Spring naar de content
bron: ANP/Robin van Lonkhuijsen

Wesley Sneijder kan het (omdat hij het kan)

Wesley Sneijder is een kleine week geen voetballer meer. Frank Heinen neemt afscheid van de recordinternational en bespreekt zijn nieuwe carrière als zaakwaarnemer.

Gepubliceerd op:
Geschreven door: Frank Heinen

‘Weet je wie er ook gestopt is?’ vroeg ik de vriendin ’s avonds in bed.

‘Mental Theo?’ gokte zij vanachter haar eerlijk gekochte digitale Sally Rooney (tussentijdse six word-recensie: ‘beetje young adult, maar wel aardig’ – kan Sally het weer mee doen).

‘Dan was ik echt wel verdrietiger.’

‘Annette Barlo?’

‘Dat hoop ik niet.’

‘Kim Jong-un?’

‘Nee.’

‘Armand Klaphek?’

‘Wie?’

‘Weet ik niet?’

‘Sneijder.’

‘Nee hoor. Sneijder begint pas.’ Ze legde haar e-reader op zijn rug op haar buik. ‘Dat heb ik je toch verteld?’

Zou kunnen. De vriendin vertelt een hoop. En je kunt niet naar alles luisteren. Dus vertelde ze het nog eens. Dat ze al een tijdje iemand zocht om haar zaken te behartigen, en dat ze toen bij Sneijder was gekomen, op zijn kantoor vol prijzen en ingelijste krantenpagina’s met zichzelf erop. Dat kantoor zat boven in een voetbalstadion, kende ik dat? 
Ik kende het, het stadion ligt op een paar minuten fietsen van ons huis. En het kantoor had ik een paar uur eerder op tv gezien, de camera zoomde in op alle trofeeën alsof het mooie vrouwen tijdens een saai WK-poulepotje waren.

Wesley had beloofd de vriendin te laten groeien.

Sneijder en Van der Vaart zouden geen pezige oud-topsporters worden.

Tot nog toe had ik altijd de zaken van de vriendin behartigd, naar ik aanneem tot wederzijdse tevredenheid. Nooit klachten gehad, uitstekende Tripadvisor-reviews ook. En hoe kwam je überhaupt dan bij een van de beste Nederlandse voetballers ooit terecht? En – no offense – maar wat valt er nog te groeien? Ze is al dertig!

‘Met de fiets. Het is vlakbij.’

’s Nachts kroop ik uit bed. Bekeek het filmpje nog eens, nu met de ogen van de vader die met zijn balletwunderkind voor een Russisch strafkamp-annex-dansschool staat en verwoed naar aanwijzingen speurt dat dit echt een goed idee is.

Daar zat hij, in zijn business-seat in de Galgenwaard. Bert – ‘Is dat zo?’ – Maalderink tegenover zich. Wesley was geheel in het zwart, in de rouw om zijn op gevorderde leeftijd in zijn slaap overleden loopbaan. Zwart kleedt af. Zijn hoofd was al aardig wat ronder geworden dan toen hij nog speelde. Zakenman-rond. Dat kon je altijd al zien aankomen, bij Sneijder en Van der Vaart. Zij zouden geen pezige oud-topsporters worden, geen types van ‘Mijn lichaam is een tempel’ en ‘Een dag niet een duurloop is een dag niet geleefd’. Meer: mijn lichaam is een shoarmatent op de Amsterdamsestraatweg en een dag met een blikje Heineken in de klauw giechelen dat je nooit meer een duurloop hoeft te doen, is een dag niet geleefd.

Mensen begeleiden dus.

Wesley deed me denken aan Sjaak Swart, maar dan een halve eeuw jonger. Die glimt ook zo wanneer hij het over zijn eigen loopbaan heeft, alsof dat hele voetballen slechts een noodzakelijk aanloopje was om het er de rest van je leven over te kunnen hebben tegen mensen die over het algemeen gauw onder de indruk zijn: journalisten, of jonge spelers die je begeleidt.

‘Kan je dat?’ vroeg Bert.
‘Ik kan dat,’ antwoordde Wesley.
‘Hoe weet je dat?’
‘Omdat ik dat weet.’
In mij groeide een vermoeden over waarom de vriendin zich in de getatoeëerde staalkabelarmen van de Wesmeister had gestort. Dit zelfvertrouwen, deze overtuigingskracht; daar hoeft ze thuis niet op te rekenen. Ik twijfel over alles. Tussen het twijfelen door leef ik. Als ik overdag weinig tijd heb gehad om te twijfelen, haal ik het ’s nachts in. Resultaat: een afgewogen, verstandig bestaantje. En daar krijgt iedereen vroeg of laat (tijdelijk) tabak van.

In het interview bij de NOS zat iemand die zich heeft verzoend met het voorbijgaan van de tijd.

‘Ik ga niet ergens aan beginnen als ik van mezelf weet dat ik het niet kan,’ zei Wesley. Wat een geestelijke weelde, zo te leven: ik wist aan het begin van deze zin nog niet eens zeker of ik hem tot een goed einde zou kunnen brengen. Dat is eerlijk, maar woest vertrouwenwekkend is anders.

Wesley Sneijder en ik schelen niet veel in leeftijd. Toen ik mijn eindexamen deed, was hij een ongelofelijk talent. Toen ik afstudeerde, was hij een van de beste voetballers van de wereld. Mijn hele volwassen leven was hij voetballer, eentje met een zelfvertrouwen van gewapend beton. De laatste maanden maakte hij, op filmpjes die online verschenen, een wat mistige indruk. Een ster in crisis. Een leven lang een doel gehad, en dan plots niet meer. Daar ga je een beetje vreemd van doen. In het interview bij de NOS zat iemand die zich heeft verzoend met het voorbijgaan van de tijd, en dat nu aan anderen wil doorgeven. Die mensen wil laten groeien. Belangen behartigt. Zaken regelt.

Om te beginnen met de vriendin. Ze is al de halve ochtend weg. Even wat dingen doornemen met haar begeleider. Ze is in goeie handen, die groeit door het plafond straks, geen van haar zaken zal onbehartigd blijven.

Vraag blijft wel: welke zaken?