaliteit is allang geen voorwaarde meer voor columns en “essays” in dag- en weekbladen in mediocratie Nederland. De pennenvruchten van genoemde personen van kleur zijn vaak erbarmelijk slecht (zelfs nadat er een vermoedelijk roomblanke redacteur of redactrice overheen is gegaan) maar alleen de boodschap telt nog. Grammatica is immers een perverse uitvinding van de witte man, bedoeld om personen van kleur het leven zuur te maken.

Grammatica is racistisch, net als wiskunde en andere beta-vakken. Allerlei melkwitte hotemetoten willen lidwoorden en ‘t kofschip afschaffen omdat dat te moeilijk is voor Somalische hersenchirurgen in spe.

Alles moet op de schop om plaats te maken voor de nieuwe mens: de Nederlandse literatuur, de Griekse en Romeinse filosofen, de klassieke muziek, de exacte vakken, de christelijke feestdagen. Ballet en opera zijn te wit, daarom zie je zelden of nooit bezoekers van kleur bij een voorstelling. De Top 2000 is te wit, de programma’s van de NPO zijn te wit, de politie is te wit, de Tweede Kamer is te wit enzovoort enzovoort. De Bijbel moet feministisch en genderneutraal hertaald worden maar (ik word moe van het mijzelf herhalen) van de Koran mag geen Jip en Janneke of Nijntje-versie komen. En de gekkies van GroenLinks en Bij1 willen een energietransitie voor Amsterdam (geen suiker, geen vlees, geen frisdrank en liever ook geen alcohol) maar wensen mohammedanen tegelijkertijd een zalig Slachtfeest en een zalig Suikerfeest. En genderneutrale toiletten gelden natuurlijk niet voor islamistische buurthuizen.

Ik ken heel veel blanke, deugdzame mannen van veertig plus die PvdA, GroenLinks of D66 stemmen en helemaal klaar zijn met het gekrijs en het Tourettes-geschuim van de Gideons Bende der Wekkeroïden. De wal gaat het schip keren in 2020. De Hollandse man is een zakkenwasser maar als je hem jarenlang op zijn hoofd kakt, zal hij uiteindelijk zeggen: “mmm, het ruikt hier niet zo fris” en grijpt hij toch naar de groene zeep.

Er zijn in het nieuwe jaar twee mogelijkheden: al die oude boze witte mannen staan hun baantjes en machtsposities af aan personen van kleur of er komt gewoon weer een kwaliteitsdrempel. Dat je dus wordt aangenomen op basis van je capaciteiten en niet op basis van je huidskleur.

Kojo Akyempon alias mister Stone zag ik een paar jaar geleden nog in Londen. We dronken honderd liter bier en hij was weer eens op iets aan het promoveren. Kojo liet me alle hoofdzakelijk door blanken gefrequenteerde coole jazzcafeetjes zien en overal was hij verschrikkelijk populair. Ik moest weer denken aan die ene keer dat we door de joodse wijk van Jeruzalem liepen en we op een groepje ultraorthodoxe jongetjes stootten. Die keken hem verschrikt aan, ze hadden kennelijk nog nooit een echte neger gezien. Isaac bukte zich en zei tegen een van de jongetjes in gebroken Hebreeuws: weet je waarom ik zo zwart ben? Omdat ik even in de hel was en daar helemaal verschroeid werd door het vuur.

Vervolgens begon hij met zijn ogen te draaien en een Afrikaans paringsdansje te doen. Ik heb kinderen nog nooit zo hard zien vluchten. Waarom komt Kojo niet in Amsterdam wonen, in plaats van zijn landgenoot, sinterklaasdichter Jerry Afriyie?

Deze is voor the one and only Mister Isaac Stone!