Spring naar de content
bron: ANP

Max Pam beveelt Toine Beukering aan ook na zijn tijd als klein jongetje te blijven lezen

Veel liever dan naar allerlei talkshows kijk ik naar Idioten op de weg, een programma over hele en halve ongelukken in het verkeer die zich voornamelijk voordoen in Rusland. Het programma speelt meestal in het nu, maar geeft je vooral een beeld van het Rusland uit de Sovjettijd. Gammele vrachtauto’s en aftandse Lada’s hobbelen over besneeuwde wegen, dat alles met de dashcam opgenomen tegen een achtergrond van arbeidersflats die gelegen zijn aan de rand van troosteloze steden. Maar bovenal zie je hoe chauffeurs en andere weggebruikers krankzinnige capriolen uithalen, met niet zelden zwaar letsel of dood tot gevolg. Die conclusie wordt nooit openlijk getrokken, maar de kijker weet wel beter.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Max Pam

Het programma herinnert eraan dat wij door gevaarlijke gekken worden omringd, zoals Willem Frederik Hermans eens opmerkte. Je komt die gekken op elk terrein tegen. Zo attendeerde Sylvia Witteman haar lezers onlangs op een pervers opiniestuk van de onderwijsdeskundigen Michael Merry en Geert Driessen, waarin wordt betoogd dat het helpen van je kinderen om ze zo goed mogelijk door hun schooltijd heen te loodsen eigenlijk “een onverdiend privilege” is. Kinderen met minder bezorgde ouders bezitten dit privilege niet en om een einde te maken aan deze onrechtvaardige ongelijkheid zou je die privileges moeten afschaffen, zo wordt door de onderwijsdeskundigen gesuggereerd. Hoe zoiets gerealiseerd moet worden, vertellen Michael Merry en Geert Driessen er niet bij, maar ik stel me zo voor dat inspecteurs worden aangesteld die steekproefsgewijs in bevoorrechte gezinnen gaan controleren of er misschien wordt voorgelezen aan de kinderen.

En zo ja, meteen bekeuren en verbieden. Zero tolerance!

De kwestie der gelijkheid doet me denken aan het antwoord van Harry Mulisch, toen hem werd gevraagd hoe het was om als links mens in een sportauto rond te rijden, terwijl de gewone arbeider zich zoiets niet kan permitteren.

“Gelijkheid”, zei Harry, “betekent juist dat iedereen in een sportauto moet kunnen rijden”. Precies!

In Nederland is het momenteel elke week raak op het gebied van de minder begaafden. Zo gaf oud-militair Toine Beukering, namens Forum voor Democratie kandidaat-voorzitter van de Eerste Kamer, een interview aan De Telegraaf waarin hij een paar zeer stupide dingen zei. In de eerste plaats natuurlijk zijn opmerking dat ‘ook de Oekraïners de MH17 kunnen hebben neergehaald’. Je moet na alle naspeuringen en onthullingen toch werkelijk een enorm bord voor je kop hebben om niet bij de Russen uit te komen. Ook hier geldt ten aanzien van het staatsapparaat een oude wet: de Russische overheid liegt altijd. Andere overheden liegen ook wel, maar nooit zo consequent en zo eeuwig als de Russische.

Alleen al door deze enormiteit is het voor een verstandig mens onmogelijk geworden om op het FvD te stemmen. Tevens maakt het Beukering totaal ongeschikt voor het voorzitterschap van de Eerste Kamer.

En dan is er natuurlijk zijn opmerking ‘dat de Joden – zo’n dapper strijdbaar volk – als makke lammetjes door de gaskamers werden gejaagd’.

Makke lammetjes.

Daarover was nog meer ophef dan over zijn geleuter over de MH17. De boven hem gestelden zijner partij, Thierry Baudet en Paul Cliteur, snelden op The Post Online dan ook meteen te hulp met de tegenwerping dat Beukering ‘als klein jongetje een boekenkast heeft vol gelezen over de Shoah’.

Bravo!

Ook kreeg De Telegraaf de schuld. Die krant zou zijn uit geweest op een rel, terwijl Toine juist niets liever had gewild dan ‘een integer gesprek’. Nu hoor je mij niet beweren dat De Telegraaf op het gebied van integriteit nooit een slippertje maakt, maar in dit geval moet je wel godvergeten naïef zijn om te denken dat de wakkerste krant van Nederland naar je toekomt om eens een doorwrochte boom op te zetten over de Holocaust.

Leven ze daar bij het FvD onder een steen?

