Spring naar de content
bron: Vincent Verweij

Sybren Kooistra, het spijt me

Arthur van Amerongen moet iets bekennen aan campagnestrateeg Sybren Kooistra.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

De Heere Jezus heeft mij geleerd om mijn vijanden lief te hebben. Dat staat geschreven en gedrukt in het Goede Boek, Matthëus 5 vers 42 en vers 43.

Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben, en uw vijand zult gij haten.
Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel degenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen;

Dat is niet altijd makkelijk vrienden. Ik ben de aardigste man ter wereld en het doet mij zelfs pijn als ik een vlieg doodmep.

Nou is mijn studeerkamer de laatste dagen geïnfesteerd met de scathophaga stercoraria, die door de ongeletterden nogal denigrerend drekvlieg of strontvlieg wordt genoemd. 

Als ik mijn mondje open om bijvoorbeeld in een spontane opwelling een wandellied van Justinus Kerner voor te dragen, vliegen ze mijn strot in. En dan klinkt mijn prachtige Duits ineens heel anders, met een bek vol strontvliegen: 

Die Sonne, sie bleibet
Am Himmel nicht steh’n,
Es treibt sie, durch Länder
Und Meere zu geh’n.

Die Woge nicht haftet
Am einsamen Strand,
Die Stürme, sie brausen
Mit Macht durch das Land.

Und so weiter, und so weiter.

Ik ben nu dus een menselijke venusvliegenvanger maar toch wil ik mijn gevleugelde vriendjes niet levend laten verteren in mijn ingewanden. Zo’n dood gun ik niemand. Ik spuug ze dus uit en leg ze dan te drogen op mijn dakterras en wens ze veel succes met hun verdere leven.

Dat heeft te maken met het gedachtegoed van de hierboven geciteerde Heere Jezus en met mijn boeddhistische inslag. Noem het eclectisch, voor mijn part. 

Wellicht daarom heb ik geen vijanden, althans niet dat ik weet. Ik deel wel eens plaagstootjes uit op Twitter en in mijn cursiefjes voor de Volkskrant en HP/De Tijd maar ik hou mij altijd keurig aan de wetten van de hoofdredacties en van Jack Dorsey, de CEO van Twitter. Mijn stukjes zijn altijd betamelijk want het moet wel gezellig blijven. Ik heb dan ook nooit een twitterverbod gekregen vanwege racisme, fascisme, antisemitisme, homofobie, islamofobie of entomofobie. Ik krijg weleens commentaar van de humorpolitie maar dan geldt: if you can’t stand the heat, get out of the kitchen

Er is bij mijn weten slechts één iemand die echt moeite heeft met mijn humoristisch bedoelde, getranscribeerde hersenscheten: Sybren Kooistra, de gewezen spindoctor van GroenLinks en van Jesse Klaver.

Ik had al een poosje niets meer gehoord van hem. Bij mijn Volkskrant was hij ooit een gewaardeerd datajournalist waar je mee kon lachen en een borreltje mee kon drinken, zo hoor ik van veel mensen uit zijn voormalige Umfeld

Ineen was hij daar weer, van de week, als een duveltje uit een doosje.

De aanleiding was mijn wekelijkse cursiefje voor de Volkskrant, dat over de zwartepietenkwestie ging. Ik stond bijna twee etmalen op de eerste plek van de top-50 van de best gelezen stukken in de Volkskrant.

Ik moet een voorgevoel hebben gehad want terwijl dit interview van Rachid ‘relberber’ Benhammou met oom Rob Hoogland en mij werd gepubliceerd, brak de spreekwoordelijke storm in het glas water los. Stomtoevallig noem ik Sybren in dit openhartige vraaggesprek.

Nou moet ik heel eerlijk toegeven dat ik Sybren in het verleden weleens geplaagd heb, maar hij is begonnen, meester!

Sybren begon een jaar of wat geleden ineens dreigmails te sturen aan mijn geliefde hoofdredacteuren Tom Kellerhuis en Philippe Remarque, en nu dus ook aan Remarques opvolger, de beminnelijke Pieter Klok. 

