Spring naar de content
bron: anp

De Universiteit van Amsterdam verklaart de oorlog aan koning alcohol dus ik breng mijn bul terug

Alcoholgebruik draagt niet bij aan een diverse en inclusieve studie- en werkomgeving, schrijft de Universiteit van Amsterdam. Arthur van Amerongen denkt terug aan zijn eigen studietijd: “Alles zoop en naaide, heel de UvA was één groot matras.”

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

Mijn ouders waren geheelonthouder. Behalve op oudejaarsavond want dan lepelden ze een glaasje advocaat met slagroom naar binnen. Mijn vaders afkeer van drank was het gevolg van zijn ontgroening bij een studentendispuut in Wageningen. Hij moest enorme hoeveelheden jenever drinken en was hij bijna in coma geraakt. Onder de kots en meer dood dan levend werd hij in een taxi gezet en naar het ouderlijk huis gereden. Zijn vader had hem met een broekriem net zolang afgeranseld tot hij weer nuchter was. Het enige dat pa over zijn studententijd en de ontgroening kwijt wilde, was dat hij een ondergescheten plee met een tandenborstel schoon moest schrobben. Dat weerhield mij er niet van Moeder Alcohol te omhelzen toen ik een jaar of vijftien was en ik zoop als een tempelier toen ik mij ruim tien jaar later – in 1985 –  inschreef voor de studie Semitische Talen en Culturen in Amsterdam. 

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Ik hoor de lezers alweer brommen en zuchten en puffen en steunen: attenooie, daar komt de Bukowski van de Algarve (volgens Bert Vuijsje) weer aan met zijn stoere drankverhalen. Niet dus. De alcohol heeft mijn leven verwoest, mijn relaties en mijn lichaam gesloopt, ik ben vernederd in de detox van de Jellinek-kliniek in Amsterdam en het is dat ik er een mediaal verdienmodel van heb gemaakt, want anders zou ik nooit, maar dan ook nooit nog maar één woord verspillen aan mijn destructieve alcoholisme. 

Het eerste dat mij opviel aan de Universiteit van Amsterdam, was de schaamteloze alcoholinname van professoren, docenten en studenten. Een simpel voorbeeld: August Willemsen begon de colleges Portugees voor de eerstejaars met een spoedcursus caipirinha’s, gewoon om negen uur ‘s ochtends. 

Zijn colleges vonden op een onzalig tijdstip in de namiddag plaats en heel vaak stond er dan in de hal van het Bungehuis op het schoolbord dat de betreffende docent wegens ziekte verhinderd was. Die zat dan gewoon dronken in de kroeg, even verderop

Willemsen schreef een prachtig boek over de geschiedenis van het Braziliaanse voetbal, De Goddelijke Kanarie, en zijn epische Braziliaanse brieven gaven voor mij de doorslag om naar Brazilië te emigreren, dat schizofrene land waar ‘hoeren klaarkomen en pooiers jaloers zijn’. Guus kwam om negen uur ‘s ochtends aanzeulen met flessen cachaça, limoenen, ijs en suiker en verklaarde de Braziliaanse ziel aan de hand van een spoedcursus caipirinhas stampen. Willemsen rende tussen de colleges door naar café Hoppe en café de Zwart in de Spuistraat om kopstootjes naar binnen hakken, net als één van mijn docenten Arabisch. Zijn colleges vonden op een onzalig tijdstip in de namiddag plaats en heel vaak stond er dan in de hal van het Bungehuis op het schoolbord dat de betreffende docent wegens ziekte verhinderd was. Die zat dan gewoon dronken in de kroeg, even verderop. 

Mocht er heel toevallig een lezer die na het lezen van deze dramatische ouverture van mijn preek stante pede met alcohol wil stoppen, dan verwijs ik die dolgraag naar het aangrijpende boek De Val van August Willemsen. Ik citeer: 

“Op 10 december 1990, op weg naar huis met vier flessen wodka en anderhalve liter Fanta, komt August Willemsen ten val. Het lukt hem niet meer overeind te komen. In het AMC constateert men, behalve ernstige onderkoeling en ondervoeding, een gebroken linkerheup. Zo begint het beklemmende relaas van een val. In brieven doet de auteur verslag van de voorgeschiedenis: zijn afdaling in de hallucinatoire wereld van de alcohol – in dagboekvorm van de nageschiedenis: zijn herstel in de surrealistische wereld van ‘Huize J’. De woorden waarmee hij zowel het een als het ander karakteriseert, vormen een De profundis: ze beschrijven une saison en enfer. August Willemsen laat hier beangstigend duidelijk zien wat er gebeurt wanneer iemand in de maalstroom raakt waar drank toe leidt.”

Nog even wat de bacchanalen op de UvA betreft: ik liep college bij sociologie en antropologie en in het Spinhuis aan de Oudezijds Achterburgwal waar die faculteiten waren ondergebracht, bevond zich een heuse bar die de hele dag geopend was. Man man man, wat werd daar gezopen! Even verderop bij CREA zaten de studentjes óók de hele dag te zuipen. Wat een schitterende tijd was dat. Om Remco Campert maar even te parafraseren: 

Alles zoop en naaide,
heel de UvA was één groot matras
en de hemel het plafond
van een derderangshotel.

Mijn 389-jarige alma mater is verworden tot een crèche voor millennials, sneeuwvlokjes en andere ongewervelden, een safe space vol teddyberen tegen tentamenstress, met rubberen tegels onder de klimrekken en diversiteitsboa’s die je bekeuren als je boe roept tegen een medescholier

Wie schetst dan ook mijn verbijstering toen ik deze week op een felle polemiek stuitte omtrent de oorlogsverklaring aan de alcohol door mijn oude alma mater. Het draait allemaal om deze tekst.  

