Als het uniform en het wapen van politiemensen niet meer in staat zijn om ontzag af te dwingen, misschien moeten zij dan ook hun korte lontje maar in de strijd gooien, net als de burger. Het logo van de politie is niet voor niets een granaat die op punt van ontploffen staat. Ooit bestond dat beeldmerk trouwens uit een wetboek en een zwaard, een combinatie die aan duidelijkheid weinig te wensen overlaat, maar in de vernieuwingswanhoop die veel overheidsdiensten in de greep heeft, en de politie misschien nog wel het sterkst (’Veiligheidsregio Merenstad Dijklanden heet voortaan Natstede Plassenland’), is daar een brandend wetboek voor in de plaats gekomen, toch een enigszins relativerend signaal, zou je zeggen, en de manier waarop de ‘o’ van politie daar als een oorbel onder hangt moet getypeerd worden als speels, ook niet direct een kernwaarde van de sterke arm, dacht ik. ‘Wetboek of zwaard, aan u de keuze’ werd ‘Wat vindt u daar nou zelf van?’
Voor de rest van de politieuitrusting geldt iets dergelijks: er kwamen hippe baseballcaps en kekke mountainbikes, het uniform wordt telkens modieuzer en informeler, het blauw wordt steeds lichter, de livrei van het wagenpark lijkt vooral gericht op likeability en de wapenstok wordt steeds korter.
Een tijdje geleden raakte ik op straat in conflict met een jongere in een auto die geen voorrang had maar het wilde afdwingen door mij de weg te versperren. Al gauw kreeg hij gezelschap van vrienden; ik werd ingesloten, mijn auto werd gemolesteerd en toen ik dat probeerde te verhinderen, kreeg ik klappen. De lokale wachtmeester bleek het clubje goed te kennen, nam ze in bescherming en weigerde mijn aangifte. Het hele geval leek hem een zaak van ‘wederzijds haantjesgedrag’. Waarschijnlijk had hij net een cursus psychologie gedaan. Op mijn weblog kwamen honderden reacties binnen van mensen met soortgelijke ervaringen: in haar streven naar ‘dialoog’ met asociale en criminele types heeft de politie zich ontwikkeld tot handlanger van dat soort groepen. In het onderzoek van de SP klagen agenten dat rechters geen begrip hebben van de realiteit op straat, maar zo zijn er evenveel nette burgers met een bloedneus of erger die op het politiebureau te horen krijgen dat ze het er zelf wel naar gemaakt zullen hebben. Dat er nu eenmaal lui zijn waar je met een grote boog omheen moet lopen, ook al is dat in je eigen woonwijk. De tijd dat dit soort gastjes hun eigen straat onveilig maken is immers al lang voorbij. Dáár wemelt van het van de buurtvaders, straatcoaches en wijkregisseurs, in nettere buurten heb je daar geen last van.
Politiemensen hebben reden om te klagen over te lage beloning en te veel bureaucratie, zaken die de politiek regelt, maar zelf is de politie ook behoorlijk in de war. Geen geld, geen vertrouwen én geen gezag - ik zou niet graag politieagent zijn. En voor de meeste politiemensen geldt kennelijk hetzelfde.






