Spring naar de content
bron: ANP

De wet van Sharon: een groots stipje aan horizon

Afgelopen donderdag moest ik in Amsterdam op het Frederiksplein zijn en van mijn huis kun je daar bijna in een rechte lijn naartoe fietsen. Alleen niet donderdag, want op het Museumplein vond de huldiging van Ajax plaats. Met een grote boog om de juichende menigte heen fietsend, hoorde ik in de verte allemaal oorlogsgeluiden. Er hingen helikopters in de lucht en er klonken ook knallen, vermoedelijk vuurwerk, maar voor wie niet beter wist zouden het net zo goed ontploffende granaten kunnen zijn.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Max Pam

Een vreemde agressieve stemming was voelbaar in de stad. Ik stond voor een rood licht dat elk moment op groen kon springen, toen een bakfietser het kruispunt passeerde. Zijn bakfiets was leeg, in die zin dat er geen kinderen in zaten, maar daar stond tegenover dat hij zijn telefoon recht voor zijn gezicht hield, zich niet bekommerend om de rest van het verkeer.

“Hé,” riep ik, “niet op je telefoon kijken!”

Hij antwoordde met een woedende  blik, maar door zijn zware bakfiets kon hij niet onmiddellijk stoppen. Ik trok dus snel op, maar even later reed hij naast om verhaal te halen met een gezicht van: had je wat?

“Niet op je telefoon kijken terwijl je fietst.”

“Niet door rood licht rijden, jij!”

“Haha”.

Het moment van een muilpeer lag niet ver weg, maar om wat voor reden dan ook zwaaide hij ineens af. Misschien kwam hij anders te laat op school voor zijn kinderen.

De bakfietser is een heel speciaal slag. Mannen en vrouwen op bakfietsen zijn in hun verbetenheid verschillend, maar één ding hebben ze gemeen: ze hebben allemaal haast. En ze hebben allemaal elektrisch motortje, dus ze rijden keihard, ook als hun kinderen erin zitten. Die dingen zijn groot en moeilijk wendbaar, en nemen vaak het hele fietspad in beslag. Het zijn levende torpedo’s, een soort harakiri-bommen. Kijk op deze foto: hier zette de een of andere klootzak zijn bakfiets tegen de pui van mijn huis.

Kortom, ik dankte God op mijn blote knieën dat dit moordwapen, samen met de snorfiets, door de gemeente van het fietspad was verdreven. Tenminste dat dacht ik.

Maar wat lees ik nu weer in Het Parool?!

“Amsterdam staat experiment met deelbakfiets toe.”

Een deelbakfiets zou ik willen definiëren als een bakfiets die door twee GroenLinkse families wordt gedeeld. Twee GroenLinksers weten wat één bakfiets kost. Helaas is dat maar ten dele waar. Een deelbakfiets is zoiets als een auto van Greenwheels, maar dan met een bakfiets. Die krengen zijn op weg de nieuwe piranha’s van het verkeer te worden. Dit is namelijk het geval: “Nu de snorfietsers naar de rijbaan zijn verbannen, eisen nieuwe deelbakfietsen straks een prominente plek op het fietspad op.”

Terwijl ons als Amsterdamse fietsers eindelijk was beloofd dat we niet langer het fietspad hoefden te delen met al die scheurende gevaartes. Vergeefse hoop, zo blijkt, want Amsterdam heeft ook al aangekondigd dat er ook een experiment komt met deelscooters en met deelsnorfietsen.

Wat is de betekenis van al die experimenten?

Het is een teken van een bestuur waar niemand een beslissing durft te nemen. Amsterdamse experimenten zijn in diepste wezen een vorm van afstel. Straks komen er ook experimenten om de snorfiets en de scooter weer voorzichtig op het fietspad toe te laten, zodat wij weer zijn aangekomen bij het begin en over een jaar blijkt dat alles bij het oude is gebleven. Grootse plannen zijn er uiteraard wel.

Weet u het nog?

Een maand geleden, na vele jaren van delibereren, heeft de Amsterdamse raad eindelijk besloten dat de snorfietsers van het fietspad af moeten. Helm op en verbannen naar de rijweg. Wethouder Sharon Dijksma zei dat het voor de ambtenaren een loodzwaar proces was geweest, maar dat nu maar liefst twaalf (!) ordehandhavers zouden klaarstaan om 36.000 snorfietsen in toom te houden. Mooi zo. Er werden verkeersborden opgehangen en overal op straat werden witte en blauwe strepen aangebracht.

