Spring naar de content
bron: anp

Arthur van Amerongens essay voor pedospecial Propria Cures gecanceld; stuk is ‘te pedofiel’

Arthur van Amerongen schreef op uitnodiging van het Amsterdamse studentenblaadje Propria Cures een essay over pedofilie, maar het stuk werd geweigerd. De redactie vond het te riskant om te plaatsen.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

Lieve vrienden en vriendinnen, wat mij nu toch is overkomen! En ik dacht verdorie nog aan toe dat ik alles al had meegemaakt in dit leven! Om Gerrit Komrij maar te citeren: why is everbody always pissing on me?

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Enfin, ik ga u hier langs deze mij onsympathieke weg niet lastigvallen met mijn hartverscheurend levensleed en u moet mijn droevige lotgevallen maar op uw gemakske nalezen in Mijn Moeder is Gek en in Ook Mijn Vader is Gek.

Om een lang verhaal kort te houden: de redactie van het Amsterdamse studentenblaadje Propria Cures, dat nog met de hand gestencild wordt, had Marthijn Uittenbogaard, oud-voorzitter van de politieke partij PNVD en later voorzitter van Vereniging MARTIJN, gevraagd om gastredacteur te worden van hun blad, dat voor de gelegenheid een “pedospecial moet worden omdat het weer eens tijd wordt voor een rel met ons vooraanstaande studentenmagazine. De laatste rel, beste Marthijn, dateert uit de tijd dat Joop van Tijn en Hugo Brandt Corstius redactieleden van PC waren.”

Marthijn had onder andere Meindert Fennema, Arnon Grunberg, Anton Dautzenberg, Gert Hekma, Stella Bergsma, Kluun, Ayaan Hirshi Ali en mij weten te strikken. Toen ik de naam van Dautzenberg zag, ging ik overstag. Ik vind hem een van de beste schrijvers van Nederland en hij is bovendien een sympathieke vent. Tip van Tuur: Ik bestaat uit twee letters. 

Je ziel en zaligheid verkopen aan een blaadje met een oplage van honderd stuks en dan geweigerd worden. Op mijn eenenzestigste notabene!

De ‘pedospecial’ (hoe krijgen ze zulks denigrerends uit hun pen) kreeg als datum: 6 mei 2021. Precies op de dag dat Pim Fortuyn werd vermoord inderdaad. De pedospecial zou opgevrolijkt worden met citaten van Theo van Gogh en Pim Fortuyn.

Ik heb een week met tranen in mijn ogen op mijn essay zitten ploeteren omdat ik al mijn hele leven gegroomed wordt door pedofielen. Tot op de dag van vandaag. Nooit eerder durfde ik mijn pijnlijke ervaringen aan het papier toe te vertrouwen. Marthijn was dolblij met mijn essay, dat maakte veel goed. En toen sloeg het noodlot toe, want ik kreeg zojuist mail van de gasthoofdredacteur van Propria Cures. 

Mag ik u er overigens even, tussen neus en lippen door, op attenderen dat ik vorig jaar genomineerd was voor de Pim Fortuyn-prijs, maar gepasseerd werd door Arie Boomsma?

Beste Arthur,

Je bent gecanceld. Jouw stuk heeft de Propria Cures niet gehaald. Wel staat er in het blad dat nu bij de drukker ligt, waarom je bijdrage er niet in is gekomen. Zelf was ik erg blij met je bijdrage maar ik denk dat de redactie van Propria de inhoud te riskant vond om jou als persoon een podium te geven.

Wat ze schrijven in het nummer is dit:

“Ook Arthur van Amerongen schreef op aanvraag van Marthijn een bijdrage voor dit speciale pedofilienummer. Het plaatsen van een van zijn artikelen druist echter in tegen alle normen en waarden waar PC voor staat. De redactie trekt hier een duidelijke morele grens en gaat over tot de orde van de dag.”

