Spring naar de content
bron: ANP

Jerry King Luther Afriyie: Sinterklaasdichter des Vaderlands

Arthur van Amerongen verdiept zich in de poëzie van Jerry King Luther Afriyie, aka Kno’Ledge Cesare, en roept hem uit tot Sinterklaasdichter des Vaderlands.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

De brandende vraag op pakjesavond is natuurlijk: hoe lang duurt het voor Jerry King Luther Afriyie gaat mekkeren over de Sinterklaasviering van 2020? Ik vermoed dat hij daar in januari al mee begint.

Jerry zal zich gesterkt voelen door zijn succesvolle lobby voor het introduceren van de roetveegpiet en de volgende stap kondigde hij gisteren aan in een twiet: alle karikaturale kenmerken (rode lippen, zwarte krullende/afro pruik, volledig bruin of zwart geschminkt gezicht en gouden oorbellen) bij álle pieten dienen te verdwijnen.

Het eerste wat ik dacht toen ik deze oekaze las was: wat ben ik blij dat Mary Servaes alias de Zangeres zonder Naam dit niet meer hoeft mee te maken. Ik ben een groot liefhebber van de Zangeres en woonde haar afscheidsconcert bij in Paradiso.

Naast mij stond Hugo Brandt Corstius luidkeels Het was aan de Costa del Col, tingeling, tingeling mee te brullen en dat ontroerde mij zo mogelijk nog meer dan het definitieve afscheid van ons aller Mary.

Ik heb nadien nog een bedevaart naar het Limburgse Stramproy gemaakt, waar de laatste aardse woning van de Zangeres stond, en een en ander opgeschreven voor De Groene Amsterdammer.

Nu hoor ik mijn trouwe lezers al denken: oh jee, nu komt drs. Van Amerongen natuurlijk weer aankakken met die schitterende opname van Gerard Reve en de Zangeres zonder Naam die op zijn verzoek De Vlieger zingt. Dat klopt.

Als iets de Zangeres kenmerkte, waren het wel haar gitzwarte krullen, haar rode lippen, haar gouden oorbellen en haar schmink.

De Zangeres zonder Naam/Zwarte Lola-look is net zo Hollands als hutspot en patat-oorlog.

Waarschijnlijk zal Jerry dit met terugwerkende kracht “cultural appropriation” noemen maar dan heeft hij kennelijk nog nooit een doorsnee café in de Jordaan, een woonwagenkamp, een oud-Hollands bordeel op de Walletjes of een congres van Nederlandse kermisexploitanten bezocht.

De Zangeres zonder Naam/Zwarte Lola-look is namelijk net zo Hollands als hutspot en patat-oorlog.

Wat Jerry niet zal weten, is dat de Zangeres het eerste Nederlandstalige protestlied tegen racisme (geschreven door de onvergetelijke Johnny Hoes) zong.

Terwijl ik dit aan het tikken ben, zie ik mijn vrienden op Twitter en Facebook presentjes maken voor hun kinderen en voel ik me ineens heel eenzaam en alleen. Ik wroet niet graag in mijn verleden maar vanwege dit essay ontkom ik er niet aan. Pakjesavond bij de Van Amerongetjes was net zo zakelijk als het kerstdiner en de oudejaarsavond. Denk aan De Avonden maar dan sober-protestants, muzikaal opgeluisterd door gezang van mama en papa op het harmonium, ook wel psalmenpomp, tranenpers, jammerhout en cirkelzaag des geloofs en halleluja-commode genoemd.

De presentjes had mama al dagen van te voren verstopt op allerlei plekken in het huis en meestal had ik die binnen de kortste keren gevonden zodat er eigenlijk geen verrassingen meer waren op pakjesavond. Zo gretig en hebberig als ik was, zo bang was ik voor de Goedheiligman. Mijn vader werkte als ingenieur bij de KEMA in Arnhem en daar vond jaarlijks een Sinterklaasviering plaats. Ik herinner dat ik op schoot zat bij de Goede Sint, gechaperonneerd door twee pikzwarte Pieten. Ik huilde tranen met tuiten. Dat had niet zozeer te maken met de Pieten, als wel met de stijve pielemuis van de Sint, die ik dwars door zijn tabberd heen in mijn toen nog maagdelijke jongenskontje voelde prikken. Die foto is later gebruikt tijdens de rechtszaak tegen die Arnhemse serieknapenschender en is uiteindelijk terecht gekomen in het archief van Stichting Martijn. U zult het met deze kiek moeten doen.

Meer herinneringen heb ik niet aan Sinterklaas.

Ik doe dan ook niet mee aan de pietenpolemiek in het treurige moederland omdat het mij aan mijn reet zal roesten, dat kinderachtige gedoe. Ik hou mij verre van het moddersmijten tussen Erik van Snuifwinkel, die bakken met geld heeft verdiend aan Zwarte Piet maar na zijn door financiële en artistieke wanhoop gedreven bekering nu witte hulppiet van Jerry is, en anderzijds de hooligans en de Viking-jeugd van FC Duindorp.

Ik schreef natuurlijk laatst die column over Jerry Afriyie in de Volkskrant want een een geintje op zijn tijd schuw ik natuurlijk ook weer niet. Als het maar scoort!

Jerry Afriyie noemt zichzelf The Rebel The Poet maar ook Kno’Ledge Cesare.

