Spring naar de content

Verlaat zinkend schip Nederland nu het nog kan!

Arthur van Amerongen heeft een tip voor iedereen die klaar is met Nederland: boek een enkele reis naar het buitenland en kom nooit meer terug. Verschillende schrijvers gingen u al voor, zoals Gerrit Komrij, Geerten Meijsing en Gerard Reve: “Naar het Vaderland kom ik voorlopig niet meer – als het mij lag, nooit meer van mijn leven.”

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Arthur van Amerongen

Vrijwel dagelijks krijg ik te horen of te lezen dat ik niet over mijn intens treurige moederland mag schrijven omdat ik er niet meer woon. Nou ja!

Abboneer op een lidmaadschap

Hoe sympathiek!

Dit artikel krijg je van HP/De Tijd cadeau. Om ons te steunen en meer artikelen van en uit HP/De Tijd te lezen, word je vanaf slechts vier euro per maand lid in minder dan een minuut. Voor dat luttele bedrag lees je ook alle stukken uit het maandelijkse magazine digitaal.

Kies een lidmaatschap

Tegelijktijd mogen allerlei kaaskoppen op de Nederlandse treurbuis kakelen over de Verenigde Staten van Amerika, en met name over hoe goed de dementerende Biden het wel niet doet.

Van de week zag ik Twan Huys weer een lofzang uitbraken over Black Hair Matters en toen dacht ik: ga nou maar niet in de regen lopen, menneke, want dan krijg je een gigantische smeerboel op je goeie goed.

Gans mediaal Nederland kwam collectief klaar op de weerzinwekkende abracadabra van het hysterische dronkelapje Nancy Pelosi, over martelaar George Floyd.

“Thank you, George Floyd, for sacrificing your life for justice. For being there to call out to your mom — how heartbreaking was that? — ‘I can’t breathe.’ But because of you and because of thousands, millions of people around the world, who came out for justice, your name will always be synonymous with justice.”

De vergelijking die ik nu ga maken, gaat volledig mank om verschillende redenen maar ik geef er wel mee aan hoe knettergek Nederland is geworden:

Stel je toch eens voor dat Anja Meulenbelt of een clown van DENK tijdens de dodenherdenking op 4 mei bij ons Nationaal Monument op Dam het woord richt tot de joodse gemeenschap en zegt: “Dankzij jullie onbaatzuchtige offer van zes miljoen zal de Holocaust voor altijd geassocieerd worden met de gerechtvaardigde strijd tegen antisemitisme. Lechaim!”

Eerder deze week schreef ik: “Nederlanders staan al niet bekend als een dapper volk, maar de kruiperigheid waarmee het gros der kaaskoppen alle bespottelijke regeltjes van de regering slikt als zoete koek, maakt wel duidelijk waarom de mof in 1940 met vlaggewimpel werd ontvangen in Nederland en vijf jaar de dienst kon uitmaken, zonder noemenswaardig tegenspartelen (op wat verzetshelden na dan).”

In Amsterdam betekent dat in de praktijk dat een lauw biertje 7.50 gaat kosten met de coronatax en de verplichte reservering

Van de week zag ik weer een of andere peiling, die bevestigde dat de meeste Nederlanders schapen zijn, want Rutte en Kaag waren ondanks alles toch weer goed voor bijna de helft van de zetels terwijl ze liegen en bedriegen dat het gedrukt staat en de Tweede Kamer is gedegenereerd tot een nutteloos instituut vol stropoppen die klakkeloos de kadaverdiscipline van Rutten, Kaag, Hoekstra en Judas Segers volgen.

En nu is heel het volk blij met de Koningsspelen en het schitterende kadootje van Rutte: de terrassen mogen heel even open! In Amsterdam betekent dat in de praktijk dat een lauw biertje 7.50 gaat kosten met de coronatax en de verplichte reservering, en dan mag je daar een half uurtje met je oma of een ouwe tante zitten en dan moet je opzouten. Tot overmaat van ramp regent het ook nog eens en word je geschoffeerd door een Engelse sprekende ober.

Op mijn nachtkastje ligt standaard Een reservaat van pekelharingen. Nederlandse schrijvers over hun verre vaderland. Ik heb voor u een paar hoogtepunten verzameld uit deze alleraardigste bloemlezing uit 1995, samengesteld door Onno Blom.

Uiteraard begin ik met Gerrit Komrij. Toen ik nog in Paraguay woonde, moedigde hij mij aan om naar het paradijselijke Portugal te migreren.

“Ik woon al jaren in Portugal en ik hoef, bij een bezoek aan Nederland, maar even te zeggen dat het er zo is en dat geen maatschappij het haalt bij de Nederlandse, of onveranderlijk is een dankbare hondenblik mijn deel. Zoals mensen op de treurbuis af en toe naar ‘de familie thuis’ wuiven, zo schrijf ik met vaste tussenpozen in een Hollandse krant iets over heimwee, grachten, Hollandse hartelijkheid, rolmopsen e tutti quanti en zie: mijn kostje is gekocht, Ik hou dat nauwlettend in de gaten. Ik heb mijn lezers in Nederland. Ze kunnen wat mij betreft, één voor één in de grachten, sloten, vennen, ondergelopen polders en uiterwaarden verdrinken, maar ik zal me daar gek zijn ze niet op te vrijen.”