Aangezien Propria ook een satirische inslag heeft weet ik niet precies de reden van het cancelen. Zelf vind ik als je belooft iemands stuk te plaatsen dat belofte schuld maakt. Echter bleek op het eind dat ik toch niet geheel het blad mocht vullen hoe ik wilde en vielen er artikelen af. En pagina’s: mij waren er 16 beloofd maar het werden er 12. Ik zal je de pdf binnenkort wel sturen. Ik stuur het je op het moment dat het blad in uni-gebouwen ligt en bij de mensen op de deurmat. Zaterdag is dat waarschijnlijk.

Ik heb zojuist jouw stuk hier geplaatst.

Heb je het niet voor niks geschreven. Ik denk dan: als Propria Cures een rel had gewild had ik die makkelijk kunnen veroorzaken met jouw schitterende essay.

Groet, Marthijn Uittenbogaard

U begrijpt dat ik hier niet blij mee ben, lieve lezer. Je ziel en zaligheid verkopen aan een blaadje met een oplage van honderd stuks en dan geweigerd worden. Op mijn eenenzestigste notabene!

Nu moet u weten dat ik in de jaren tachtig Arie Storm heb geplaagd tijdens een vrijdagmiddagborrel op de burelen van Het Parool. Ik noemde hem een literaire dwerg en voegde daar schaterlachend aan toen dat ik boeken van anderen zou gaan recenseren als ik zo slecht zou schrijven. En zo geschiedde. Inmiddels heeft Arie het geschopt tot onregelmatig medewerker van PC, waar hij schrijft onder de naam Tessa Sparreboom. Wraak is een gerecht dat koud wordt opgediend, moet de kleine man uit Den Haag gedacht hebben, want vier jaar geleden kwam zijn genadeloze revanche in Propria Cures:

Arthur van Amerongen, de dolende ziel, heeft zichzelf de moeilijke taak toebedeeld Komrijs provocerende toon te vinden, maar klinkt vooral gefrustreerd. Dat kan ik me best voorstellen als je jezelf zo weinig rust gunt als Arthur, die ‘zodra de 9 in de klok zit’ al begint ‘ijskoude vinho verde te slobberen’. Dat soort bekentenissen maakt slechts in twee kringen indruk: de kring van de stoere types zoals Arthur zelf, en de praatkring van de Anonieme Alcoholisten. Neem toch een dag vrijaf, Boze Blanke Hardwerkende Man Van Middelbare Leeftijd (dit is zijn eigen titulatuur)- ontspan toch eens, dacht ik. Het is vakantie.

Ik heb toen schaterlachend met deze vrolijke column, getiteld Kontclit, gereageerd in de goed gelezen en machtige Volkskrant.

Niets blijft mij bespaard. Ik zetel amper een dag in mijn nieuwe woonst Kasteel Molensloot en de jongste hond Jamba is spoorloos verdwenen. Overmand door verdriet schreeuwde ik in het holst van de nacht en in onderbroek haar naam. Buren hingen uit slaapkamers en keken mij boos en meewarig aan. 

Eerder die avond las ik een stuk in Propria Cures waarin notabene een piepjong meisje vilein oproept om voor mijn geestelijke en lichamelijke gezondheid te bidden. Propria Cures is het oudste studentenblad van Nederland. Menno ter Braak, Godfried Bomans, J. Slauerhoff, Renate Rubinstein en Beau van Erven Dorens zaten in de redactie.

De aanleiding voor deze argumentum ad hominem van de PC-redactrice was een Volkskrant-column waarin ik gekscherend schreef dat ik iedere dag al om negen uur aan de vinho verde zat en dat ik de hele dag zat te blowen. Nou vind ik vinho verde een homodrankje van het genre Coebergh met ijs en begin ik de dag gewoon met biologische yoghurt en muesli. Daarna ga ik tuinieren, houd ik mijn schoonheidsslaapje tussen 2 en 4 en werk ik ‘ s avonds aan mijn memoires, met een kopje thee en een drupje whisky. 

