We hadden erop gerekend dat het een primitief weekje zou worden, zonder iemand die voor ons eten en drinken zorgt, zonder massages, zonder mechanieker die onze fietsen checkt en schoonmaakt, zonder reservemateriaal, zonder wasmachine en zonder ploegleider. Maar dat blijkt allemaal honderd procent mee te vallen. De organisatie en de andere ploegen helpen ons zoveel ze kunnen. We wassen onze eigen bidons, zorgen zelf voor ons eten en poetsen ook onze fietsen zelf, maar Team USA doet onze was, Lotto Belisol kijkt naar ons materiaal als dat nodig is, de Franse teams hebben zo nu en dan een masseur over en de organisatie heeft voor een busje, een auto én een ploegleider gezorgd. Christophe dus. En die rolt van de ene verbazing in de andere.“Ik kan gewoon niet geloven dat jullie vrouwen ook kunnen waaier-rijden. En de boel op de kant zetten,” reageerde hij perplex na de eerste etappe. Het waaide enorm hard en na tien kilometer was een streep getrokken waar we vijfhonderd euro konden verdienen. Dat is een gigantische premie voor onze begrippen, dus daar willen we ons gat wel even voor af fietsen. Het peloton spatte meteen in stukken uiteen. Christophe was verrukt. “Net een mannenkoers! Spannend en spectaculair!” Dat vier van ons ploegje in de eerste groep zaten, maakte hem nog blijer. “Iedereen zei al dat ik het sterrenteam had gekregen, en dat is echt zo!” Toen moesten de eerste beklimmingen nog komen, hét terrein van Emma, titelverdedigster hier in de Ardèche en oud-wereldkampioene tijdrijden. “Waanzinnig, hoe hard jullie omhoog rijden. En veel van jullie zitten ook zo mooi op hun fiets”, voegde hij er vol ongeloof aan toe. “Zo atletisch. Net als mannen, eigenlijk.”Maar waar Christophe zich nog het meest over verbaast, is het feit dat we niet klagen. “Jullie slapen in caravans, godbetert!” Maar wel op een mooie camping, in prima uitgeruste, schone stacaravans. We hoeven niet naar een washok om te douchen en we hebben ruimte zat. “Dat eten is toch afschuwelijk. En zo vet!” Na de koers douchen we in een sporthal vlakbij de finish en daar dineren we ook. Oké, we krijgen geen culinaire hoogstandjes voorgeschoteld, eerder een soort gaarkeukenprak, maar de pasta is niet helemaal kapot gekookt en er is veel groente. Ik heb stukken smeriger gegeten in Frankrijk dan hier. “En dan de verplaatsingen. Er zou echt geen prof zijn die dat accepteert!” Een paar uur in de auto zitten zijn we wel gewend. Hoewel de rit van twee uur door de heuvels naar de startplaats van gisteren wel wat veel was, vooral door het gehobbel, gedraai en gekeer. Maar het is niet iets om over te klagen.
Sinds eergisteren draagt Emma de leiderstrui. En we zijn het beste team. Christophe staat iedere dag met een bredere glimlach voor het podium foto’s te maken van ‘zijn meiden’. Inmiddels weet ik wel wat hij volgend jaar gaat doen. Hij wordt ploegleider. Bij de vrouwen.






