De schetsen zijn, in vrijwel alle opzichten, bijzonder gevarieerd. Ze worden bevolkt door naamloze prehistorische figuren, door grote helden uit legenden, zoals Odysseus en Gilgamesj, door keizers, Vikingvrouwen, schrijvers en dichters (Diderot, Byron), en doodgewone twintigste-eeuwse emigranten. Nu weer eens in het hij-perspectief verteld, dan weer vanuit een ik-persoon, soms in tegenwoordige tijd, soms in verleden tijd, soms worden de personages via een zijspoor geïntroduceerd, een andere keer direct.
De overeenkomst is - naast de rol van het eten - de elegante, wat weemoedige stijl. Korte, simpele zinnen, waarvan je altijd de indruk hebt dat ze meer betekenen dan je in eerste instantie zou denken, zonder dat Deen opzettelijk mysterieus aan het doen is. Daar is bijvoorbeeld die prachtige zin in het verhaal over Herodotus: “’Laat me niet te gelukkig zijn,’ bidt hij.”
Qua toon lijken de verhalen af en toe op fabels, of op zen-koans. Er is altijd een moraal, of een vermoeden van een moraal, maar wat er precies wordt bedoeld (als er al iets wordt bedoeld) is aan de lezer.
Brutus heeft honger is een unieke bundel. Rustig lezen, niet meer dan een paar verha-len per avond.
Mathijs Deen: Brutus heeft honger. Thomas Rap, €16,50. Ook verkrijgbaar via www.ako.nl.