“De UvA voert een actief diversiteitsbeleid en wil een diverse en inclusieve studie- en werkomgeving zijn. Ook om die reden past de vanzelfsprekendheid van alcoholgebruik niet bij de UvA. De sociale norm waarin alcoholgebruik normaal is, is een norm waar sommige groepen zich niet in kunnen vinden. Met het nieuwe alcoholbeleid streeft de UvA ernaar meer rekening te houden met diverse groepen geheelonthouders die wegens uiteenlopende redenen -waaronder religieuze en gezondheidsoverwegingen- geen alcohol drinken.”

Bij mij gingen alle bellen rinkelen toen ik las dat de UvA rekening wil houden met een groep geheelonthouders die om religieuze overwegingen geen alcohol drinkt. Geloof me, dat betreft geen aanhangers van het Leger des Heils. Ik heb even geprobeerd te achterhalen hoeveel praktiserende mohammedanen er aan de UvA studeren maar heb helaas geen cijfers kunnen vinden. Nog voordat ik een islamofobe twiet over moslimknuffelen de wereld in kon slingeren, ging de Joop al in de tegenaanval met de schreeuwende kop ‘Fophef om alcoholverbod op UvA om zogenaamd moslims te ontzien! Misplaatste ophef als stok om moslims mee te slaan!’

Het meest heldere en verstandige vertoog over deze kwestie las ik in de Folia, het huisorgaan van de UvA. Hoogleraar accounting Jan Bouwens: 

“De UvA beroept zich niet alleen op gezondheidsredenen, maar ook op inclusiviteit. Maar wat is inclusiviteit? Het is een belangrijk streven dat zich erop richt dat niemand zich buitengesloten voelt in de gemeenschap. Natuurlijk moeten we dat bevorderen. Echter, de vraag is of inclusiviteit wordt bevorderd door een gewoonte van de grote meerderheid de kop in te drukken. Ik kan werkelijk geen kwaad zien in een receptie na een officiële afstudeersessie waar je alcohol mag drinken als je dat wil, en je een soda kan nemen wanneer je alcohol wil laten staan. Sterker, als een minderheid de meerderheid dwingt iets te laten terwijl die minderheid geen last van dat handelen heeft, dan voelt de meerderheid zich door die minderheid buitengesloten.”

Ik kan mijn universitaire oorkonde niet eens terugsturen naar het UvA-dolhuis want na mijn afstuderen leefde ik uit een koffer en is de bul spoorloos verdwenen, net als mijn typ- en zwemdiploma. Bij deze stuur ik mijn bul dus virtueel terug naar die open inrichting

Mijn 389-jarige alma mater was al verworden tot een crèche voor millennials, sneeuwvlokjes en andere ongewervelden, een safe space vol teddyberen tegen tentamenstress, met rubberen tegels onder de klimrekken en diversiteitsboa’s die je bekeuren als je boe roept tegen een medescholier, maar het kon nóg gekker. Een poosje geleden zag ik op de website van AT5 – de spreekbuis van woke Mokum – een bericht over Antilliaanse eerstejaars die ernstig geschrokken waren van agendagebruik op de UvA. Een noviet: “Niemand heeft een agenda op Bonaire. In Nederland moet ik wel met een agenda werken, want hier plan je alles.” De UvA reageerde geschokt en verbood met onmiddellijke ingang alle Jip en Janneke-agenda’s én Bert en Ernie-klokken en voegde daaraan toe dat tijd, afspraken en agenda’s sociale constructies en de perfide erfenis van koloniale witte suprematie zijn. 

Ik kan mijn universitaire oorkonde niet eens terugsturen naar het UvA-dolhuis want na mijn afstuderen leefde ik uit een koffer en is de bul spoorloos verdwenen, net als mijn typ- en zwemdiploma. Bij deze stuur ik mijn bul daarom maar virtueel terug naar die open inrichting. Ik poch overigens nooit over mijn academische graad, want ik was een waardeloze, luie en vooral feestende en zuipende en snuivende zesjesstudent. Niemand geloofde dan ook dat ik was afgestudeerd en het eeuwenoude zaaltje in de universiteitsbibliotheek aan het Singel barstte uit zijn voegen – er was gratis drank – tijdens de buluitreiking. De professoren van de faculteiten Arabisch en Hebreeuws maakten goedbedoelde vileine grappen terwijl mijn moeder en mijn verloofde traantjes wegpinkten. 

De tranen schieten mij nu in de ogen want die kutalcohol heeft mijn leven kapot gemaakt.  Laat mij daarom afsluiten met een waarschuwend gedicht, getiteld: ‘Sluit de mond voor Schiedam.’

Blinkt een traan in uw oog,
Als gij ‘t lijden aanschouwt,
Dat in staat en gezin
Koning Alcohol brouwt

Dan weerklinkt in uw hart
Ook de roepstem, de beê:
‘Bant de drank uit het land’!
O, helpt mee! helpt toch mee!’

Zeg nu niet: ‘ik ben sterk
En ik ken steeds mijn maat’,
Want uw voorbeeld verlokt
Juist de zwakken tot kwaad.

Drank bedwelmt toch den geest
En den wil maakt hij lam,
dus eist liefde van ons:
‘Sluit de mond voor Schiedam!’

Oebele Stellingwerf, 1847 – 1897

Uit: Gij zijt kanalje, heeft men ons verweten!
Jaap van de Merwe.  A.W. Bruna & Zoon Utrecht/Antwerpen 1974