Frank Heinen

Histoire de l’étape 11: Cavendish met urine bekogeld door fan. Misschien.

11/07 | 2013
door Frank Heinen
Leestijd 2 minuten
archief HP/De Tijd
Het is nog helemaal niet gezegd dat het urine-incident met Mark Cavendish gisteren in de tijdrit kwade opzet was.Stel: je bent groot fan van Mark Cavendish. Stel: er is niemand die je zo bewondert, je zou bij wijze van spreken je rechterbeen geven om hem nog eens wereldkampioen te maken. Stel: je bent op vakantie in Frankrijk. Stel: de Tour passeert vlakbij het hotel waar je verblijft. Stel: je staat de volgende dag toevallig langs de route van de Tour de France. Stel: het is toevallig die dag een tijdrit, waarin de renners dus een voor een aan je voorbij zullen komen. Stel: je drinkt ’s ochtends bij het ontbijt drie glazen vruchtensap, twee koppen thee en een reuzenmok koffie. Stel: je moet al kort nadat je het hotel verlaten hebt enorm plassen. Stel: de rest van je reisgezelschap weigert een cafe binnen te lopen en zegt dat je het straks maar achter een boom moet doen. Stel: jullie vinden een prachtig plekje waar je de renners van honderden meters afstand op je af kunt zien komen. Stel: er is juist op dat punt in de wijde omtrek geen boom te bekennen. Stel: je hoopt dat de aandrang vanzelf weer verdwijnt. Stel: dat gebeurt niet. Stel: iemand uit het gezelschap geeft je een lege colafles – die je trouwens ook nog hebt leeggedronken, dus je houdt het echt niet meer. Stel: die persoon zegt dat je ‘het toch wel even in een fles kunt doen, je bent toch een kerel’. Stel: je gaat overstag, hoewel je het eigenlijk maar smerig vindt. Stel: je plast, een plas die minuten lijkt te duren – niets zo heerlijk als kunnen plassen als je het uren hebt moeten ophouden. Stel: iemand roept je – hij komt er nu al aan! Stel: je roept terug wie ze bedoelen met “hij”, want je bent net zo heerlijk aan het plassen. Stel: het is Cav. Stel: je rent naar de weg, want het is verdorie voor Cavendish dat je hier staat. Stel: je hebt, verstrooid als je bent, de lauwwarme, halfvolle colafles nog in je hand. Stel: iemand roept: ‘Schiet nou op! Hij is er bijna!’ Stel: je versnelt, je wilt Mark voor geen goud missen – je hebt twee bidons bij je om zijn hete hoofd een beetje te kunnen verkoelen. Stel: je begint te rennen. Stel: je struikelt, precies op de plek waar de berm in asfalt overgaat. Stel: je vangt je val op met je rechterhand, waarin je de fles hield. Stel: de fles maakt zich los uit je greep en stuitert over het asfalt. Stel: de deciliters verse urine sproeien door de lucht, als water uit een douchekop die in een leeg bad is gevallen. Stel: juist op dat moment komt Cavendish voorbij. Stel: je hoort nog net KLATSJ.Wat ik maar zeggen wil: het is kortom nog helemaal niet gezegd dat het urine-incident gisteren in de tijdrit kwade opzet was.