Spring naar de content

Hallo NRC! Ik ben niet wit maar roze als een biggetje.

Wat is dat toch met roomblanke clubjes als de NPO, GroenLinks, D66, Trouw en NRC Handelsblad? Hun achterban is zo gepigmenteerd als blanke vla van de Melkunie en krijgt desondanks en om mij onbekende redenen dagelijks het evangelie van de interraciale diversiteit in de weldoorvoede magen gesplitst.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

Van de week was het weer raak, ditmaal in een redactioneel hoofdcommentaar in het NRC, met de welluidende titel Witte president wil in wit land wonen dat niet bestaat.

Ik bespaar u het gejatte geleuter uit de Amerikaanse Social Justice Warrior-fabriek en richt mij op de kern van het commentaartje:

Het witte land waar Trump het liefst zou wonen, bestaat niet en heeft ook nooit bestaan – hoe aantrekkelijk een deel van de Amerikaanse kiezers dat ook zou vinden. De Verenigde Staten zijn een veelkleurige samenleving. De natie werd uitgeroepen in een gebied waar al native Americans woonden en de emancipatiestrijd van zwarte Amerikanen was een inspiratie voor velen. De VS zijn in wezen multicultureel, of Trump dat nu leuk vindt of niet. Zwijgen is in deze controverse dan ook geen optie.

Ik ben bepaald geen Trumpiaan maar daar gaat het nu even niet om. Het gaat mij er om dat een roomblanke hoofdredactie (zo mogelijk nog blanker dan de jaarbraai van de Afrikaner Weerstandsbeweging) de wigger uithangt. Daar moet ik aan toe voegen dat Eugène Terre’Blanche, de voorman van de AWB, tenminste nog met mannen van kleur sliep, een inclusiviteit die ik niet zo snel zie gebeuren bij de hoofdredactie van het NRC. Die gewaagde interracialiteit eindigde voor Terre’Blanche overigens in een voor hem fatale crime passionel.

Een wigger is een samenvoeging van white en Afro American, zeg maar een blanke die net doet alsof ie zwart is. Voorbeelden: Gary Oldman als Drexl Spivey in True Romance, Michiel Romeyn als Oboema Sesetokoe de Amsterdamse witte bosneger (mijn woorden zijn het niet maar afkomstig van Team Jiskefet), Arjan Ederveen als de Groningse boer die neger wil worden, de twee bleekscheten van de Grauwe Eeuw en last but not least: de transraciale wannabee Rachel Dolezal!

Enfin, kinderachtig als ik ben, gooide ik er twietje tegen aan en toen brak de pleuris weer eens uit.


Ik ken een heleboel fatsoenlijke mensen bij het NRC (hallo Nina, hallo Coen, hallo Judith) en ik vraag mij af wat die vinden van zo’n potsierlijk commentaartje dat je eerder verwacht bij De Joop, het huisorgaan van de Sociale Dienst en het RIAGG.

Ik ben een taalnazi en daarom stoort het gebruik van de term wit mij.

Het is tenenkrullend en – krommend: een roomblanke dominee (m/v) die helemaal policor-woke gaat op zijn roomblanke parochie.

Ik ben een taalnazi en daarom stoort het gebruik van de term wit mij. Ik meen dat het mijn dinnie Stella Bergsma was die in de Volkskrant schreef dat blank zoveel inhield als een zuiver blazoen en van smetten vrij en dat de tegenovergestelde term neger was, in pejoratieve zin. Dat was natuurlijk kletskoek van La Bergsma, en etymologisch geheel onjuist. Woordensmid Sylvia Witteman ging daar tegen in en het bleef nog lang onrustig

Net toen ik van de woede over het woke NRC-commentaartje bekomen was en het schuim van mijn mond had geveegd, las ik in Trouw (fout na de oorlog) een cursiefje van Babah Tarawally. Babah is schrijver, columnist, programmamaker en nog een heleboel meer. Zeg maar Sinterklaasdichter des Vaderlands Jerry Martin Luther Afrika King Pepermunt maar dan hoogopgeleid. Voor Trouw schrijft hij om de week over (verborgen) discriminatie en racisme, maar vooral over manieren om elkaar op dit thema te kunnen verstaan.

