Spring naar de content
bron: anp

Thymen & Gijs en Het Grote Krimpcomplot

Thymen Arensman en Gijs Leemreize zijn bezig zichzelf naar de wereldtop te schrompelen, aldus Frank Heinen. ‘Nog tien centimeter eraf en ze doen mee om het podium. Twintig centimeter en we krijgen volgend jaar een oranje duel om het roze.’

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Frank Heinen

Er gebeurde iets vreemds, zaterdagmiddag.

Na de finish van de laatste en zwaarste reguliere etappe in de Giro, verscheen Thymen Arensman voor de camera’s, de nummer vijf van de dag. Thymen Arensman is een lange, slungelige jongen met de tongval van het meest verantwoordelijke lid van een jaarclub van Veritas. Afgezien van zijn magere lijf waaraan geen enkel overbodig biertje of nootje is blijven hangen en dat zich als een uitgerekte Fido Dido over de Alpen hees, ziet hij er ook een beetje zo uit. Ik zou hem graag eens het woord ‘bestuursjaar’ horen zeggen, of ‘vrijmibo’.

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Thymen Arensman was boos.

Woedend.

Vijfde in de koninginnerit geworden, tweede in de andere zware bergrit, talloze keren in de aanval, zijn best gedaan voor een kopman van wie de maag het halverwege begaf en dat allemaal met het studentikoze voorkomen en dito sound van een Utrechtse geschiedenisstudent – wat hij ook is, trouwens – in een sport die ooit bedacht is om boerenzonen uit de mijn te houden en mijnwerkerszonen van de akkers.

En dan: boos. 

Of nee: teleurgesteld. Nog erger, goedbeschouwd.

Hij klonk nog hetzelfde, als iemand die informeert of er iemand nog iets heeft voor de rondvraag. Zo klinkt Thymen Arensman meestal, of hij nu op de toppen van trots en vreugde danst of waadt door de teleurstelling die zijn binnenste heeft blank gezet.

Waar eerst de bovenlip van Thymen Arensman had gezeten, zat nu een kleine afgrond waar alle ergernis over zichzelf en zijn ploeg vanaf kon glijden, zo de microfoon in

Wie behalve luisterde ook keek, zag een gezicht dat een en al wenkbrauw was, een soort uberfrons met twee ogen en een mond. Waar eerst de bovenlip van Thymen Arensman had gezeten, zat nu een kleine afgrond waar alle ergernis over zichzelf en zijn ploeg vanaf kon glijden, zo de microfoon in.

Een ingewikkelde uitleg volgde. De vereenvoudigde samenvatting van die uitleg: Arensman had het team willen helpen, maar dat was niet gelukt, en toen was hij zelf maar vijfde geworden, tegen zijn zin, want hij had liever zijn krachten gespaard voor de tijdrit.

Het woord ‘team’ viel een keer of vijf, elke keer uitgesproken met een eerbied waar het bij Arensmans ‘ik’-jes zo aan ontbrak.

‘Weer een mooie leerschool.’ Alsof-ie iets fout had gedaan. Alsof het veel beter had gekund.

Even verderop, in een tunnel waar een Italiaanse agent zich de ziel uit zijn lijf stond te fluiten, stond Gijs Leemreize.

Andere ploeg, andere geboortegrond. 

Maar: even lang, even jong, even goed.

Gijs Leemreize zie je niet op z’n clubavond de bar omhooghouden, of een klassieke ontgroening leiden. Leemreize oogt en klinkt als iemand die wel raad weet met een moestuin, iemand die spreekt met een oostelijk accent belegde aarzeling in zijn stem. Niet dat hij niet weet wat-ie wil zeggen, want dat weet-ie best, maar hij betwijfelt gewoon of de ander het wil horen. Leemreize heeft een blik die ik herken uit de film Fievel In Het Wilde Westen, maar hij rijdt als een bezetene: net als Arensman reed hij in praktisch elke bergetappe voorop, en net als Arensman eindigde hij in totaal vijf keer in de top-10 van een etappe.

Die ene keer waarop hij lang leek te gaan winnen, verloor hij uiteindelijk van een Colombiaan. ‘Die was duidelijk sterker’, zei Leemreize, en hij had natuurlijk gelijk, maar ik geloof dat ik, in zijn positie, dat toch onmogelijk had kunnen toegeven.

En die agent maar fluiten en Gijs Leemreize (zevende in de laatste, loodzware bergrit – pas de kattenpis) maar voor zich uitkijken, als een groenteboer die in zijn verlaten winkel zijn hand zachtjes door de bak met walnoten laat gaan.

Leemreize was blij. Jammer dat-ie niet gewonnen had, maar toch: blij.

Een dag, in de tijdrit, later werd Leemreize 21ste, Arensman tweede.

Jij! Jij hebt dat gedaan. Jij, Thymen Arensman, en jij, Gijs Leemreize. Zo bescheiden, zo kalm waren ze dat je haast vergat hoe veel redenen ze hadden om vreselijk trots te zijn

Het woord ‘team’ viel weer verschillende malen.

En ik kon alleen maar denken: jij! Jij! Jij hebt dat gedaan. Jij, Thymen Arensman, en jij, Gijs Leemreize. Zo bescheiden, zo kalm waren ze dat je haast vergat hoe veel redenen ze hadden om vreselijk trots te zijn.

Leemreize en Arensman, allebei hopen ze ooit iets moois te winnen. Een rit, een kleine ronde – misschien wel een Grote, al zullen ze daar niet hardop over fantaseren. Ik fantaseer ook niet hardop over een Nobelprijs, maar als het Comité meeleest: u kunt me bereiken via de redactie van HP/De Tijd, en ik zal vereerd en gepast verrast zijn de prijs te krijgen.

Thymen & Gijs. Jeugdboekenreeksmateriaal.

Thymen & Gijs en Het Mysterie van Blauwman.

Thymen & Gijs. Sneeuw op de Mortirolo.

Thymen & Gijs geven van Jetje.

Vermoedelijk keken ze toe, in Verona, toen op het podium eindwinnaar Jai Hindley werd gehuldigd, en ook nummer twee Carapaz en nummer drie Landa.

1 meter 75, 1 meter 70, 1 meter 73. Wie in het kabouterbos van Giro, Tour of Vuelta wil uitgroeien tot Grootste Smurf, moet een soort menselijke shuttle zijn, een pluimmens. In de bergen is de wielertop zo divers als het Land van Laaf.

En plots snapte ik waarom Leemreize (1.90) en Arensman (ook zoiets) probeerden om zich, in al hun schuchterheid, beetje bij beetje kleiner te maken dan de reuzen die ze waren. Wie niet klein is, moet het zichzelf maken. Thymen & Gijs zijn bezig zichzelf naar de wereldtop te schrompelen!

Nog tien centimeter eraf en ze doen mee om het podium. Twintig centimeter en we krijgen volgend jaar een oranje duel om het roze.

Daarom, hierbij mijn bescheiden bijdrage aan Thymen & Gijs & Het Grote Krimpcomplot: ‘Het stelde niks voor, deze Giro. Weinig tegenstand, laag niveau, en niet eens een rit gewonnen. Het is maar goed dat die ene er wat bij gestudeerd heeft, want in de sport wordt het niks. En die ander? Knechtje van Pogacar, ooit, als-ie geluk heeft.’

Zo. Laat het grote krimpen maar beginnen, en laat de grote overwinningen maar binnenstromen.