Ik haat blowen en voor mij mogen alle koffieshops van Nederland onmiddellijk gesloten worden. De PC-redactrice van dienst omschreef mij bovendien als een man die denkt dat de clitoris onderaan het vagijn bungelt.

Ik kijk dermate veel porno dat ik echt wel verstand heb van de vrouwelijke anatomie. En zelfs als ik zou denken dat de clit in de endeldarm zit, wat dan nog?

Anderzijds voel ik me vereerd want ik dacht altijd dat mijn column enkel in het Rosa Spierhuis te Laren werd gelezen.

De PC-juffer verwijt mij ook nog dat ik nooit een echt onderwerp heb en dat het altijd komkommertijd is in mijn column.

Nou, deze column bewijst het tegendeel want ik ga nu verder met de Vreselijke Vermissing van Jamba. Ik was dus radeloos maar ook pisnijdig want ik had een peperdure omheining van pallets laten bouwen en het ondankbare kreng was als een ware Houdini toch uitgebroken.

De lezer denkt: wat loopt die Algarviaanse Bukowski nou te jammeren in zijn vieze witte onderbroek met pisvlekken en remsporen, hij heeft toch nog twee van die stinkhonden?

Enfin, ik werp mij huilend op mijn ledikant. Het leven heeft geen zin meer. Blijkt Raya daar trillend als een rietje onder te liggen! 

Ik heb haar meteen een dikke reep melkchocola gegeven.

En mensen maar denken dat ik niks meemaak.

Nou, toen waren de rapen gaar, dat begrijpt u. Vervolgens nam Tessa Storm wraak door een vernietigende recensie te schrijven over de bestseller Het Grote Foute Jongens Boek, die ik samen met oom Rob Hoogland schreef. U kunt de recensie hier lezen.

En nu dus de ultieme wraak van Arie Sparreboom. Gelukkig kunt u in groten getale mijn schitterende essay over knapenschenders en donswerkers lezen op deze site, dankzij Marthijn die net zo verdrietig is als ik.

Een voorproefje!

Na vijf minuten stopte er een Jaguar. Het was een meneer in een zalmkleurig pak. Op de stoel naast hem zat een poedeltje. Inmiddels wist ik wel wat een homofiel was. ‘s Avonds laat stopte de man bij een chique hotel in Frankrijk. Voor het eerst in mijn leven at ik slakken en kreeft en dronk ik dure wijn en cognac. Toen de meneer mij in de hotelkamer begon te pijpen, moest ik overgeven. Alles zat onder maar hij vond het niet erg. De volgende ochtend reden we door naar naar Aix-en-Provence. Er ging een nieuwe wereld voor me open, vol nieuwe geuren en kleuren. Weg was de inktzwarte Veluwe met zijn dood en verderf. We bezochten een bar met allemaal hele aardige Algerijnse jongens (het begrip schandknapen kende ik nog niet) en ik dronk liters champagne. Mijn oom – ik moest hem tonton noemen – vroeg die nacht of ik hem wilde neuken. Waarom niet? Dacht ik. De volgende dag namen we afscheid en propte hij mij duizend franken in mijn hand. Ik was dolgelukkig, zelfs toen er een paar dagen later hele vieze pus uit mijn piemel kwam. Het jeukte als de hel en in mijn onderbroek zaten vieze geelgroene korsten. Het was onverdragelijk en via via kwam in een kliniek terecht waar geslachtsziekten gratis werden behandeld. Ik moest vier uur wachten tussen leernichten, hoeren en gastarbeiders. Toen ik aan de beurt was, moest ik op een soort wc-pot gaan zitten en kwam er een zuster met een eng apparaat aan: een rubberen blaasbalg met daaraan een dikke glazen buis. Die glazen buis stak ze in de opening van mijn eikel en ik gilde van de pijn. Toen kneep ze in de rubberen bal en spoot ze vloeistof in mijn lul. Een paar dagen later was de jeuk voorbij. Filmster ben ik nooit geworden, maar de showbiz beviel mij wel.