Ik was best aangedaan, stond op het punt te stoppen met mijn columns en wilde mij helemaal gaan verdiepen in mijn moestuin en mij toeleggen op het fabriceren van johannesboombroodpeulensmeerpasta. Ik schreef een cri de coeur in de HP.

Uit gans het land kreeg ik steunbetuigingen, met als rode draad: lieve Don Arturo, blijf toch je gezellige stukjes schrijven! Alle columnisten en andere kunstbroeders en -zusters verdedigden mij, van linker- en van rechterzijde. Deze van Sylvain ‘Ephi’ Ephimenco wil ik niet ongenoemd laten.

Bon, Sybren ging in de tegenaanval (hij was dus begonnen met de rellette, nietwaar) en publiceerde dit stuk, maar de storm in het glas was snel uitgewoed: een glas, een plas en alles bleef zoals het was. Wel vond ik het wat ongemakkelijk dat collega Kooistra een Berufsverbot voor mij eiste. We moeten met zijn alle natuurlijk geen Duitse toestanden krijgen hier.

Andere mensen wezen mij er op dat het ging om broodnijd, broodroof, kinnesinne en jalousie de métier. Ik vind dat loodzware begrippen. Ik ben geen pyscholoog of psychiater die Kooistra’s teksten gaat analyseren en het maakt mij eigenlijk niet zoveel uit wat de knul drijft. Wel voelde ik empathie opborrelen, omdat hij me steeds meer deed denken aan mijn literaire held Don Quichot, vechtend tegen de windmolens. What makes Sybren tick

Het werd een beetje gênant toen hij van de week met modder begon te smijten naar mijn lieve collega-columnist Syvia Witteman, nota bene de beste van het land! Hij schold haar uit voor white trash en toen reageerde Sylvia aldus: 

Not done, brother Kooistra, zo behandel je een dame niet. 

Hoe het ook zij: ik ben voorzichtig gaan informeren bij de Volkskrant of er nog opzeggingen waren gekomen naar aanleiding van Sybrens eenmansactie Kick Don Arturo The Volkskrant Out. Niet dus! Nakkes nada nix! 

Nou heb ik sterk het idee dat de socialjusticewarriorkringen rond Kooistra de krant hoogstens lezen in zijn wooncommune (één abonnement met zijn twaalven) of in de leeszaal van de openbare bibliotheek.

Via Twitter vernam ik dat er juist heel veel twieps vanwege deze kwestie lid wilde worden van de Volkskrant. De tranen stonden in mijn ogen. Ik liep zelfs even met het idee om iedere boos weggelopen abonnee van de Volkskrant te compenseren met mijn zuurverdiende centjes, want zo ben ik. 

De reacties waren hartverwarmend. Er waren zelfs mensen die aanboden om een crowd fund voor mij en de Volkskrant te starten, mochten mijn broodheer en ik door mijn kollumpjes in de financiële problemen geraken. Die waren natuurlijk geïnspireerd door de krautfund van mij en oom Rob Hoogland voor lieve zielige hondjes in de met opheffing bedreigde hondenopvang in mijn biotoop. We haalden maar liefst 11.000 euro binnen (jawel, zegge en schrijven elfduizend euro) en de hondjes zijn gered! Dank allemaal, daar moesten ik en Rob en Louise van de opvang echt van snotteren.

Binnenkort gaan Hoogland en ik op staatsiebezoek in het asiel en worden we gefilmd door schrijver/cineast Joris van Os en een en ander kunt u medio december in dit theater verwachten.

Omdat ik toch al in de Sinterklaas- en de Kerstsfeer ben – niets menselijks is mij vreemd – bied ik bij deze mijn oprechte excuses aan mijn lieve collega Sybren Kooistra aan. Ik zal je nooit meer plagen, snoes. Beloofd. Een man een man, een woord een woord. Is dat geen schitterende kerstgedachte? Let’s make this world a better place!