Spring naar de content

Huidige intellectuele armoede gevaar voor toekomst van Nederland

De Nederlandse culturele wereld is gekaapt door vertellers van gebakken lucht, en door hun handlangers op boekenredacties en in jury’s, schrijft Erdal Balci. En dat leidt tot een intellectueel armoedig klimaat. Want wie vertelt daarin het verhaal van één van de 41.000 genitaal verminkte vrouwen?

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Erdal Balci

José de Groot is een dakloze kunstenaar in Amsterdam. Een dertigjarige man die onder de loopbrug slaapt, droomt van een betere slaapplek en zegt blij te zijn omdat hij een telefoon heeft en niet hoeft te bedelen. Het Parool laat ons kennismaken met José en meldt in hetzelfde artikel dat volgens de meest recente cijfers in Nederland dertigduizend daklozen telt. Enkele dagen eerder berichtte de vaderlandse pers over 41 duizend genitaal verminkte vrouwen in Nederland. Geen gebrek aan armoede, ellende en misstanden in Nederland. Waar wel een groot gebrek aan is, is aan de kunde bij kunstenaars, schrijvers en filmmakers om het verhaal van hun eigen mensen te vertellen.

Het was puur toeval dat ik, in de week dat minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) zich op de televisie sterk maakte voor hogere prijzen voor voedselproducten, de film I, Daniel Blake zag. De minister wil de prijzen van levensmiddelen duurder maken om zo het duurzame landbouwbeleid een hart onder de riem te steken. En de mensen die met de prijzen van nu al iedere dubbeltje moeten omdraaien? Schouten heeft ook daar oplossing voor: ‘Laat supermarkten producten die bijna over datum zijn aan die speciale doelgroep verkopen.’

In die film I, Daniel Blake vertelt regisseur Ken Loach het verhaal van armoede in Engeland. Een van de personages is Katie, een alleenstaande moeder met twee kinderen, dag in dag uit strijdt ze om zich staande te houden in een maatschappij die buiten adem is geraakt van de snelheid waarin de nieuwe wereld zich voltrekt, en geen oog heeft voor Katie en haar immense problemen. Halverwege de film is Katie genoodzaakt om naar een voedselbank te gaan, kan zich op een gegeven moment niet meer beheersen, opent een blik met bonen en valt het eten als een hongerige hond aan en excuseert zich vervolgens met tranen in de ogen voor het feit dat ze zoveel honger had.

Buiten Nederland zijn er nog steeds filmmakers, schrijvers en kunstenaars als Ken Loach die met een dikke middelvinger omhoog in de alles verdelgende storm van het postmodernisme staan, zich niet gek laten maken door de mode die voorschrijft dat hun maaksels allegaartjes moeten zijn van nietszeggende verhalen zonder een begin, middenstuk en einde. Met ziel en zaligheid creëren deze helden nog steeds personages die in hun geloofwaardigheid het echte verhaal van onze tijd vertellen.

Het gebrek aan goede verhalen in Nederland is een ernstige zaak.

Het verdriet in Nederland is dan ook groter dan elders, omdat de mensen hun tijd en hun wereld niet terugzien in de esthetiek van boek, film en kunstwerk. Terwijl de Nederlandse culturele wereld is gekaapt door een honderdtal vertellers van postmodernistische gebakken lucht en door hun handlangers op boekenredacties en in jury’s, moeten we met lede ogen aanzien hoe filmmakers uit Zuid-Korea (Spring, summer, fall, winter… and spring), Mexico (Amores Perros), Israël (Shitisel), Turkije (Once Upon a Time in Anatolia) de verhalen van hun mensen in grote meesterwerken gieten.

Het gebrek aan goede verhalen in Nederland is een ernstige zaak. Want, goede verhalen zorgen voor binding tussen leden van een grote gemeenschap, die elkaar niet persoonlijk kunnen kennen. Goede verhalen scheppen een mentaal beeld dat affiniteit met de grote groep mogelijk maakt. Iedere gemeenschap valt vroeg of laat uit elkaar als de verhalen van die gemeenschap niet uitgebeeld worden in retoriek, mythen, tradities. In de hedendaagse wereld worden ze vooral uitgebeeld in boeken en in films.

Een volk redt het niet alleen door voor voetballers te juichen. Meer dan een overwinning van de voetbalvrouwen op een WK is de realistische weergave van het leven van José, die onder een brug slaapt en zo aandoenlijk lief is dat hij de wereld dankbaar is voor een zaktelefoon, het cement dat de mensen in Nederland bij elkaar kan houden. Een kleine wandeling door de steden laat zien dat dit land snel richting de verdeeldheid van het sektarisme van het Midden-Oosten gaat. Dat proces voltrekt zich zo snel omdat in de huidige atmosfeer van de intellectuele armoede de schrijvers, de kunstenaars en de filmmakers niet meer in staat zijn om met het verhaal van één van de 41.000 genitaal verminkte vrouwen de grote gemeenschap een spiegel voor te houden.