Cultuur

Bellen met de boer

Dichter Johanna Geels beschrijft de absurdistische en poëtische kant van de dagelijkse dingen.

04/08 | 2013
door Johanna Geels
Leestijd 1 minuut
archief HP/De Tijd
Tuinder: Ik kan niet bellen, ik sta in een veld. JG: Ik bel u toch. Tuinder: Jawel, maar ik sta in een veld.JG: Kan ik 20m2 graszoden bij u bestellen? Tuinder: Jawel, maar dan moet ik het onthouden en ik sta in een veld. Kan ik u zien?JG: Euh, nou, ik denk van niet, ik zit in de tuin. Tuinder: Uw nummer bedoel ik, kan ik uw nummer zien?JG: Euh, dat weet ik niet. In uw telefoon bedoelt u? Nu? Tuinder: Nee. Ik zie niks. Ik sta in een veld.JG: Dat schiet zo niet op. Tuinder: Nee, mevrouw, niet erg nee. Belt u mij maar terug. Om half 1 precies. Dan eten wij. Op het erf. Dus niet in het veld.JG: Dus dan bel ik u op het erf? Tuinder: Ja.JG: Op hetzelfde nummer? Tuinder: Neeeee, dat is een ander nummer.JG: Kan ik dan om half 1 op het erf graszoden bestellen? Tuinder: Hoeveel moet u hebben?JG: 20m2. Tuinder: Ja, dat kan ik nu toch niet onthouden, ik sta in een veld.JG: Ja, maar straks wel toch, als u op het erf bent. Tuinder: Ja, op het erf is een pen, in het veld niet.JG: Half 1? Tuinder: Precies. Wij eten elke dag om half 1 precies. Geen minuut eerder. Geen minuut later.JG: Dan bel ik u om half 1. Op het erf. Kan ik bij u pinnen? Tuinder: U kunt pinnen. Op het erf. Niet in het veld.