Omdat hij zich graag als kunstenaar en dichter manifesteert, ben ik me toch eens gaan verdiepen in zijn poëzie. Het oeuvre van de Ghanees is overzichtelijk: in de dertig jaar dat Jerry in ons land woont, publiceerde hij vijf gedichten in het Nederlands.

In het Engels zou je Jerry een “minor poet” kunnen noemen. Bij T.S. Eliot kunt u lezen wat dat behelst.

Ik ben voor u de gedichten taalwetenschappelijk gaan analyseren – ik schreef bijna taalschetenwappelijk – en hieronder vindt u een beknopte bloemlezing, met indien nodig mijn commentaar.

Dit is mijn gedicht
Ik eer uw komst, allicht
moet u even gaan zitten
Laat mijn woorden u niet missen

Dit is een perfect sinterklaasgedicht. Deze strofe komt uit Alleen samen zijn wij vrij.

Alleen samen zijn wij vrij
Geen baron of Duits bloed
Maar als je mij opensnijdt,
zie je een oranje gloed
Zonder subsidie en geklaag
heb ik dit land mijn eigen gemaakt
Ze is herboren, wederom naakt

Als taalnazi wil ik toch even opmerken dat ‘land’ onzijdig is. Ik zou dus schrijven: het is herboren. Verder ben ik benieuwd op welke baron hij precies doelt (ik hoop niet mijn overgrootvader Maximiliaan Jacob Leonard Taets van Amerongen van Renswoude) en als Jerry Nederland vrij wil hebben van Duits bloed, zal hij met zijn Zwarte Bijlmerpanters toch even moeten afrekenen met ons geliefde koningshuis.

Wel fijn dat Jerry nooit klaagt en niet aan het subsidie-infuus ligt!

Ook interessant is Jerry’s Godwin:

Want weet u het nog
De laatste keer,
Toen we zonder eer
en geweten
de andere kant op keken
Toen het twintigste treinkonvooi wegreed?
Zondvloed, is wat de Heer ons toebeet

Ik heb een blauwe maandag aan de Katholieke Theologische Universiteit Amsterdam gestudeerd. We bestudeerden onder andere de werken van de Duitse theologe Dorothee “Wo war Gott in Auschwitz?” Sölle. Ik kan me niet herinneren dat “de Heer ons de zondvloed toebeet”. De Heer was namelijk op vakantie tijdens de Holocaust.

Overigens ben ik wel benieuwd geworden naar de pidginvertaling van de Bijbel die Jerry als kindje in Ghana moest lezen. In mijn zakbijbel belooft de Heere God namelijk dat er nooit meer een zondvloed zal komen, zelfs niet na de Holocaust!

Genesis 9 vers 11: En Ik richt Mijn verbond op met u, dat niet meer alle vlees door de wateren des vloeds zal worden uitgeroeid; en dat er geen vloed meer zal zijn, om de aarde te verderven.

Het meest aangrijpende gedicht van Kno’Ledge Cesare is Mijn nieuwe land.

Ik wil een grondwet,
Die niet alleen mooi op papier staat
Maar mij ook beschermd
Tegen uitzetting en de staat

Ik begin niet eens meer over beschermd in plaats van beschermt. Grammatica en taalbeheersing zijn immers racistisch.

Ik vraag me wel af hoe die nieuwe grondwet Jerry beschermt tegen Vadertje Staat.

En dan gaat Jerry helemaal los:

Op steenworp van mijn tent staat een pand vrij
Het staat al een tijdje leeg
Het heeft badruimtes en wc’s
Ik moest beloven dat ik er met mijn vingers van afblijf

Ik wil een huis dat niet wegwaait
Een keuken die niet iedereen binnenlaat
Een land dat niet wegkijkt
Wanneer ik mijn hand naar haar uitstrek

Ik heb Nederland niet gekozen
Mijn nieuwe land heeft mij gekozen
‘Tolerant en beschaafd’
Ik wacht al een poosje

Ik wil graag de foto’s van Jerry in zijn tentje tussen de Bijlmerflats zien.

En stelt u zich eens voor dat ik schrijf: Ik heb Portugal niet gekozen. Mijn nieuwe land heeft mij gekozen. Dat zou toch wel de gotspe van het jaar zijn, eentje van het niveau van klimaclown Frans Timmermans: Europa heeft mij gekozen.

Mijn mama zou over Jerry zeggen: rijmen en dichten zonder het het hemd te lichten.

Ik heb zelf nog nooit een gedicht gemaakt maar iets in mij zegt dat ons aller Jerry niet Dikke Komrij-fähig is.

Coulant en aardig als ik ben, wil ik op deze feestelijke dag Jerry desalniettemin uitroepen tot Sinterklaasdichter des Vaderlands. Wellicht kan Erik van Snuifwinkel hem medisch begeleiden in de hoedanigheid van Pietje Nachtapotheker.

En nu ga ik drie levende kippen halen bij mijn slager in Olhão.

“Kunt u ze inpakken, senhor, het zijn kadootjes voor mijn honden vanwege Sinterklaas”.

En vanavond ga ik lekker naar Godfried Bomans als Sinterklaas kijken. Met echte zwarte pieten! Ach, ik zeg het nog maar eens: vroeger was alles beter.