Spring naar de content
bron: anp

De fietser die nu in een groepje de weg op gaat, heeft van wielrennen niets begrepen

Frank Heinen over mensen op racefietsen die in groepjes de weg op gaan en denken: dat verbod geldt niet voor mij.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Frank Heinen

Dit weekend wandelde ik vanuit mijn huis een stukje langs de Vecht. Zolang de Vecht niet de gemeentegrens van Utrecht verlaten heeft, loopt er aan de ene kant een pad langs waarop ook auto’s mogen rijden – een weg dus eigenlijk, al is het geen brede weg, en al wordt die weg al in Zuilen (wanneer je het gevoel hebt de stad uit te zijn, maar dat nog niet bent) al jaren gedomineerd door een groep intimiderende ganzen.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Een weg die, ook al is het deels, toebehoort aan ganzen, kan natuurlijk nooit een echte weg zijn, maar voor het gemak noem ik ‘m toch maar zo.

Op die weg doken dit weekend weer talloze mensen op racefietsen op. En, nu ik erover nadenk: de weekends ervoor ook. Zodra het mooi weer is, wordt het pad overgenomen door mensen op racefietsen. Het worden er elk jaar meer. Ergens in Utrecht moet zich een enorm nest bevinden. Het is een mode waar ik zelf middenin zit: ik heb een helm en een kleine collectie onflatteuze fietsbroekjes en een racefiets en ik aarzel niet die te gebruiken. Ik ben dol op fietsen. Er bestaan weinig activiteiten die zo leuk en zo ontspannend en zo gezond zijn als fietsen in een mooie omgeving, en daarbij bij voorkeur een beetje voortmaken. Je hart te voelen kloppen, het bloed te voelen pompen, je benen te voelen branden.

Zoals met alle mensen, zijn er ook eindeloos veel verschillende mensen op racefietsen. Vrouwen, mannen, kinderen, ouden van dagen, halfgare helmlozen, types in bolletjestruien en regenboogpakjes. Rapha-rijders en retrodragers. Ervaren amateurs, trimmers, toerders en beginners. Magere kuiten en plofknieën. Mensen die in training zijn voor een prestatie die net boven hun macht ligt en mensen die nog niet onder in de beugel durven. Dieetgoeroes en shoarmasmullers. Katerfietsers en zij die de grenzen van hun vermogens moeten opzoeken. Openlijke rochelaars en zij die het stiekem doen. Types die geen bel hebben omdat dat niet mooi staat (en daarom schreeuwen als ze eraan komen) en niet-asocialen.

Het is een mode waar ik zelf middenin zit: ik heb een helm en een kleine collectie onflatteuze fietsbroekjes en een racefiets en ik aarzel niet die te gebruiken.

Het mooie aan fietsen op een racefiets is dat iedereen zich coureur kan wanen. Iedereen kan een fiets, een pakje en een helm aanschaffen en doen wat zijn of haar helden doen. Fietsers en wielrenners delen hetzelfde materiaal (lijf en fiets), dezelfde lol, dezelfde pijn en hetzelfde decor. Je kunt naar de Gulperberg gaan en Van der Poel spelen. Het enige verschil is dat hij heel hard gaat en jij niet zo, maar je zit allebei ‘op je max’ en dat schept toch een band. Wie voetbalt op zondagochtend, weet onmiddellijk hoe laat het is: het spel lijkt in niets op het spel dat je op tv ziet. Het heet hetzelfde, maar daar houdt het ook mee op. De zondagsfietser is veel vatbaarder voor fantasie: je hoeft maar een paar dingen weg te denken en je zit al praktisch in de Tour. Ga met drie vrienden op pad en je rijdt in de lange vlucht in Parijs-Roubaix. Kop over kop, schuin over de weg, het peloton op je hielen.

Beetje kinderachtig misschien maar ach: er is weinig tegen het kind in jezelf een beetje levend houden. Althans: zolang je met je groepje niet vlak langs tragere weggebruikers scheert die je niet hebben horen aankomen (en dan van schrik driftig worden). Zolang je niet automobilisten intimideert. Zolang je begrijpt dat wandelaars soms ook gebruik maken van het fietspad. Zolang je snapt hoe stresserend het is voor mensen in rolstoelen of buggy’s als je op het laatste moment voor ze uitwijkt. Zolang je in alle inspanning blijft inzien dat verkeersregels niet een soort facultatief pakket beslaan waaruit je kunt kiezen wat voor jou van toepassing is. Zolang jouw kortste weg niet de omweg van een ander betekent. Zolang je je niet gedraagt alsof je vaart je recht geeft op een groter deel van de beschikbare ruimte. Zolang je niet te veel wijst (een beetje mag, vooruit) naar bibberige bejaarden die ijzerenheinig naast elkaar blijven fietsen en slingerende kleuters – immers: zij kúnnen zich niet aanpassen, jij wíl je niet aanpassen.

En: zolang het niet verboden is.

Op het moment van schrijven geldt al weken voor mensen met racefietsen de richtlijn om niet in groepjes de weg op te gaan. Sindsdien gaan er al weken mensen met racefietsen in groepjes de weg op. Ze scheuren in slagorde over paden die drukker zijn dan ooit, omdat iedereen zich in deze tijd op hetzelfde stukje moet zien te vermaken. Soms rijden ze in kleine waaiers. Ik weet niet wie die mensen zijn, of waarom ze in de veronderstelling verkeren dat wat voor iedereen geldt voor hen niet geldt. Misschien zijn het huisgenoten, gezinsleden of speciale fietsclubs voor mensen die al immuun zijn. Ze zullen hoe dan ook allemaal zeggen: het geldt niet voor mij. De column die Thijs Zonneveld een paar weken geleden schreef, ging net niet over mij. Mijn situatie is volkomen anders, ik ben de uitzondering. Mijn clubje draagt niet bij aan de verspreiding, en trouwens ook niet aan de latente agressie die keurige solofietsers nu steeds vaker dienen te ondergaan.

Voor al die mensen deze boodschap: het gaat over jou. 

Wie nu in groepjes de weg op gaat, zal vermoedelijk nooit begrijpen dat wielrennen, veel meer dan hard fietsen, een sport is van inzicht, en van de bereidheid je eigen, kleine wensen tijdelijk terzijde te schuiven in het belang van een groter geheel.

Word lid van HP/De Tijd