Het heeft precies één dag geduurd, vermoedelijk niet eens één.

Toen bleek dat het einde van de gedoogdatum naar ergens in juni was verschoven. Ineens kregen wij allerlei uitvluchten te horen. De stad was er nog niet klaar voor, de snorfietsen moesten worden omgebouwd – zeg maar: weer opgevoerd – want nu moesten zij op de rijweg gaan concurreren met het autoverkeer.

Ondertussen scheuren de snorfietsers en scooters harder dan ooit tevoren over het fietspad. Zeg je er iets van dan krijg je een dikke vette vinger. Plus een scheldpartij. Ook aan de bepaling geen telefoon te gebruiken tijdens het fietsen, houdt niemand zich. Naar een voorzichtige schatting rijdt zeker de helft van de Amsterdamse fietsers met een telefoon in zijn hand. Zonder dat er ook maar ergens een wetshandhaver opdoemt. Ik ben erg voor gedogen, maar dit is ronduit bespottelijk.

In de Volkskrant sprak de historicus Willem Melching van de wet van Sharon. Daarmee verwijst hij niet naar de Israëlische premier, maar naar Sharon Dijksma, de Amsterdamse wethouder van Verkeer. De wet luidt: “Bij veel moderne politici is het ambitieniveau omgekeerd evenredig aan hun reële machtspositie.” Concreet houdt dat in dat politici enorme plannen met weidse perspectieven presenteren, maar dat die plannen bij de verwezenlijking ervan ineenschrompelen tot een stipje aan de horizon. Dat gebeurde onder meer met Sharons voornemen om Amsterdam binnen tien jaar te bevrijden van auto’s die op fossiele brandstof rijden. Totaal niet haalbaar, constateerden alle experts met een diepe zucht. Hetzelfde geldt voor andere plannen van de verkeerswethoudster. Volgens Melching zal het Nederlandse leger in volledige uitrusting moeten worden ingezet om de snorfietser van het Amsterdamse fietspad af te houden en de telefoon naar de binnenzak te verwijzen.

Maar al te waar.

En toen wilde een meerderheid van de gemeenteraad ook nog een alcoholverbod in de Amsterdamse grachten. Het is inderdaad geen prettig gezicht om dronken bootgangers door de grachten te zien varen. Ze zuipen maar, pissen overboord en ook veel vrouwen laten, op de rand van een sloep gezeten, gewoon hun broek zakken. Na de bierfiets geeft de zuipschuit een weinig verheffend beeld van de uitbaters die aan toerisme denken te verdienen.

Maar hoe ga en je zo’n verbod handhaven? Met de waterpolitie of met de mariniers? In 1970 veegde een Korps Mariniers de Dam schoon van Damslapers en andere hippies. De Telegraaf schreef de volgende dag juichend over het optreden van “onze Jannen”. Moeten zij bijna 50 jaar later weer in actie komen?

De F-side te water tegen onze Jannen. Aanvalluh!

Op Koningsdag voer een flottielje van bootjes naar de ambtswoning van burgemeester op de Herengracht. Luidkeels werd het ongenoegen geuit. Binnen dacht Femke na. Toen liet zij weten dat het alcoholverbod, waar zij eigenlijk steeds voor was geweest, toch niet doorging omdat zij er eigenlijk altijd tegen was geweest.

Toch lekker zuipen in de grachten!

Voor haar ommezwaai werd ze niet beloond. Toen de huldiging van Ajax op het Museumplein was afgelopen, fietste ik weer naar huis. Thuis zag ik de huldiging op het Journaal. De burgemeester moest spreken voor 100.000 supporters, maar het kwam er niet van. Blikjes en plastic glazen bier zeilden in haar richting. Later bleek dat Edwin van der Sar en Matthijs de Ligt van te voren door de politie waren geïnstrueerd om het bier op te vangen, zodat de burgermoeder niet zou worden geraakt.

Ik had met haar te doen. Dan ben je burgemeester van stad met een club die bijna de Europa Cup wint, en dan profiteer je daar niet van. Integendeel,  je wordt alleen maar met boe-geroep onthaald. Zielig. Ik moest denken aan de schrijver A. den Doolaard, aan wie eens werd gevraagd wat hij als eerste zou doen als hij morgen tot minister-president werd benoemd.

“Aftreden,” zei hij.

Op dat moment trad mijn zoon binnen. Hij kwam van de huldiging, dat wel. Hij keek naar de Journaalbeelden en zei: “Pap, het Journaal heeft het geluid van Femke opgepimpt. In het echt was zij totaal niet te horen."