Spring naar de content
bron: ANP

Starbucks leert ons dat de sociaaldemocratie een herkansing verdient

Sinds de komst van Starbucks naar Nederland hoeft geen baby meer zonder melk te zitten. Iedere behoeftige vader of moeder kan daar een beker met melk van het café vullen, geen haan die er naar kraait. Gastvrij is het café voor student, schrijver, jong, oud, man, vrouw, arm, rijk, hij of zij die wil lezen, schrijven, socialiseren, studeren zonder iets te bestellen. Een caféconcept waarbij ook de niet-consument de mooie stoelen bezet mag houden. Een sociaaldemocratische utopie is Starbucks, waar de baas veel geld mag verdienen zolang de minderbedeelden niet op straat worden gegooid.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Erdal Balci

Ik weet niet hoe de eigenaars van de caféketen op de naam van hun onderneming zijn gekomen, maar persoonlijk zou ik willen dat ze met de merknaam van hun zaak het doel hebben gehad om ‘Starbuck de visser’ te eren. Starbuck is een van de personages in het boek Moby Dick en is de tegenpool van kapitein Ahab, de man met de verschrikkelijke obsessie om de walvis Moby Dick te vangen. Ahab wil koste wat het kost succes hebben, hij is verblind door de ambitie en is bereid om over lijken te gaan.

Starbuck is ook op de boot tijdens walvisjacht en is in tegenstelling tot Ahab wel een man die heeft geleerd om zijn verlangens te temperen. Hij heeft geen enkel begrip voor de obsessie van Ahab, pleit voor een humanere manier van de jacht op dieren, maar staat er op het schip er helemaal alleen voor omdat de rest van de bemanning ook in de ban is van de hebzucht van kapitein Ahab.

Als je het mij vraagt is zeevaarder Starbuck een zachte sociaaldemocraat en Ahab een neoliberaal met een nimmer te stillen honger. En toevallig of niet, het milde concept van het caféketen Starbucks is als een eerbetoon aan Starbuck en is meteen ook het bewijs er van dat het sociaaldemocratische gedachtegoed een herkansing verdient.

We hebben het namelijk aan de sociaaldemocratie te danken dat Europa het meest aangename continent is om in te leven. Vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw bleken de sociaaldemocraten een halve eeuw lang bekwaam te zijn in twee zaken. Ten eerste, de moderniteit behoeden voor de grillen van het onstuimige kapitalisme. Immers, in een vrije, kapitalistische gemeenschap waait de wind uit alle hoeken en staat sociaaldemocratie garant voor het behoud van de seculiere waarden. 

De tweede missie die de sociaaldemocraten na de Tweede Wereldoorlog een halve eeuw lang met groot succes volbrachten, was dat de kansarmen en de verliezers in de jungle van de vrije markt er niet alleen voor kwamen te staan. De sociaaldemocraat stroopt de mouwen op en maakt het leven voor die zwakkeren draaglijker en is bereid om het kapitalisme door de vingers te zien, zolang de armoede binnen de perken blijft en in het onderwijs de kansenongelijkheid voor kinderen uit de verschillende sociale lagen zoveel mogelijk wordt weggewerkt.       

Ik ben er van overtuigd dat de gemiddelde sociaaldemocraat in Nederland nog steeds hart voor de zaak heeft als het gaat om kansengelijkheid en een humanere benadering van het fenomeen armoede.

Maar er kwam een breuk tussen sociaaldemocratie en het electoraat. Die breuk was het gevolg ervan dat de Nederlandse sociaaldemocraten het eerste principe, dat ik hierboven beschreef, na de komst van de grote groepen migranten uit het Midden-Oosten gemakshalve overboord gooiden. Men heeft hier de religie in huis gehaald. Niet als bezoekers om koffie mee te drinken. De sociaaldemocratie liet het religieuze patriarchaat de slaapkamer zien, bedreef daar de liefde mee en paradeerde vervolgens met zijn nieuwe partner hand in hand door de straten. In gemeenteraden kwamen de moskeebestuurders namens links en in de Tweede Kamer islamisten met een hart voor de profeet en de koran.

Men heeft dus de historische taak om over secularisatie en moderniteit te waken op een voor mij hartverscheurende wijze verloochend. De consequentie was dat de traditionele achterban overliep naar rechtse en extreemrechtse partijen en dat die mensen tegenwoordig meer dan alles een hekel hebben aan de ‘verraders’ van sociaaldemocratie.

Hoe bitter ook voor Europese sociaaldemocratie, het bewijs voor het succes van een sociaaldemocratisch concept, kwam uit de Verenigde Staten. In Starbucks is voor iedereen een plek. Rijk en arm staan daar samen in de rij voor koffie. En niet minder belangrijk: in die cafés ruikt het naar de moderniteit. De sfeer daar doet je vergeten dat zeeman Starbuck slachtoffer is geworden van de onuitroeibare ambitie van kapitein Ahab. Je droomt daar dat de lieve man wel naar zijn vrouw en zoon kon terugkeren en dat hij later een café is begonnen met het concept dat zijn eigen ziel is.

Derhalve, geen betere plek om aan koffie te lurken dan die van zeeman Starbuck. En, geen beter land dan waar sociaaldemocraten hebben geleerd van hun fouten uit het verleden. Laat staan dat ze een liefdesrelatie aangaan met religie, niet eens een bakje doen met die religie. Thuis niet, bij Starbucks niet, nergens niet.