Spring naar de content
bron: ANP

Donyell Malen, de Messi van Hippolytushoef

Als voetballer kan het je al snel gebeuren; je scoort een aantal keer goed, bent iets te zelfverzekerd in een daaropvolgend interview en krijgt die hoogmoed de jaren daarna dan steeds naar het hoofd geslingerd. De catch-22 van het voetbalinterview, schrijft Frank Heinen. Zijn advies: gewoon ontkennen.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Frank Heinen

Zaterdagavond scoorde Donyell Malen vijf keer in één wedstrijd voor PSV. Een week eerder had hij zijn debuut gemaakt voor het Nederlands elftal, en ook daarbij had hij een doelpunt gemaakt. Omstandigheden die tot extase zouden kunnen leiden, of tot een korte, hevige identiteitscrisis. De ene week ben je nog zomaar een speler van PSV, de volgende ben je Donyell Malen, nieuwe superspits, wereldster, de Messi van Hippolytushoef. Van zo veel succes in korte tijd kun je in de war raken. Voor je er erg in hebt, denk je dat je elke week de winnende maakt tegen Duitsland. En als dat dan niet gebeurt, ben je een ontevreden zak met een te kort gedaan hoofd geworden – en dan is het te laat.

Om dat voor te zijn, kun je het beste ontkennen. Ontkennen dat je je geweldig voelt, ontkennen dat je de uitblinker was en, als het even kan, ontkennen dat het überhaupt is gebeurd.

Donyell Malen stond voor de camera van de NOS. Hij keek alsof hij elk moment aan een zware wedstrijd kon beginnen. Arno Vermeulen – uit.

Om dat voor te zijn, kun je het beste ontkennen.

De camera begon te draaien. De lamp schoot aan. Daar hing plots de microfoon voor zijn neus, als het vlindermes voor de neus van de sigarenhandelaar. Donyell Malens gezicht vertrok in dat van de jongen die aan de deur komt vertellen dat hij Smarties aan je koikarpers heeft gevoerd en dat ze nu allemaal op hun zij drijven.

Arno Vermeulen draaide warm voor zijn eerste vraag. Die ging over de bondscoach, en dat-ie had gezegd dat Malen wel wat vaker mocht scoren.

‘Dat heb je wel heel snel in je oren geknoopt,’ stelde Vermeulen vast.

Donyell Malen antwoordde: ‘Ja. Jaja. Ja. Klopt.’ En omdat hij dat zelf waarschijnlijk ook wat mager vond, voegde hij eraan toe: ‘Vandaag maak ik er vijf en ben ik vooral heel trots.’

Ik weet nog dat ik dacht: even concentreren. Niet te bijdehand doen.

Zelf ben ik ook eens geïnterviewd op een moment van overweldigend succes. Ik, jong en volkomen onbekend en dito onbetekenend, won de prijs voor Beste Sportverhaal van het Jaar, zeg maar: het Vijf Doelpunten in een Wedstrijd voor iedereen die over sport schrijft. Direct na de uitreiking kwam er een magere jongen met een camera op me af. Hij gaf me een warme hand en dirigeerde me naar een hoekje van het restaurant waar de uitreiking had plaatsgevonden. Ik weet nog dat ik dacht: even concentreren. Niet te bijdehand doen. Bij de feiten blijven. En wat je ook doet: niet zeggen dat je het wel terecht vindt, dat het nog lang geduurd heeft eer je hem won en dat je hoopt dat de andere genomineerden je verhaal thuis nog eens nalezen, want misschien steken ze er wat van op.

Het resultaat van dat gesprek staat nog altijd op internet. Ik geloof dat ik me redelijk inhoud, maar hoe in de war ik werkelijk ben op dat moment, staat in opwindingszweet op mijn voorhoofd.

‘Heeft het Nederlands elftal je vleugels gegeven?’ vroeg Vermeulen zaterdag aan Donyell Malen, in wiens gezicht een paar, door een overdaad aan mediatraining hevig ontwikkelde spiertjes samentrokken.

‘Eeeehhhh, vleugels niet zozeer maar, ik bedoel, het zijn hele mooie momenten. Ik heb heel mooie dingen meegemaakt dus: ja, ik denk een beetje wel.’

‘Geeft het toch meer zelfvertrouwen nog?’

‘Eeeh, zelfvertrouwen wil ik het niet noemen, maar om international te worden is heel mooi, en dan moet je ook gewoon trots zijn en (haalt schouders op) ik denk dat je dan gewoon in een goeie flow zit, zeg maar, en als je ook daar kan scoren en spélen, ja… Dan krijg je wel een klein beetje iets meer zelfvertrouwen (glimlacht).’

Op de toppen van zijn opperste triomf bleef Donyell Malen zijn mediatrainingsspier aanspannen. De journalist vroeg iets, hij relativeerde, strooide de woorden ‘beetje’, ‘focus’, ‘flow’ en ‘team’ door zijn zinnen zoals koks vlak voor uitserveren nog even met de specerijen over hun gerecht gaan, en bleef op de vlakte, ondanks de vleugels, die er dus wel een beetje waren.

Het beste zou zijn als alle spelersinterviews zouden worden vervangen door interviews met Ruud Gullit.

Het is de catch-22 van het voetbalinterview: de journalist wil horen wat er werd gevoeld en naar wie werd gelachen, de supporter wil horen dat de geïnterviewde van plan is dat vanaf dit moment elke week te doen en het enige wat de speler wil, is zich geen buil vallen aan de situatie. Stel je voor: net vijf keer gescoord, je zweeft boven het Philips Stadion, alle meisjes uit de regio-Eindhoven sliden je DM’s binnen als in een Axe-reclame en Mino Raiola stuurt een lijstje met clubs die zich hebben gemeld. En jij zegt in al je opwinding één keer dat je inderdaad geniaal was vanavond en hup, er ligt voor een jaar of twee een afdakje van afgunstig gezanik over je prestaties. Dan maar beter bescheiden glimlachen en een vergetelijke kluwen woorden in de microfoon blazen. 

Het beste zou zijn als alle spelersinterviews zouden worden vervangen door interviews met Ruud Gullit. Gisteren zag ik weer een filmpje van Ruud Gullit die een balletje trapte, ik geloof op de luchtplaats van een gevangenis. Hij droeg zijn overhemd uit de broek (maatje te groot, zou ik denken), hield een telefoon aan zijn oor en sprak daarin. Om hem heen stonden tenminste vijftien mensen te kijken naar hoe hij met een telefoon aan zijn oor een balletje trapte. Het overhemd wapperde zacht rond zijn middel.

Ruud Gullit bevindt zich nooit in een situatie. Hij is zelf de situatie. Cruijff had dat ook, en Sjaak Polak. Beugelsdijk kan het, Sneijder ook, Messi niet, en Rijkaard heeft het geleerd. Donyell Malen wachtte zaterdag beleefd tot het voorbij was, en hoopte maar dat het resultaat een beetje zou meevallen. Daarna was er nog een interview, en nog een praatje en misschien nog een telefonisch interview. Allemaal kliffen die omzeild dienden te worden. Ooit, over een interland of zestig, vaart Donyell Malen gewoon rechtdoor en gaan de kliffen voor hem opzij. Dan is hij, ook buiten het veld, zelf de situatie geworden.