Albert Helman over Nederland: “Hier wordt slechts één gegeven altijd weer herkauwd, één bittertafel-theologie steeds weer bekritiseerd, één burgermansmoraal steeds weer gecommentarieerd, met zooveel net gecopieerd gesprek, met zooveel receptmatige psychologie, met zooveel natuurbeschrijving en overdaad van attributieven. De vondst, de ontdekking, de creatie zijn zoek, en schijnen altijd uit te zullen blijven. Zelfs in hun onderwerp zijn onze romanciers beperkt gebleven tot een even vruchtelooze als eenzijdige beschouwing van hun calvinistische schuldvraagstuk, hun gepieker om de levensbestemming.”

Alfred Kossmann: “Lelijk grauw land met lelijke nieuwe huizen, lelijke grauwe zondagse mensen, lelijke dunne sneeuw, Rotterdam-Zuid lelijker dan ooit, de Nieuwe Maas zoveel smaller dan de Westerschelde, Rotterdam-Noord om voorgoed de ogen te sluiten, Gouda miezerig, Woerden burgerlijk, Utrecht naargeestig. Eindelijk langs de Veluwe fatsoenlijke bomen en zand, maar ik was het vaderland al zo gaan verafschuwen dat het niet hielp. Woedend stapte ik in Zwolle uit. Wat doet men in Zwolle op zondag? Men doet er kennelijk niets.”

Naar het Vaderland kom ik voorlopig niet meer – als het mij lag, nooit meer van mijn leven

Gerard Reve

Geerten Meijsing: “Zijn observaties waren dezelfde van iedere spijtoptant: dat de straten en plantsoenen vol vuilnis en hondestront lagen, zodat je met gebogen hoofd gedwongen werd voort te gaan onder een loodgrijze lucht, je een plaats bevechtend tussen Arabieren, Marokkanen, Surinamers, Creolen, Chinezen, Tamils, Hindoes en Turken, die zich allemaal meer in de hoofdstad leken thuis te voelen dan hijzelf. Deze allochtonen, zoals ze in het moderne spraakgebruik genoemd bleken te worden, hadden overdag de straten en de trams aan zich. Ze werden bediend door kasba-achtige winkeltjes en toko’s, moskeeén, opvangcentra, Baghwan-jurken, welzijnswerkers en ambtenaren van herhuisvesting. Ze scheurden, tussen de nog lompere taxi’s, in zwart opgespoten, geblindeerde BMW’s over de vrije trambaan, of stonden in met spoilers opgedirkte Japanners schuin op het trottoir te wachten – volwassen mannen in de bloei van hun leven, zo gezond als oerwoud of bergland ze maar konden afleveren.”

Multatuli: “Met een regering als de onze, een huichelachtig mixtum compositum waar de Koning ‘t recht ontnomen is om goed te doen, en elke fortuinmaker met weinig of geen kosten ‘t recht kopen kan om kwaad te doen, is de bescherming van het volk een onmogelykheid. Wie ‘t eerst op het denkbeeld kwam om het volk stem te geven in de beslissing der zaken, kan ‘t goed gemeend hebben. Maar te geloven dat dit geschiedt door het zenden van afgevaardigden op de wyze zoals by ons plaats heeft, is ongerymd.”

Gerard Reve: “We leven in een tijd van toenemende algemene veraping, waarin zelfs de zogenaamde cultuurdragers geen vergelijking kunnen volgen, noch een samengestelde gedachte begrijpen, noch een zin met bepalende bijzinnen ontraadselen. En waar gaat het om, waar zoekt men naar? Met wie ik naar bed ben geweest, die nu minister, operazanger(es) bankdirecteur, politicus, hoofdredacteur van Vrij Nederland of De Maasbode is geworden. Maar wat mijn werk voorstaat en wat ik, bewust of onbewust, tegen alle onbegrip in, gepoogd heb te vertolken of tot duidelijkheid te brengen, dat is hun allemaal veel en veel te moeilijk. Naar het Vaderland kom ik voorlopig niet meer – als het mij lag, nooit meer van mijn leven.”

Johannes Kneppelhout, bekend onder het pseudoniem Klikspaan:

“In Holland klopt het hart langzaam, het bloed is loom, het ooglid zwaar. Weinigen, die aan het welslagen eens landgenoots gelooven; weinige wier ontwerpen niet met een meesmuilend schouderophalen worden ontvangen; hoevelen, die uit gemis aan bijval en aanmoediging aan hunne eigene goede invallen en voornemens twijfelen! Daarom komt er weinig tot stand; edele, grootmoedige beginselen raken uitgedoofd; hier en daar sleept een verwezenlijkt denkbeeld druipstaartend voort.”

En natuurlijk eindig ik met de volkomen voorspelbare uitsmijter van Slauerhoff:

In Nederland wil ik niet sterven,

In de natte grond bederven

Waarop men nimmer heeft geleefd.

Dan blijf ik liever hunkerend zwerven

De oplossing voor uw ellende (en het wordt alleen nog maar verschrikkelijker, mark my words) is een enkele reis buitenland. Als u van Zestienhoven naar Faro vliegt, kost u dat ongeveer 60 eurootjes. En die heeft u er zo uit, want een biertje of een puike fles wijn op een zonovergoten terras kost u hier een schijntje. Tel uit uw winst, krent!

Ik sluit af met een gezongen hommage aan mijn droevige moederland, van niemand minder dan de legendarische Jan Cremer.