Eigenlijk is dat hele schrijven van Baudet en Cliteur zo ontzettend 1963. Ze verwijzen naar dat jaar, omdat toen Eichmann in Jeruzalem verscheen, het geruchtmakende boek van Hannah Arendt. Daarin stelt zij als een van de eersten de vraag waarom zoveel Joden zich gewillig naar de gaskamers hebben laten leiden. Met andere woorden: hoe heeft het zover kunnen komen met de Holocaust? En in het verlengde daarvan: waarom hebben zo weinigen een vinger uitgestoken om de Joden te helpen? En tenslotte de meest pijnlijke, die ook door Joden zelf is gesteld: waarom hebben wij dit lijdzaam ondergaan? Waarom zijn wij niet in opstand gekomen?

In 1979 heeft de Joodse kinderpsychiater Bruno Bettelheim dit thema uitgewerkt in zijn bundel Surviving and Other Essays. Zo wijst Bettelheim erop dat van de 200.000 Duitsers en helpers – huidige schattingen komen hoger uit – die actief bij de Jodenvernietiging betrokken waren, er nog geen honderd zijn gedood. Dat aantal staat in schril contrast met de zes miljoen Joodse slachtoffers.

Bettelheim, die zelf in Dachau en Buchenwald had gezeten en die in 1939 was vrijgekocht, maakt geen verwijten maar je proeft zijn verbazing. Als mogelijke verklaring voert hij het zogenaamde ‘getto-denken’ aan, dat een alibi verschafte om vernederingen te accepteren in ruil voor de belofte om te mogen overleven. Dit getto-denken zou verantwoordelijk zijn geweest voor bijvoorbeeld het naïeve handelen van organisaties als de Joodsche Raad.

Hier moet ik meteen denken aan mijn eigen vader, die voor de Joodsche Raad heeft gewerkt. Maar een mak lammetje was hij niet. Hij gaf gegevens door aan het verzet, tot die avond dat hij zijn eigen arrestatiebevel zag liggen en hij besloot om niet meer naar huis te gaan, maar direct onder te duiken.

Door nieuw onderzoek weten wij dat Hannah Arendt en Bruno Bettelheim zich in een aantal opzichten hebben vergist. Zo was Eichmann niet de schrijftafelmoordenaar die Hannah Arendt in hem zag. Het lot van de Hongaarse Joden blijkt anders dan door Arendt is beschreven. Zo is er meer. Wat Bettelheim betreft: de machteloze gewilligheid die hij ontwaarde, is heel wat minder dominant dan hij had vermoed.

Volgens Baudet en Cliteur heeft hun protegé – inmiddels 60 – als klein jongetje een boekenkast vol over de Shoah gelezen. Jammer dat het ventje kennelijk daarna met het lezen over de Shoah is gestopt, want dan had hij misschien ook de titel Resisting the Holocaust uit 1999 in zijn boekenkast neergezet. Een standaardwerk, dat ieder klein jongetje, iedere politicus en iedere filosoof moet kennen.

In dit boek, samengesteld door emeritus hoogleraar antropologie aan de universiteit van New York Ruby Rohrlich, beschrijven verschillende auteurs de gevallen waarin Joden opstonden tegen hun eigen vernietiging. Af en toe valt je mond valt open. Over de Joodse broers Bielski die in de ondoordringbare wouden van Wit-Rusland een eigen staatje van outlaws opbouwden, terwijl het oorlogsgeweld over hun hoofden heen en weer golfde. Over Ytzhak Wittenberg, alias Leo Itzig, leider van de opstand in het getto van Vilnius, die door de Joodse Raad aldaar aan de Duitsers uitgeleverd moest worden op straffe van de meest hardvochtige represailles. Over de opstand in het vernietigingskamp Sobibor, waar Demjanjuk als bewaker gewerkt heeft, en die plaats vond op 14 oktober 1943. Leon Feldhendler en Alexander Petsjerski waren de leiders van het verzet. Zij bedachten een ontsnappingsplan: het was allemaal eruit, of niemand eruit. Op de bewuste dag, toen de hoogste commandant op verlof was, werden verschillende SS’ers één voor één vermoord. Toen stormden de zeshonderd nog overgebleven Joden naar buiten, het prikkeldraad en in het geweervuur van de Oekraïners uit de wachttorens trotserend.

En over nog veel meer Inglourious Basterds.

Resisting the Holocaust is een boek dat ik Toine, Thierry en Paul van harte zou willen aanbevelen. Het kost een centje, maar het is nog gewoon te verkrijgen bij Bol.com.