Ik had niet meer aan Babah gedacht sinds die keer dat hij business class vloog en naast Willem van Oranje zat.

Nu was Babah weer op reis, en wel in de trein richting Enschede naar het jaarlijkse Hertme Festival. Voor degenen die dit festival niet kennen: het is Afrika voor gevorderden, waar beginners ook van harte welkom zijn. Kortom, een Afrikaans festival met lekker eten, heerlijke muziek, gezellige, hartelijke mensen en kramen vol Afrikaanse snuisterijen. Opvallend genoeg is meer dan negentig procent van de bezoekers wit, dixit Babah.

Daar gaan we weer: wit. Nou heb ik veel in Afrika gereisd, en vooral per bus, en nog nooit is het in mij opgekomen om te rapporteren dat ik het bijzonder vond dat al mijn medepassagiers zwart waren. Volgens mij is het aantal blanken in Nederland nog altijd flink in de meerderheid, ik schat zo’n tachtig procent. Dus hoe raar is het dat er in de Tukker-expres allemaal blanke mensen zitten, Babah?

Enfin, en toen ontspoorde het cursiefje van collega Babah:

 “Maar meneer, u maant wel op autoritaire wijze twee zwarte dames hun mond te houden, maar deze witte Apeldoorners laat u vrolijk kwetteren!”Hij zwijgt, wat voor mij ook een antwoord is. Ik loop naar de Apeldoorners en vraag vriendelijk of ze wat stiller kunnen zijn. Ze bieden hun excuses aan en stoppen met praten. Terug in mijn stoel vraag ik mij af wat deze man nu anders heeft gedaan dan ik. Misschien heeft hij zich laten leiden door de boreale indoctrinatie die het afgelopen jaar de structuur van ons denken heeft laten wankelen. Misschien voelt hij zich daardoor geroepen om indringers te manen om zich aan onze regels te houden. In dit geval de twee zwarte vrouwen waarvan ik vermoed dat ze gewoon een Nederlands paspoort hebben. Laten we wel wezen. We mogen elkaar zeker corrigeren en aanspreken, maar doe het op een respectvolle manier. Je spreekt om gehoord te worden, dus hoe je iets zegt is daarom minstens zo belangrijk als wat je zegt.

Mijn eerste gedachte was: Je ziet die roomblanke hoofdredacteur van Trouw tegen Babah zeggen: beste kerel, heb je al een keer ‘boreale indoctrinatie’  in je column gebruikt? Maar toen bestudeerde ik deze zin aandachtig: “Maar meneer, u maant wel op autoritaire wijze twee zwarte dames hun mond te houden.”

Nou gebruiken alleen hele oude witte mensen het werkwoord ‘manen’ nog, of keurige, belezen blonde meisjes met vlechtjes van de Reformatorische School der Journalistiek in Ede die stage lopen bij Trouw. Ergens staat ook nog het woord ‘geroezemoes’, weer zo’n archaïsch woord dat je nooit bij Babah zou verwachten.

Kortom, ik geloof er niks van dat Babah zijn eigen column schrijft. Luister maar naar dit fragment.

Het is potdomme net Sesamstraat.

Babah heeft dus een ghostwriter of een souffleur en wordt door Trouw gewoon gebruikt als roeptoeter om het evangelie der diversiteit te verkondigen. Hallo witte mensen, trap er niet in!

P.s. Surinaamse vrienden zeggen trouwens altijd dat ik roze als een varken ben. Nog nooit noemden ze mij wit! Ik ben niet wit! Kijk maar naar deze foto van de geweldige Thomas Schlijper, vorige week genomen in Tel Aviv.